Het “ne me quitte pas” van weleer heeft plaats gemaakt voor een “go away, go away, leave me all alone.”
Danielle en ik zijn uit elkaar. Nu zo’n 3 weken alweer, maar gisteren was de eerste dag dat ze niet meer op de bank maar op haar eigen kamer sliep.
De laatste weken laten zich moeilijk omschrijven, anders dan de individuele woorden onwennig en spanning, omdat je ergens een streep onder gezet hebt en je elkaar toch nog steeds thuis treft. Nu zijn we als vrienden uit elkaar gegaan (vanwege twee onverenigbare toekomstvisies) en is het afwachten hoe die vriendschap zich gaat vormgeven, nu we elkaar niet meer dagelijks of wekelijks zullen zien. Het is ongewis en zal zich een plaats moeten vinden op onze gescheiden wegen.
Het spijt me, iedereen die ik het niet verteld heb en die het hier voor het eerst moet lezen. Het is me moeilijk gevallen om het de mensen om me heen te vertellen. Ik kon het niet zo goed kwijt en heb het zo veel mogelijk zelf geprobeerd een plaatsje te geven en het niet in de weg te laten staan van mijn normaal functioneren. Misschien dat het extra gevallen is op de schouders van enkele mensen, waar ik het wel mee besproken heb. Mocht dat zo zijn, dan wil ik die mensen bedanken voor hun bijstand.
Ik heb me gevoeld als een vulkaan die op het punt van ontspruiten stond, maar dat is nu weer enigszins gekalmeerd. Natuurlijk moeten er nog dingen geregeld worden, als ik alleen hier blijf wonen, maar dat komt allemaal op zijn tijd. Stukje bij beetje pak ik de draad weer op en probeer een evenwichtig leven te leiden.
Het is niet niks.
Op een dag kijk je terug en kan je nog slechts glimlachen–zonder die traan in de ooghoek, de snik in de keel of de snif met de neus. Dan zijn het nog slechts herinneringen en je ziet dat het goed was.











