Fourscore and Seven Books

Fourscore and Seven Books

van boeken en beesten, god en geschiedenis

  • Better World Books
  • De Slegte
  • Lincoln Book Shop
  • Partij voor de Dieren
  • Twitter
  • Home
  • Civil War
  • Essays
  • Books
  • About me
  • Contact
  • Links

Andries Knevel twijfelt … veel aan zichzelf, maar nimmer aan god

Posted in books, religion by Herman1850
Feb 28 2012
TrackBack Address.

Andries Knevel, Is het waar? (Ten Have, 2008), 336p. ISBN 9789025959326 €7,99 bij De Slegte

 

“’Je bent toch bezig met de vraag of we aan kunnen tonen of de Bijbel waar is?’ ‘Ja, dat is mijn jaarthema, dat ik door dit boek heen vlecht, als het me lukt’” (p158).

 

Waar is het?

Mensen die niet zo veel ophebben met de Evangelische Omroep, krijgen jeuk van Andries Knevel—om zijn maniertjes en retorische vragen als hij iemand interviewt, maar ook, neem ik aan, zijn theologische gezever. Toch heb ik eerlijk gezegd heb ik altijd stiekem een zekere bewondering gehad voor Andries Knevel. Dat geldt met name zijn enorme belezenheid en toegewijde voorbereiding, want hij lijkt zijn gasten van tevoren al ruimschoots te hebben doorgespit. Bovendien komt in vele gesprekken een bepaalde reflectie naar boven die, ondanks het retorische karakter van zijn vragen, toch oprecht lijkt te zijn. Misschien is dat juist, omdat hij tijdens zijn meticuleuze lezen zelf tegen die twijfels opgelopen is.

Zijn Is het waar? is Knevels tweede boek in de dagboekvorm, waardoor hij kort en persoonlijk kan reageren op actualiteiten en gedachten kan delen die opborrelden bij het lezen van boeken of artikelen en het zien van tv-programma’s of films. Hieruit blijkt steeds, dat Knevel inderdaad veel nadenkt over de toekomst en invulling van geloof en kerk, alsmede de relatie tot de (buiten)wereld, op persoonlijk en professioneel niveau: welke richting moet de EO uit; wat doen kerken goed of verkeerd in het aantrekken of behouden van mensen; communiceren ze hun bedoelingen op een goede en begrijpelijke manier?

Het boek staat weliswaar vol geloofsvragen, zoals de titel belooft, maar die betreffen vooral de aard en niet de kern van het geloof. Knevels twijfels zijn twijfels over zichzelf en zijn geloof; maar uiteindelijk legt hij alles in de handen van god, aan wie hij nooit twijfelt. Dan vraag ik mij af: waarom niet? Waarom rest, temidden van alle vragen, dat rotsvaste geloof in een god die afhankelijk is van aannames, interpretaties en geloof? Knevel moet, in zijn belezenheid en reflectie, toch weten dat je moet kunnen twijfelen aan het fundament. Dat geldt voor paradigma’s over wetenschap, democratie, rechtsfundering, maar dus ook voor godsgeloof.

 

“Hoe meer ik studeer, hoe meer ik overtuigd raak van de waarheid van het christelijk geloof” (p185).

 

Sapere Aude

Volgens de achterflap is Knevel “bij uitstek ook iemand die overal vragen bij stelt. Juist moeilijke thema’s pakt hij bij de kop om ze kritisch te onderzoeken,” maar hij lijkt zich, behalve in de titel van het boek, niet echt af te vragen: is het waar? Zelfs als hij een aanzetje lijkt te geven, is het vervolg een anticlimax: hij leest een boek of spreekt een medechristen, concludeert dat alles klopt en prijst zichzelf gezegend en bevoorrecht in zijn geloof.

Als Knevel zich bijvoorbeeld afvraagt (p134) “Waarom blijven mensen eigenlijk geloven?” betrekt hij de vraag op zichzelf en antwoordt, dat hij “op drie manieren geestelijk en theologisch gevoed” wordt: hij leest iedere dag “theologische lectuur,” hij krijgt erg veel mee van de preken die hij ieder zondag beluistert en hij werkt bij de EO, een stimulerende omgeving vol inspirerende gesprekken. Met andere woorden, hij blijft geloven omdat hij het constant van alle kanten bevestigt.

Ook als hij zich voor discussies of cursussen verdiept in apologetiek, de geloofsverdediging, komt hij terecht bij argumenten voor god, maar nimmer bij argumenten tegen god, behalve uit de mond van geloofsverdedigers. Zo leest hij boeken van Lee Strobel, Alister McGrath en het boek “ik heb niet genoeg geloof om atheist te zijn” (p33-34), maar zijn geloofskritische auteurs opvallend afwezig in zijn literatuurlijst (achterin het boek)—zij die allerlei geloofsaannames onderuit kunnen halen, zoals bijvoorbeeld Dan Barker (Godless), Jerry Coyne (Why evolution is true), of George Smith (Atheism, the case against god) doen.

Het is dus niet verwonderlijk dat Knevels geloof overeind blijft. Zoals hij niet goed begrijpt waarom mensen niet overtuigd worden van zijn waarheid, zo krijg ik een bittere smaak in mijn mond van zijn onoprechte geloofsonderzoek. Het ontbreekt aan elke tegenwerping; stellingen worden alleen maar herhaald. Het lijkt op het abortuspanel dat recent werd opgesteld in de VS, waar alleen maar gelovige mannen aan het woord kwamen. Het is makkelijk het eens te zijn met medestanders.

 

“… een bewezen God [is] een niet-bestaande God. God is oneindig veel groter dan dat ik hem zou kunnen bewijzen, maar tegelijkertijd kan ik heel wat aanwijzingen geven die wijzen op de betrouwbaarheid van het getuigenis aangaande God” (p33). “… een god die wij kunnen begrijpen of kunnen bewijzen, is geen God, maar een menselijk verzinsel. En God is geen menselijk verzinsel” (148).

 

Waarlijk

Twee citaten richting het einde van het boek zijn typerend voor Knevels benadering en illustratief voor de blinde vlek in zijn zoektocht en de balk in zijn oog. “Nu nog een keer een boek lezen van een kritische geleerde op het terrein van het Nieuwe Testament,” geeft hij toe (p309), “hoewel ik dat al best veel heb gedaan. Maar ze konden me niet verder helpen.” Als elke bevestiging verder helpt en elke kritische noot die geplaatst wordt niet, dan ben je bezig met versteviging van je mening en niet met “kritisch onderzoek,” zoals de achterflap belooft.

Een halve pagina verder (p310) bespreekt hij kort hoe hij Paul Verhoevens biografie over Jezus leest. “Met die mooie openingszin,” die Verhoevens levenslange fascinatie introduceert, maar een “minder fraaie” slotzin, waarin Jezus dood en niet wederopgestaan verklaard wordt. “Spijtig,” pruttelt Knevel, “dat Verhoeven zich zo eenzijdig heeft geörienteerd. Hij had ook een heel ander boek kunnen schrijven.” Eigenlijk is dat, in twee zinnen, mijn bevinding van Is het waar? Eenzijdige oriëntatie, met als gevolg een eenzijdig boek. “Het jammere is dat Verhoeven in een tunnelvisie terecht is gekomen,” orakelt Knevel verder onbewust over zijn eigen boek (p312), “want hij citeert bijna alleen maar wetenschappers met wie hij het eens is.”

Kortom, hoewel ik toch enigszins jaloers word van het aantal boeken dat Knevel verslindt (om de pagina lijkt hij in een ander boek te beginnen), kan zijn invalshoek mij maar niet bekoren. De vraag Is het Waar? oprecht (centraal) stellen is hem niet gelukt en ik vraag me steeds af waarom hij zijn beperkte keuzes maakt. Dat is me gaandeweg steeds meer gaan irriteren. Irritatie? Verhip, ik geloof dat ik tot mijn grote spijt moet ik concluderen dat ook ik, na het lezen van dit boek, waarlijk jeuk krijg van Andries Knevel.

 

“God sterft in zijn Zoon Christus voor onze zonden. Dit lijkt voor gewone stervelingen dwaasheid te zijn. Dit grote wonder moet je dan ook niet gaan beredeneren, maar mag je als geschenk aanvaarden. Nooit zal ik een poging doen om voor dit wonder welke rationele verklaring dan ook te zoeken. Onmogelijk! Dit wonder vraagt overgave en aanbidding en geen geredeneer” (p287-288).

 

 

No Comments yet »

God en koekjes

Posted in religion by Herman1850
Feb 24 2012
TrackBack Address.

Zoals bekend mag zijn, houd ik me graag bezig met de beide kanten van (monotheïstische) geloofsverdediging en debatten die daaromtrent worden gevoerd. Een veelgehoorde kreet van de kant van Christenen in zulke discussies is, dat atheïsten god zouden afwijzen—”you reject god,” in goed Engels. Dat komt voort uit de vrije wils-overtuiging van Christenen en hun geloof dat het maken van een actieve keuze om niet in god te geloven zondig, fout en strafbaar is. Dat atheïsten god helemaal niet afwijzen, wil ik duidelijk maken aan de hand van de volgende analogie.

Het is alsof iemand langskomt met een lege trommel en vraagt of je er een koekje uit wil. Je kijkt naar het blik, reikt met je hand, vraagt of de persoon even wil schudden, maar je ziet, voelt en hoort niks. Alleen de getuigenis van de aanbieder, dat er heus koekjes in zitten. Je concludeert: “maar er zitten helemaal geen koekjes in de trommel!” Deze constatering is geenszins een afwijzing van de koekjes die worden aangeboden; het is een ontkenning dat er überhaupt koekjes zijn.

Op dezelfde manier ontkent een atheïst dat god bestaat. Niet omdat hij de koekjes niet lekker of de god niet leuk vindt, maar omdat er god noch koekjes zijn. Op eenzelfde manier is de boodschap dat er koekjes zijn, zonder dat er daadwerkelijk koekjes in de trommel zitten, geen blijde maar een lege boodschap. Dus mochten Christenen dit stukje lezen en in gesprek gaan met atheïsten, gelieve niet te beweren dat de ander je god afwijst. Die ander ziet simpelweg niks om af te wijzen.

No Comments yet »
Tagged as: atheïsme, god

God is in de war … en dat is wederzijds: Pieter Overduin over MDS

Posted in books by Herman1850
Feb 01 2012
TrackBack Address.

Ik houd van mijzelf … en dat is wederzijds (2001)

In zijn eerste boekje over zijn manisch-depressieve stoornis gebruikt Pieter Overduin de dagboekvorm. Alleen het voor- en nawoord, moeizaam geschreven door psychiaters, en een summiere toelichting over wat de Manisch-Depressieve Stoornis (MDS) precies is, wijken daarvan af. Dat is logisch, want het boek is gebaseerd op de dagboeken die Pieter in de loop van de tijd schreef.

Daarmee wordt het een blik in de gedachten en gevoelens van degene die manisch-depressief is, dus tastbaarder en makkelijker leesbaar dan algemene of wetenschappelijke verhandelingen, maar de lezer krijgt toch een goede indruk van de manier van denken tijdens  depressie en manie. Tijdens de eerste heerst er een totaal gebrek aan zelfvertrouwen, een overdaad aan angst, apathie en zelfvervreemding. Dezelfde gevoelens treden ook in tijdens een manie, waar het onrealistische zelfbeeld eigenlijk totaal tegenovergesteld wordt: de patiënt denkt dat hij alles kan—of beter, dat hij overal goed in is.

In de beschrijvingen gebruikt Overduin veel humor en woordspelingen (zie bijvoorbeeld de titel, maar ook “mijn tanden hebben het voor hun kiezen gehad,” p82), wat het bovendien vermakelijk maakt om te lezen. Dat leidt echter misschien af van de ernst van de gevoelens, want in een depressie is de humor vooral sarcasme, een manier om met de wereld om te gaan. Als de schrijver er zelf om lacht bij het schrijven, is het hoogstens schamper of minzaam. Er wringen dus wel degelijk schoenen met dit boekje.

Zo geeft de humoristische titel bijvoorbeeld een slecht beeld van de inhoud. Niet alleen verwijst hij alleen naar het manische, waarmee het een onevenwichtig beeld geeft omdat depressies langer duren en een groter deel van het boek omvatten; de humor suggereert daarenboven dat manies best komisch zijn. De auteur schrijft nota bene zelf (p64), dat zijn omgeving veel meer last heeft van de manies dan de depressies, omdat hij zich dan overgeeft aan destructieve overdaad en koopwoedes.

Hoe moeilijk naasten het kunnen hebben met zulke manies, staat beschreven in het tweede boekje van Pieter Overduin.

God is in de war, Hij denkt dat Hij Pieter is (2004)

Dat Overduin in dit boekje mensen uit zijn omgeving aan het woord laat, klinkt veelbelovend en kan een extra dimensie toevoegen aan het geheel. De beleving van mensen in de omgeving van iemand met MDS is immers heel anders dan die van de persoon zelf. Deze benadering pakt soms goed uit, omdat het zorgt voor meerdere kanten van het verhaal—die van familieleden of een psychiater—en dus meer inzicht verschaft in de beleving. Aan de andere kant zorgt het soms alleen maar voor herhaling, omdat de feitelijke gebeurtenis niet verandert en je twee keer hetzelfde leest.

Het voornaamste thema van dit boek is Overduins manie, waarin hij achtereenvolgens ervaart dat hij rijk, Gandhi en God is. Hij steekt zich in diepe schulden en maakt zich op om naar India—zijn thuisland, als Gandhi—te gaan. Zijn familie weet hem te overreden om thuis te blijven, zich te laten opnemen om behandeld (en beschermd) te worden, alles met de uiteindelijke bedoeling om door de manie heen te komen en zijn MDS onder controle te krijgen.

Toch kampt Overduin ook ditmaal met de indruk van misrepresentatie. Hij schrijft (p67): “bij ongeregeldheden pak ik mijn schrift. En laat mijn pen de tong van mijn geest zijn.”[Sic*] Overduin lijkt niet zozeer het leven met MDS te beschrijven, maar vooral het abnormale in dat leven. Natuurlijk zijn de gewone elementen uit het leven minder opvallend, interessant of grappig, maar op deze manier krijg je een aaneenrijging van “bijzondere” situaties, die de indruk wekken dat het manisch-depressieve leven constant zo is en dus lijkt het alsof die situaties normaal zijn.

De moeilijkheid hiervan erkent de schrijver, al dan niet bewust, als hij schrijft (p101): “voor [mijn omgeving] ben ik altijd manisch-depressief. Zelfs als ik niet manisch-depressief ben.” In en door zijn boeken is het niet anders: de ziekte voert de boventoon in de beeldvorming.

Een onrustige geest (1995)

Met zijn boekjes heeft Pieter Overduin een aardig beeld geschapen van de Manisch-Depressieve Stoornis, dat door de lengte, schrijfstijl en humor vlot leest en zeer toegankelijk is. Zijn bedoeling is om inzicht te verschaffen en hij hoopt dat de lezer “na het lezen van dit verhaal [...] minder snel, milder of niet oordeelt over mij en al die andere Goden en Gandhi’s” (God is in de war, p100).

Wat daar nog enigszins bij in de weg staat, is het feit dat Overduin steeds zelf degene is die stopt met de medicatie. Daardoor krijgt de MDS steeds de overhand en wordt zijn leven, maar ook dat van de mensen om hem heen, ondersteboven gekegeld. Daarvoor krijg je geen begrip, als je Ik houd van mijzelf en God is in de war leest, zelfs al vind je Pieter Overduin een grappige en sympathieke man.

Daarom is het aan te raden, voor mensen die meer inzicht in de Manisch-Depressieve Stoornis willen krijgen, om naast deze boekjes ook De onrustige geest (An Unquiet Mind) van Kay Redfield Jameson te lezen. Zij is een vooraanstaand psychiater, gespecialiseerd in MDS, maar bovendien ervaringsdeskundige want zelf ook manisch-depressief.

Hoewel haar boek wetenschappelijker en informatiever van aard is, schrijft Redfield Jameson zeer leesbaar. Bovendien verschaft ze veel meer inzicht in de problematische motivatie van patiënten, iets wat bij Overduin alleen als een bijzin voorbij komt. Zo hebben mensen moeite met medicijnen slikken, omdat ze dat ervaren als een aantasting van hun identiteit. Dat kan zelfs zo ver gaan, dat mensen  de instabiele (maar echte) toestand van depressies en manies verkiezen boven een stabiel maar afgevlakt leven. Ze verlangen bovendien vaak naar de creativiteit en levenslust van manies. De diepe dalen die onvermijdelijk volgen worden dan even vergeten of op de koop toegenomen.

De boeken van Overduin zijn nieuw te koop; het boek van Redfield Jameson momenteel alleen nog tweedehands.

- – -
[*] Ik laat deze opmerking liefst buiten deze korte recensie, maar toch moet het me even van het hart. Het citaat van pagina 67 uit God is in de war laat zien, dat Overduin zich, vooral in zijn tweede boekje, overgeeft aan een neiging om zinnen zo kort mogelijk te houden, ook als dat niet hoeft. Er is namelijk geen enkele goede reden om die zin in tweeën te breken met een punt.

No Comments yet »
Tagged as: bipolaire stoornis, Manisch-depressieve stoornis

Polemieken van de immer charmante Herman Philipse

Posted in books, Philosophy, religion by Herman1850
Feb 01 2012
TrackBack Address.

Herman Philipse, Filosofische Polemieken, (Bert Bakker, 2009), 174pp. €7,90 bij Selexyz.

Anders dan zijn Atheïstisch Manifest bestaat Philipses Filosofische Polemieken uit verschillende korte artikelen die hij schreef voor ondermeer het NRC Handelsblad. Dat maakt de onderwerpen nooit hoogdravend of langdradig, maar altijd kort en krachtig en heerlijk leesvoer voor ’s avonds op de bank, om even op adem te komen, of als er niet veel tijd meer is om nog even wat te lezen.

Ik ben uitermate gecharmeerd van de manier van schrijven en redeneren van Herman Philipse. Of het gaat om politiek, wetenschap of geloof, hij zet de kwesties helder uiteen, door de dilemma’s of moeilijkheden van wat besproken wordt te isoleren en aan de hand van die lemma’s duidelijk te argumenteren wat zijn standpunt is.

De volgende alinea (p56), over de vraag of wetenschap door de overheid of bedrijven (en marktwerking) zou moeten worden gefinancieerd, is illustratief:

“Volgens de traditionele legitimatie voor overheidsfinanciering van onderzoek bestaat het goed dat door wetenschappelijk onderzoek tot stand komt in kennis waarvan de productie weliswaar kostbaar is, maar die vrijwel kosteloos wordt overgedragen via openbare publicaties. Aan de voorwaarde van uitsluitbaarheid wordt dan onvoldoende voldaan. Bovendien neemt men aan dat ook van rivaliteit geen sprake is, want dezelfde kennis, eenmaal geproduceerd, kan zonder verdere productiekosten telkens opnieuw geconsumeerd worden door het lezen van de publicaties. Daarom kan het markmechanisme niet zorgen voor optimale productie van wetenschappelijke kennis en moet de overheid onderzoek financieren, met name wetenschappelijk onderzoek.”

Het laatste artikel wijkt af van de rest, want het is een interview met de in de hel vertoevende Descartes. Dat de fictieve vorm Philipse moeizamer afgaat, blijkt uit de wat houterige omschrijvingen van de reis en omgeving, maar het interview met de filosoof en de komische introductie van de virtuele maitresse maken het wel de moeite van het lezen waard.

Hoewel deze Filosofische polemieken inmiddels bij Selexyz in de ramsj zijn beland (€7,90), vind ik het zeker een aanrader. Nou ja, hoewel, misschien is het daarmee juist nog aantrekkelijker geworden.

 

 

Herman Philipse en Cees Dekker in gesprek, waarbij de filosoof het godsdienstige gepruttel van de biochemicus feilloos doorprikt.

No Comments yet »

Follow Me!

 Facebook Twitter YouTube StumbleUpon RSS

Categories

Abe Lincoln animal rights animals Art books Books read in the year Civil War daily life Film films, books, music food General History Land of Lincoln Life love My life News Nijntje personal Philosophy politics religion twitter Uncategorized USA USA2009 USA2011 veganism Wishlist work Zonder Rubriek

Categories

Archives

 

February 2012
S M T W T F S
« Jan   Mar »
 1234
567891011
12131415161718
19202122232425
26272829  
Powered by WordPress | “Blend” from Spectacu.la WP Themes Club