Ieder jaar houd ik bij welke boeken ik gelezen heb en vervolgens post ik ze hier, met soms een enkele opmerking over hoe veel boeken per week of bladzijden per dag dat zijn geweest. Nu las ik deze week een weblog van Alicia, waarin ze per boek ook bespreekt wat ze ervan vond of wat voor indruk het op haar gemaakt had, en dat leek me een leuk idee.
Hoewel het dit jaar niet zo veel boeken zijn als voorheen, is het een beetje te veel van het goede als ik elk boek dat ik gelezen heb ga bespreken.
1) Richard N. Current, The Lincoln nobody knows.
Weliswaar geschreven in 1958, maar voor mij nog altijd van belang in de Lincolnliteratuur. Het is een verzameling essays over allerlei onderdelen in het leven van Lincoln, op een serieuze, maar luchtige manier geschreven. Mensen zijn niet snel geneigd boeken over oude presidenten van Amerika te lezen, maar als ze er dan toch een zouden gaan lezen, dan raad ik dit boek aan. Erg fijn!
2) Rory Freedman & Kim Barnouin, Skinny Bastard: a kick-in-the-ass for real men who want to stop being fat and start getting buff .
Er zijn mensen die zeggen dat ze veganist zijn geworden na het lezen van “Skinny Bitch.” Dit is de op mannen gerichte versie van dat boek en ik ga er vanuit dat in beide boeken ongeveer hetzelfde staat. De vrouwen hanteren een betweterige toon, als een soort drilsergeant die in je oor schreeuwt hoe het moet, wat een slappeling je bent als je dat niet doet en dat je vooral niet moet zeuren. Geen gezeik, gewoon veranderen dat patroon. Het zal een manier zijn die werkt voor bepaalde mensen, voor andere mensen zal het een afknapper zijn, waardoor de boodschap geheel verloren gaat. Wat dat betreft komt nummer 23) toch een stuk beter uit de verf.
3) Catherine Clinton, Mrs. Lincoln: A life.
Mijn hemel, wat heb ik genoten van dit boek. Ik hou van vriendelijke uitweidingen over personen, waardoor je beter snapt hoe die (historische) persoon in elkaar steekt (of stak). Mary Lincoln wordt in een context geplaatst, waar ze nooit goed uit de verf is gekomen: ze was intelligent, ambitieus, hoog opgeleid en probeerde op haar eigen wijze te voldoen aan alle eisen die de wereld aan haar stelde. Ze ontvluchtte het Zuiden, omdat ze in die regio eigenlijk al getrouwd had moeten zijn. Toen ze in de steden in het Oosten aankwam, werd ze versleten voor een onbeschaafde plattelandsvrouw uit het Westen, ondanks verwoede pogingen om alles toch goed te organiseren. Er groeit een bewondering, maar ook een medelijden met de vrouw van Lincoln.
Daarbij moet wel worden aangetekend, dat de historiografie van mevrouw Lincoln ongeveer verdeeld kan worden in twee kampen: zij die haar bewonderen en zij die haar verguizen. Een middenweg lijkt nauwelijks te bestaan. De auteur van dit boek, Catherine Clinton, valt binnen het eerste kamp en doet haar uiterste best—”she’s bending over backwards,” in goed Nederlands—om de dingen die wel degelijk aangeven dat Mary gek werd, te ontkennen, negeren of verbloemen. Als ze halsoverkop de trein moet pakken omdat ze denkt dat haar zoon dood is, terwijl haar verzekerd wordt dat er niks aan de hand is, dan is dat gek. En dat is maar één voorbeeld. Desondanks heb ik deze biografie, zoals gezegd, met zeer veel plezier gelezen en blijft dit een fijn boek om te lezen—vooral in de heerlijke paperbackversie.
4) Dennis W. Brandt, Shattering the truth: The slandering of Abraham Lincoln.
Dit boek is voornamelijk geschreven als reactie en rectificatie van de boeken van Thomas DiLorenzo, The Real Lincoln en Lincoln Unmasked. Hoewel het geschiedkundig nauwkeurig in elkaar zit en niets heel laat van de gebakken lucht van de Neo-confederates, vrees ik dat het een futiele poging is. Een reactief boek komt al snel zeurderig over, zeker als het vol verve de status quo verdedigt die de lezers van DiLorenzo niet vertrouwen. Voor mij was het echter een verademing en een welkome aanvulling op de discussie.
5) Peter Lanser, Portretten van veganisten.
6) Rob Wijnberg, Boeiuh! Het stille protest van de jeugd.
7) Harriet Beecher Stowe, Uncle Tom’s Cabin; or, life among the lowly.
Als geïnteresseerde in slavernij, de Burgeroorlog en de ideeëngeschiedenis van 19e-eeuws Amerika, zou ik dit boek eigenlijk al vaker gelezen moeten hebben. Gelukkig kan ik nu zeggen dat ik het gelezen heb (nog vóórdat ik de verfilmingen bekeek!) en ik ga het graag herlezen. Het taalgebruik en ideeën hebben me geraakt, zelfs al ben ik het helemaal niet eens met de (christelijke) sentimenten in het boek. Er staan niet mis te verstane aanklachten tegen de slavernij in, naast promoties van een diep religieus leven. Het is niet verwonderlijk dat dit boek zo’n belangrijke rol gespeeld heeft in de houding van Noord tegenover Zuid en de emotionele connectie die mensen kregen met slavernij—iets dat voorheen toch vooral afstandelijk en theoretisch was.
Ik vraag me af of zo’n pamflet ook dieren geschreven zou kunnen worden, of wellicht al is geschreven. Animal Liberation en Dieren eten zijn aardige voorbeelden van teksten, waardoor mensen geraakt zijn en verandering willen brengen in de handel in dieren. Ik ben benieuwd of die ook naast elkaar gelegd (zullen) worden in beschouwingen.
8 ) Sheridan Hay, The secret of lost things.
9) D.H. Lawrence, Studies in classic American literature.
10) Roy Morris Jr, The Better Angel. Walt Whitman in the Civil War.
Ik schreef al eens een column over dit boekje, waarin ik het de hemel in prees, zowel de inhoud als de vorm. Het gaat over Walt Whitman, de druk die zijn aanvankelijke schrijverssucces en daarop volgende falen met zich mee bracht, maar met name over hoe hij zieken bezocht tijdens de oorlog en hoe hij jongens troostte die eigenlijk lagen weg te kwijnen, brieven schreef aan ouders of geliefden aan het thuisfront. Dat alles wordt met zo veel genegenheid geschreven, dat je bijna niet anders kunt dan van de man gaan houden. Zelfs al kun je verder niks met zijn destijds vernieuwende schrijfstijl (behalve zijn “O captain, my captain”).
Als ik dit boek in mijn handen heb, speel ik met de bladzijden, laat ze ritselen door mijn vingers en laat mijn handen glijden over de kaft. Het is zacht, de afmetingen en het gewicht zijn precies goed. Klink ik nu als een vies, oud mannetje? Het zij zo.
11) A. Lammers, De jachtvelden van geluk. Reizen door historisch Amerika.
12) Charles Groenhuijsen, Amerikanen zijn niet gek. Over Bush en baseball, misdaad en miljonairs, kerken en casino’s, porno en politiek.
13) Maarten ‘t Hart, De vrouw bestaat niet.
14) Connie Palmen, Het weerzingwekkende lot van de oude filosoof Socrates.
15) R.C. Sproul, Je geloof verdedigen.
Steeds weer pak ik dit soort werken op, op zoek naar de vraag welke argumenten overtuigend zijn om in god te gaan geloven. Des te meer ik lees over evolutie en astronomie, klinken met name natuurwetenschappelijke argumenten me steeds onzinniger in de oren. Alsof apologeten (mensen die doen aan geloofsverdediging) genoeg hebben aan een theologische onderbouwing en de lekenobservatie dat de wereld om ons heen een bepaald ontwerp in zich lijkt te hebben. Voeg daar een snufje “we weten of snappen niet hoe en waarom iets het geval is” aan toe en je hebt het recept om een vooraf bepaald geloof bevestigd te zien. Sproul vindt namelijk ook nog, dat niet zomaar een godsgeloof verdedigd moet worden, het moet ook nog specifiek het geloof in de christelijke god zijn, want dat is het enige zinnige geloof. Natuurlijk is dat weer het gevolg van zijn beginsituatie, waarin hij al gelooft in zonde en de noodzaak van jezus’ genade. Geloof je niet in “zonde,” dan kom je tot heel andere conclusies.
16) Evert de Bruin, Marx in 90 minuten.
17) Jake Halpern, Was ik hier maar nooit gaan wonen.
18) Carl Sagan, The varieties of scientific experience. A personal view of the search for god.
19) Christie Hofmeester, Meestal vergaat de wereld om 9:00uur.
20) Jerry A. Coyne, Why evolution is true.
Net als Richard Dawkins’ The Greatest Show on Earth, legt dit boek punt voor punt de bewijzen voor evolutie uit. Niet de fossielenvoorraad is het voornaamste bewijs, maar het feit dat levensbomen (dus de vertakking van soorten vanaf het ontstaan tot nu) van fossielen, microbiologie, en andere gebieden allemaal naadloos over elkaar heen vallen. Dit boek zou iedereen moeten lezen, voordat er gepraat gaat worden over evolutie en “intelligent design” (oftewel een schijn van ontwerp in de wereld).
21) Sylvia Witteman, Ik verzin dit niet. Avonturen in een Amerikaanse buitenwijk.
22) Edward Steers, jr., Lincoln Legends. Myths, hoaxes and confabulations abssociated with our greatest president.
23) Bob & Jenna Torres, Vegan Freak. Being vegan in a non-vegan world.
Dit boek is een uitleg over de betekenis, invulling en noodzaak van een veganistische levenswijze. De auteurs stellen dat veganisme niet zomaar een dieet is, maar een ethische filosofie, een houding, die logische gevolgen heeft voor de invulling van je leven. Anders dan Skinny Bitch is dit geen betweterig boek, hoewel het misschien wel zo kan overkomen op mensen die zich met hun eigen inconsistente voedingspatroon geconfronteerd voelen of die zich niet kunnen vinden in de logica achter het veganisme. Misschien ben ik al te ver heen in de filosofie om me nog goed te kunnen inleven in mensen die heel anders denken, maar ik vind dat het veganisme toch betere basisargumenten heeft dan bijvoorbeeld het theïsme.
Voor iedereen die geïnteresseerd is in het begrijpen van veganisme, hetzij actief of passief, is dit echt een aanrader.
24) Lierre Keith, The Vegetarian Myth. Food, justice and sustainability.
Om toch te voorkomen dat ik mijzelf verlies in mijn eigen filosofie, heb ik dit boek gelezen, waarin verschillende veganistische aannames worden bekritiseerd. Consequent respect voor leven is onmogelijk, beweert Keith, want voedsel en leven hebben altijd te maken met dood: als je oogst dood je dieren; als je mest gebruikt zit daar bloed van dieren in, om maar te zwijgen van de aanwezigheid van dieren om die mest te produceren. Ook de oplossing van het wereldvoedsel(verdelings)probleem wordt de grond in geboord, omdat de wereld uitdroogt en de grond uitgeput raakt van zo’n eenzijdig gebruik door landbouw. Niet vlees eten is het probleem, stelt de auteur, maar dat we ooit überhaupt landbouw zijn gaan gebruiken, dáármee is alle ellende begonnen. Verder wordt het gezondheidsargument helemaal afgeknald: veganisme is slecht voor je, sojabonen zijn eerder giftig dan gezond en vlees bevat veel betere voedingsstoffen en belangrijke vetten.
Er zijn nogal wat kanttekeningen te plaatsen bij het verhaal van de gefrustreerde mevrouw Keith—zo is haar bronnengebruik nogal beperkt en eenzijdig, worden alternatieve manieren van duurzame landbouw genegeerd en rammelt het filosofisch aan alle kanten—maar als hersengymnastiek, om te voorkomen dat je gaat navelstaren, is het boek uiterst bruikbaar.
25) Sofja Tolstaja, Een zuivere liefde
26) L.N. Tolstoj, De kreutzersonate
Tolstoj is een meesterschrijver. Toen ik hoorde dat zijn vrouw Sofja nogal boos was geworden over De Kreuzersonate en daar een reactie-roman op geschreven had, namelijk Een zuivere liefde, wilde ik beide boeken lezen en kijken hoe ze zich met elkaar vergeleken. Ook al beweert de vertaalster anders, Sofja verdient wat mij betreft geen plaats in de Russische canon; ze is bij lange na niet de grote schrijver die Lev was, maar toch is haar novelle leuk om in combinatie te lezen met de roman van haar man. Wel raad ik geïnteresseerden aan om eerst haar werk te lezen en dan het zijne, omdat Een zuivere liefde in de omgekeerde volgorde nogal tegen kan vallen en zelfs een soort zeurderig vrouwenromannetje kan worden.
27) Marlen Haushofer, De wand
28) H.M. van den Brink, De dertig dagen van Sint Isidor (over stiervechten)
29) Rob Wijnberg, En mijn tafelheer is Plato. Een filosofische kijk op de actualiteit
30) Brad Herzog , Turn left at the Trojan horse. A would-be hero’s American Odyssey
31) Jac. Swart (red.), DEC’s in discussie. De beoordeling van dierproeven in Nederland
32) Christian Parmentier, Het dier en zijn mensenrechten.
36) Christian Parmentier, De luis in de pels. De dubieuze moraal van de dierenrechtenorganisaties.
Wat Lierre Keith gedaan heeft met veganisme, dat heeft Parmentier geprobeerd te doen met dierenrechtenorganisaties, met name in België. Zijn twee boekjes zijn interessant om dezelfde reden, maar lijden aan een gebrek aan fundamentele argumentatie. De schrijver beroept zich voornamelijk op de huidige toestand en een onderbuikgevoel dat zich van nature afzet tegen andere ideeën. Hij zegt het niet letterlijk, maar zijn feitelijke argumentatie komt neer op: “wat zijn het toch rare mensen, ze vinden onze gewoontes raar.” Zelfs als filosofen als Singer en Regan boeken vol geschreven hebben over de argumenten voor vegetarisme, doet hij ze nog steeds zonder onderbouwing af als onzin, gewoon omdat we dat nu eenmaal vinden.
Waarom lees ik zulke boeken dan? Omdat ik niet wil dat mijn filosofie ook zo gewoon wordt, dat ik andermans argumenten afdoe als onzin, gewoon omdat ik dat nu eenmaal vind.
33) John Allen Paulos, Irreligion. A mathematician explains why the arguments for god just don’t add up.
34) Anje Hermans, Kleine vonk, groot vuur. Van idealiste tot terroriste en terug.
35) David Robertson, The Dawkins Letters. Challenging atheist myths.
37) Victoria Braithwaite, Do fish feel pain?.
Dit is een boek over onderzoek dat gedaan is naar pijnervaring bij vissen. Dat hebben ze nauwkeurig geprobeerd te doen, door uit te sluiten dat handelingen van vissen louter reflexen zijn. Het blijkt dat vissen inderdaad pijn ervaren. Sommige soorten hebben zelfs deductieve vermogens die driejarige kinderen nog niet hebben. Persoonlijk hou ik van een dergelijke, nauwkeurige onderbouwing, al kan ik me voorstellen dat veel mensen het droge kost zullen vinden. Dat de auteur vervolgens heel voorzichtig is over “samenwerking” met vissers, omdat die zich intensief zouden bezig houden met water- en natuurbeheer (omdat dat beter is voor vissen en dus voor vissers), valt me overigens wel weer flink tegen. Het klinkt naïef, want mensen houden zich op die manier alleen maar minimaal met welzijn bezig (streven naar een soort “optimaal” welzijn van dieren, niet naar een “maximaal” welzijn van dieren); het klinkt bovendien als goedkeuring van het idee dat dieren alsnog door ons gebruikt mogen worden, als daar maar wel iets tegenover staat. (Ach, wat is een haak door je bek, als je wel een populatie vissen hebt?) Voor dierenwelzijnsliefhebbers is het toch een belangrijk boek, denk ik, omdat je veel leert over de fysiologie en pijnervaring van vissen, maar ook over hoe tegenargumenten te pareren.
38) Paulo Coelho, Veronica besluit te sterven.
39) Jan de Koning, Bestaat God? Een filosofische beschouwing.
40) Klaas Hendrikse, God bestaat niet en Jezus is zijn zoon.
41) George R. R. Martin, A game of thrones.
Peter aan de fantasy? Jazeker! Ik heb al eens de Mistborn-trilogie van Sanderson gelezen en dat vond ik mooi geschreven, ook al hield ik niet zo van het laatste deel waarin alle puzzels wel heel vlot op hun plaats vielen (net als de laatste 100 pagina’s van De ontdekking van de hemel, als ik mij niet vergis. Daar lijk ik bij Martins “Song of fire and ice” serie niet bang voor te hoeven zijn. Hij heeft inmiddels 5 delen geschreven en een veel gehoorde kritiek is dat hij de plots maar niet naar elkaar schrijft. Het is een oeverloze uitwerking van een fantasiewereld met steeds maar meer karakters in steeds meer families. Eerlijk gezegd vind ik het prachtig.
Het boek (net als de tv-serie) zit vol intrige, menselijk vernuft en bedrog. Niets is wat het lijkt en niets ontwikkelt zich zoals je verwacht. Elke familie heeft zo zijn sterke en zwakke punten, zijn sympathieke of minder vriendelijke personen, maar het verhaalt blijft boeien. Zelf ben ik inmiddels bijna door boek 2 heen en kan ze moeilijk neerleggen. Ik ben dan ook zeer benieuwd naar de rest van de boeken. En naar de nieuwe tv-serie.
Dat komt allemaal nog wel in 2012. Kijken hoe veel ik dit jaar lees.
After the resolution-inspired
titute:
Normaliter doe ik niet zo aan goede voornemens (en als ik ze heb, dan hoeven ze niet te wachten tot het nieuwe jaar), maar ik heb er toch 1 voor mijzelf geformuleerd. Om de proliferatie van mijn boekenkast in toom te houden (en om het percentage boeken dat ik van mijn verzameling gelezen heb te vergroten), heb ik mijzelf voorgenomen om niet meer boeken te kopen dan ik gelezen heb. Aangezien ik netjes bijhoud hoeveel boeken ik per jaar lees, kan ik daarnaast opschrijven hoeveel boeken ik gekocht heb. Het kan me motiveren om zowel meer boeken te lezen als minder geld uit te geven aan nieuwe boeken.




