
Laatst heb ik een aardig boekje gelezen: “De Kleine Keizer,” van de hand van Martin Bril. De ondertitel is “Verslag van een passie,” omdat het boek niet zozeer een biografie van Napoleon is, maar veeleer een persoonlijke beleving van de kleine generaal door Bril.
Dat is eigenlijk ook waarom ik het boekje gekocht heb: minder omdat ik geinteresseerd ben in de Fransman, maar meer omdat ik benieuwd was naar de passie van Bril voor een historische buitenlander. Hij leest daarvoor een honderdtal boeken en reist door Europa, op zoek naar elementen in de vorm van slagvelden, sculpturen of significante plaatsen uit het leven van Napoleon. Onderwijl weidt de auteur uit over minnaressen, randfiguren en een enkele Napoleonadept wiens kennis hem tegenvalt.
Hij herdenkt, tussen de regels door, de grootheid van de Kleine Keizer, terwijl hij de waarheid uit mythes probeert te zeven en, hoewel zelf enigszins bevangen, nuchter de gekte rond het dodenmasker, lokjes haar en stukjes stof van een jas of hoeden die Napoleon droeg probeert te verslaan (soms slechts in toom gehouden door angst om betrapt te worden, bijvoorbeeld als hij een authentieke hoed van Napoleon wil aanraken).
Ik ken nog zo’n historisch figuur die bekend staat om de hoeden die hij droeg, zijn beharing en zijn lengte. Ook zijn wording en leiderschap worden omgeven door mythologisering en Messiasvorming; ook zijn naam ligt in het verlengde van bekende veldslagen, met duizenden slachtoffers. Zijn naam is, hoe kan het ook anders, Abraham Lincoln; diens stukjesschrijver en adept ben ik.
Als alles volgens plan verloopt zit ik over een week in Illinois, de staat waar Lincoln zijn volwassen leven spendeerde, waar hij advocaat was, zijn politieke groei doormaakte en zijn hart aan verpandde. Er staan bovendien de meeste Lincolnbeelden of –monumenten (namelijk 42*), waarvan ik er sowieso een paar hoop te gaan zien. Als ik net zo veel geld en mogelijkheden daartoe had (en vergoed zou worden voor mijn stukjes erover), zou ik ook graag meer rondreizen, op zoek naar elementen van Lincoln in Amerika en Europa. Het mag echter niet zo zijn, dus ik neem genoegen met een tiendaagse vakantie en mijn beperkte lezerspubliek.
De onderwerpen van Bril en mijzelf delen, behalve onze bewondering en fascinatie, de aantrekkingskracht die ze genieten onder veel aanhangers. Natuurlijk zijn ze beide figuren die enorme invloed gehad hebben op de politieke gebeurtenissen uit hun tijd en voor de bevolking uit hun landen, maar dat verklaart niet hun enorme populariteit. Bril doet een poging:
“Wat is het geheim waardoor nog altijd over de hele wereld duizenden mannen (en een enkele vrouw) gefascineerd zijn door Napoleon? Waarom zijn er mannen die in oude uniformen zijn veldslagen naspelen, waarom zijn er reisbureaus gespecialiseerd in georganiseerde reizen naar Napoleons slagvelden, waarom zit er in ieder psychiatrisch ziekenhuis wel een klant die zichzelf Napoleon waant, waarom verzamelen mensen tinnen soldaatjes, hoe is het mogelijk dat er tientallen websites aan de man zijn gewijd? Waarom bloggen mensen over Napoleon? [...] Hij is de ultieme loner die het allemaal zelf voor elkaar heeft gekregen; daarin moet zijn aantrekkingskracht liggen.”**
Vanzelfsprekend is dat geen uitputtende verklaring, maar het is een aardige poging—net als het boek, overigens. Intussen heeft Bril zijn passie voor de kleine man achter zich gelaten, maar ik sta er nog middenin. Ik heb dan ook nog jaren te gaan en nog vele boeken te lezen en, niet te vergeten, mijn vakantie in Illinois. Ik heb er zin in!
- – - noten – - -
* James A. Percoco, “Summers with Lincoln,” p. 219
** Martin Bril, “De Kleine Keizer,” p. 115-116.

Follow Me!