Recent las ik Rousseau en ik, van Maarten Doorman (nadat ik eigenlijk zijn De Romantische Orde had aanbevolen gekregen, maar dat is momenteel niet verkrijgbaar in boekhandels). Het geeft een aardige introductie van Rousseau, zijn ideeën over authenticiteit en opvoeding, maar zeker van de paradoxen waaronder zijn ideeën leden (en eigenlijk nog steeds lijden). Voor een man die mensen afried om te lezen, bijvoorbeeld, schreef hij zelf behoorlijk wat boeken (waaruit je blijkbaar zou moeten leren dat je ze niet zou moeten lezen).
Zo is een zoektocht naar authenticiteit bij voorbaat kansloos, omdat het resultaat per definitie niet meer authentiek kan zijn (in de zin dat het zorgvuldig samengesteld wordt). De ideale opvoeding van het kind zou een eigenhandige, op ervaring gebaseerde ontwikkeling zijn—leren door te ondergaan—maar dat inzicht in zichzelf, maar ook alle verdere kennis die we aan elkaar overdragen, is ons aangeleerd en niet door onszelf ontdekt. Als we taal negeren, leren we extern en niet door eigen ervaring dat de aarde rond is, om maar iets eenvoudigs te zeggen.
Ondanks deze paradoxen heeft Rousseau een grote invloed gehad op de manier waarop we over onszelf denken, dat we überhaupt een constante nadruk leggen op echtheid en persoonlijke identiteit, maar ook op onderwijs in het algemeen. Dit boekje (van 136 pagina’s) biedt een zeer toegankelijke en verhelderende inleiding.
Op bladzijde 95-96 kwam ik het volgende citaat tegen en ik kon de verleiding niet weerstaan het over te nemen en te vermelden. Het gaat over schijnvrijheid, of het luid verkondigde idee dat anderen zich niet moeten bemoeien met wat jij wilt, terwijl iedereen van alle kanten beïnvloed wordt. Je ontkomt er niet aan. Zelfs ons gevoel van vrijheid wordt gevoed.
“Zo brengt de door Rousseau geïnspireerde opvoeding mensen voort die zich een grote vrijheid toe-eigenen door te zeggen wat ze denken en te kopen wat ze willen en boos te zijn op alles wat hen belemmert in het bevredigen van hun behoefte, terwijl ze geen enkel besef hebben van de economische en psychologische mechanismen die deze behoefte en wensen manipuleren. De ideale consument kortom van het Google-tijdperk, een zich uniek wanend mondig exemplaar uit het stemvee van het populisme, kuddedier dat zich door reclame en cookies op internet laat leiden als koeien langs het krachtvoer van de melkmachine, hun vrijheid soms vredig herkauwend en dan weer loeiend van ongeduld als een ander meer of eerder krijgt dan het hongerige, van opvoeding verstoken eigen ik.”
Maarten Doorman, Rousseau en ik. Over de erfzonde van de authenticiteit, (Amsterdam, 2012), 136pp. €15,= ISBN 9789035137639.
Anders dan zijn Atheïstisch Manifest bestaat Philipses Filosofische Polemieken uit verschillende korte artikelen die hij schreef voor ondermeer het NRC Handelsblad. Dat maakt de onderwerpen nooit hoogdravend of langdradig, maar altijd kort en krachtig en heerlijk leesvoer voor ’s avonds op de bank, om even op adem te komen, of als er niet veel tijd meer is om nog even wat te lezen.




