Fourscore and Seven Books

Fourscore and Seven Books

van boeken en beesten, god en geschiedenis

  • Better World Books
  • De Slegte
  • Lincoln Book Shop
  • Partij voor de Dieren
  • Twitter
  • Home
  • Books
  • About me
  • Contact
  • Links

Travels with Charley: een reisverhaal

Posted in books, USA by Herman1850
Sep 16 2012
TrackBack Address.

John Steinbeck, Travels with Charley in Search of America, (Penguin Classics, 2000), 210 pp.

Wat een zwetser was die John Steinbeck eigenlijk. Hij ondernam in 1960 een rondreis door Amerika en schreef daar vervolgens zijn Travels with Charley over. Het boekje staat al een poos in mijn kast—in een impuls aangekocht, nadat het genoemd werd tijdens een college over Amerikaanse reisverhalen—maar ik heb het nu pas opgepakt—nu Geert Maks Reizen zonder John op de bestsellerlijst staat. Mak maakt daarin dezelfde reis als Steinbeck, maar dan met zijn vrouw in plaats van een hond op de bijrijderstoel.

Steinbecks motivatie is echter heel anders dan die van Mak. Natuurlijk is er de ogenschijnlijke motivatie van beiden: om Amerika en de Amerikanen te leren kennen, maar eraan ten grondslag ligt een egoïstischer verlangen. Mak schrijft en reist graag over Amerika en Steinbeck voelt zich een oude man en wil zichzelf en de wereld bewijzen dat hij dat heus nog niet is en dat hij niet afhankelijk is van zijn vrouw. Daarom reist hij niet met zijn vrouw Elaine maar met zijn hond, Charley. Die zeurt niet aan zijn hoofd en zegt niet dat hij eigenlijk drie afslagen terug naar links had gemoeten. Nee, hij zal laten zien dat hij een moderne held is, die zelfstandig deze Amerikaanse Odyssee aflegt en onderweg van alles over het leven leert.

Die reis begint hij al met een discutabel uitgangspunt, namelijk: de “echte” Amerikaan woont niet in de stad; het “echte” Amerika is niet te vinden in de steden. Hij dwingt zichzelf daarom afstand te nemen van de grote snelwegen en wil hij zo veel mogelijk platteland en plattelanders zien: gewone lui, die de stem van het volk vertegenwoordigen. Waarom mensen dat toch altijd denken is mij een raadsel, want ook nu nog hebben Republikeinen het, als ze spreken van Real Americans, voornamelijk over mensen die niet in de steden aan de kust wonen. Het heeft iets nostalgisch, een verlangen naar een illusoire eenheid met de natuur, een romantisch wereldbeeld dat nauwelijks kan stoelen op de werkelijkheid.

Het gevolg is wel, dat het boekje voornamelijk gekenmerkt wordt door landschapsbeschrijvingen en oeverloos gekeuvel over klaterende beekjes, wiegende boomtoppen en kwetterende vogels. De buitenlui, als hij ze überhaupt al tegenkomt, zijn namelijk op zichzelf en spreken niet zo graag met vreemden. Hij vangt in een wegrestaurant enkele korte uitwisselingen op, die weinig om het lijf hebben. Wie voert immers om 7:00uur ’s morgens een gesprek over politiek met de serveerster?

Steinbeck rijdt naar Maine, raakt daar de weg kwijt, is onder de indruk van de natuur en het afgeschermde karakter ervan en is nog merkbaar gemotiveerd voor zijn reis. Nadat hij na een kwart van het boek, zo’n 50 bladzijden, New England amper heeft verlaten, vergaat de zin hem echter al snel. Met de rest van de Verenigde Staten nog voor de boeg, valt het verhaal een beetje uiteen in samengeklonterde stukken reis. Hij sprint door het Mid-Westen en arriveert in Chicago. Daar heeft hij afgesproken met zijn vrouw, wat hem doet besluiten niet te schrijven over zijn verblijf in de stad.

“Chicago broke my continuity. This is permissible in life but not in writing. So I leave Chicago out, because it is off the line, out of drawing. In my travels, it was pleasant and good; in writing, it would contribute only a disunity.” (95)

Het heeft natuurlijk niks met continuïteit te maken, maar alles met de bedoeling van zijn reis. Het verhaal gaat niet over zijn ontdekking van Amerika en de Amerikanen; een gelukkige episode van samenzijn met zijn vrouw in deze grote, belangrijke stad doorbreekt het manhaftige karakter van zijn grote solo-reis en daarmee zijn prestatie.

Na Chicago komt Winsconsin, de staat waar hij het meest van het landschap geniet omdat het zo gevarieerd is. Dan Californië, waar zijn observaties een mengeling zijn van herinnering en heden, omdat hij de staat waar hij geboren en getogen is niet meer terug herkent. Vervolgens Texas, zo groot en gevarieerd, dat hij in algemeenheden vervalt waarvoor je niet naar de staat zelf hoeft te rijden. Daar spreekt hij weer af met zijn vrouw en bezoekt hij kennissen voor Thanksgiving. De continuïteit van het verhaal, die in Chicago nog zo belangrijk was, heeft hij losgelaten en hij bespreekt uitgebreid het eetfestijn dat ze nuttigen.

Kortom, na New England zo langdradig te hebben besproken, raffelt Steinbeck Amerika af, alsof hij al gauw weer genoeg heeft van de reis, maar helemaal van het schrijven. Van de Niagara door Texas behelst nauwelijks twee keer zo veel tekst als zijn omzwervingen door Maine en aangelegen staten.

Toch bewaart Steinbeck het mooiste voor het laatst. Vanuit Texas leidt hij Het Zuiden al in, met de destijds zo belangrijke rassenkwestie. In 1960 zaten de zuidelijke staten middenin de burgerrechtenbeweging: het was zes jaar na Brown v Board of Education (1954) en drie jaar voor de “I have a dream” speech van Martin Luther King, Jr. Tijdens de reis van Steinbeck, worden scholen in New Orleans geïntegreerd, wat gebeurde onder politiebegeleiding en luide protesten.

In een van de interessantste beschrijvingen uit het boek gaat Steinbeck op een ochtend kijken bij een school, waar een zwart meisje naar een blanke school gebracht wordt. Een vaste groep moeders schreeuwt beestachtige dingen naar het meisje en haar begeleiders;  de rest van de mensen staat er goedkeurend en instemmend bij. Steinbecks wordt als buitenstaander bevreemd door deze opstand en voelt weerzin tegen wat er gebeurt—het maakt hem misselijk. Hij eindigt het hoofdstuk met een inzicht, dat voor het gevoel enorm verschilt van de rest van het boek. Hij zet zijn observatie af tegen een context van ervaring: dit was niet het New Orleans dat hij kende; hij had er vrienden, aardige mensen met wie hij kon lachen en met wie hij fijne dingen deelde in deze prachtige stad. Hun afwezigheid had grote consequenties in de ogen van Steinbeck: “… they left New Orleans misrepresented to the world … unchallenged by the other things I know are there.” (196)

Na dit kleine hoogtepunt voert Steinbeck nog enkele figuranten op, die het rassenprobleem uiteen moeten zetten in verschillende visies. Hij spreekt met een racist, een zwarte man en een oudere man. Dat deze laatste zichzelf voorstelt als Monsieur Ci Gît—“hier ligt” als op een grafsteen—illustreert dat Steinbeck in het boek vooral verschillende karakters als personages laat opdraven in het verhaal dat hij wil vertellen over het Amerika dat hij tegenkomt op zijn reis. Het is als het bezoek van Abraham Lincoln aan een slavenmarkt in New Orleans, waar hij met gebalde vuist verklaart dat hij ooit een einde zal maken aan deze praktijk: het past mooi in het verhaal dat verteld moet worden, maar het is nooit echt gebeurd. De vele dialogen die hij voert met de hond, alsof Charley werkelijk terugpraat, getuigen hier eveneens van.

Na New Orleans doet Steinbeck niet eens meer moeite om het boek af te ronden. Hij schrijft alleen nog dat hij al klaar is met de reis, ruim voordat die is afgelopen: van zijn reis tussen West Virginia en New York merkt hij niks meer, alleen dat Charley blijkbaar ook geen aandacht meer heeft voor rustieke tussenstops en verkenningen van vreemde bomen. Dat tussen New Orleans en West Virginia nog het hele (Diepe) Zuiden ligt, moeten we voor het gemak maar vergeten. Belangrijker is, dat Steinbeck in New York de weg nog eenmaal kwijtraakt, voordat hij eindelijk weer thuis is—thuis, waar hij even geen held meer hoeft te zijn en weer in de watten gelegd kan worden door zijn vrouw, de “Fayre Eleyne.”

Want natuurlijk kon de beste man niet zonder haar.

No Comments yet »

Hate Against Heritage: Black Victicrats and the Confederate Flag Battle

Posted in Civil War, politics, USA by Herman1850
Jan 31 2012
TrackBack Address.

The South Loses Again

Well over a century after the Civil War and Reconstruction, the Deep South seems to be caught in a new struggle. After heated debates, and pressures of most notably black organizations like the NAACP, four of five states gave in. Of South Carolina, Georgia, Florida, Alabama and Mississippi, only the latter has not removed the Confederate Battle flag from its public buildings or the design of its state flag. Especially Georgia seems lost in confusion and has, after initial alteration in 2001, changed its state flag again in 2003.

The complexity of the debate notwithstanding, a more in depth view at the arguments will illustrate that the flag-removal was not really necessary. The most avid opponents, prominent African-Americans, would have done better, had they redirected their energy to more tangible problems within their community.

Heritage and Hate

Supporters of the flag say it is actually very simple: the flag was raised during the centennial commemoration of the Civil War, and that is what it refers to. The fact that it was kept aloft only illustrated pride in the Southern Heritage and culture that was defended in that war.

Opponents, on the other hand, see the flag as a racial emblem. “This is, in large measure, what the Confederate flag debate in South Carolinawas all about: coming to terms with newer forms of integration,” K. Michael Prince, author of Rally ‘Round the Flag, explains. “And as in the past, it was the white population that had the most to learn to try to come to grips with the distinction between heritage and history.”[*]

Part of the racial connotation of the flag stems from the notion of slavery people attach to it. During the Civil War, the South fought to preserve slavery, they say, and the Confederate Battle flag was its prime emblem—and still is, for many opponents.

When the flag was raised in memory of the War’s centennial, in 1961, the South was a heavily segregated place—politically and legally. Still flying the flag on public buildings is seen as agreement with political ideas of segregation. This idea is emphasized by the fact that the Confederate flag is often carried by the Ku Klux Klan.

Finally, waving the flag, if not necessarily racist, was seen as exclusion of a large minority from history, as it was seen as White history. “Heritage is not hate,” says Prince, “but heritage is also not history.”[†]

Black History

Yet, if the Confederate flag is white history, it should sound odd that since 2000—the very year theSouth Carolinaflag was lowered—there has been a Black History Month. And there are many colleges in the U.S. that teach African-American Studies, making it look like it is okay to exclusively celebrate the history of selected group, other than whites.

Looking at history, it becomes apparent that the idea that the Union fought against slavery is a misconception. When the Southern states seceded, slavery was legal within the United States, and Lincoln proclaimed in his first inaugural address that he had no intention to do away with the institution. In 1861, he even signed a proposed amendment, which would prohibit Congress from interfering with slavery in the states. Finally, when “Abe” supposedly freed the slaves by issuing his Emancipation Proclamation, he only did so in the states that were in rebellion against the Union.

So, if the war was about slavery, why did the Southern states secede from a slave-holding nation? And why didn’t they rejoin the Union in 1861 or 1862, which would have secured what they were supposedly fighting for? Apparently, their Cause was something other than that “peculiar institution.”

At the time the South was apparently not fighting for slavery, the North was just as racist as the South. Not only in attitude, but also legally speaking, since in the 1860s, several Northern states forbade blacks to live in their states longer than a couple of months. Obviously, the South fought to preserve a slave-holding Confederacy—a racially burdened society. But so did the North, since it fought to preserve a slave-holding Union. All in all, there does not seem anything special about the Confederacy in comparison to the Union—or its flag.

Racism

1961, when the flag was raised again, was not only a time of racial tension, but also the moment of Civil War centennial celebrations. So the flag is not necessary connected to the racial segregation and hate.

Aside from that, racism and segregation have never been exclusively Southern. In 1974, Randy Newman published a song called “Rednecks,” in which he sings “Yes, he’s free to be put in a cage in Harlem, New York City,” commenting on the double standard in interpretation on segregation in the United States.[‡] And clearly, the segregated North was not flying the Confederate flag, but the American flag.

Rene Warfield agrees. She is a South Carolinian who lived in New York for years, and whose idea of the Deep South constituted cotton picking, slavery, and cruelty to black people. But when she moved there, she discovered otherwise: “Black people live here much better than they do in the North. You still find prejudice down here, but not as much as in the North,” she says.[§]

Numbers also indicate a clear change, since the 1960s. According to The Christian Science Monitor, 18 out of 39 black members of Congress come from Southern states, for instance. In 1964, those numbers were 0 out of 5. And there were 1,469 black elected officials in the US in 1970, to more than 9,000 in 2001. More importantly, 8 of the 10 states with the highest number of black elected officials are in the South.[**]

Clearly, political and legal desegregation illustrate the flags at State Capitols are not reflecting racial attitudes of the 1930s to 1960s. Plus, slavery is generally seen and taught as a moral wrong today, and was mainly absent in the motivation of the soldiers and politics in the Civil War. So there is little reason to see the flag as a symbol of slavery or racism, instead of ancestral pride.

As mentioned before, it was expressly put to paper that those slaves under the Union flag would not be freed, whereas those under the Confederate flag would. And the flag of the United Statesflew over the same segregation as did the Confederate flag. The KKK, finally, does not only carry the Confederate Battle flag as its hate banner, but also the American flag. Still, in the eyes of most Americans, the American flag does not deserve as much scrutiny as he Confederate flag.

So there must be something that goes beyond such historical or sociological truths about the Confederate battle flags, and that ignores parallels with the American flag—a symbol, not scorned, but praised instead. What is the reason for people to hate one sign of heritage and praise the other?

Victicrats

The first thing that separates the two is historical education. The Confederate banner is connected to the Civil War, which in turn is seen as a war to free the slaves. Other flags that stand for the same, like the stars and bars, are unrecognized. The U.S.flag, on the other hand, is seen as an almost religious emblem of a divine experiment in government.

Second, it is the perception of the flag and the society it stands for, which makes it different. Prince: “despite all the progress, disappointment creeps in at the edges, along with the feeling among many blacks that they are still not full-fledged members of society, that their history and their perceptions are not given equal weight or equal treatment.”[††] He admits, “Of course, blacks may be hearing things that aren’t there, but one wonders whether the southern traditionalists have a proper appreciation for the connotations their comments conjure up.”[‡‡]

Blacks still very much believe they are discriminated against, and they see this racism reflected in the Confederate flag.

But according to Larry Elder, black libertarian talk show host, racism on blacks is often wrongly perceived. He explains this unjustified perception in his books The Ten things you can’t say in America and Showdown. In the second book, he uses the term Victicrat, to describe someone who tends to lay blame with the outside world, and does not self-reflect.

“The Victicrat mentality says: you-owe-me. It says that forces conspire to pull me down and hold me back,” Elder explains. “Ignoring far more pressing issues, black leaders continue fighting against white racism as if conditions remain unchanged from those in the days of the Jim Crow South.”[§§] Those pressing issues include the high rates of crime and single mothers among African-Americans, but the NAACP aims its blame at white racism and its alleged emblems.

An example of perceived white racism is the issue referred to as Driving While Black. Elder: “True, the police stop more cars driven by black motorists. But when the police stop whites, they are less likely than black motorists to have drugs in the car. So, whites actually have more to complain about than blacks do. After all, when a white is stopped, he or she is more likely to be innocent than when a black is stopped! Where are the ‘white leaders’ screaming about DWW—Driving While White?”[***]

Some agree with Elder. “If you pass somebody with a Confederate flag—so be it. It’s part of history. Just keep going—keep liberating yourself,” says Angel Quintero, co-founder of a company called NuSouth (New South), and designer of a Confederate flag in black, green, and red—colors of Black Nationalism. “The Confederate flag is not stopping us from achieving anything. Bringing down the flag—what did we really gain?”[†††]

Pride

Indeed, nothing was gained by lowering the flag in the named states. The problems of black-on-black violence, high rates of single motherhood, and college drop-outs permeate parts of the African-American community. And the flag supporters are still proud of their heritage.

1974 did not only bring Randy Newman and his observation of racism. It also spawned two important works on American slavery: Fogel & Engerman’s Time on the Cross, and Eugene D. Genovese’s Roll, Jordan, Roll. Even though these are two very different books, contrived by very different methods, they have one important thing in common: they give opportunity to pride in African-American achievements during the hardships of slavery.

So, perhaps, blacks can be inspired by these two books, by African-American Studies and Black History months, to change a defeatist, hateful, Victicrat attitude into something positive. And let the Confederate Battle flag be raised again. Let it be seen as a sign of culture; let people look at it with pride, honoring their ancestry, as likewise people look at the American flag—and see, not just a symbol of 13 colonies and 50 states, or a past of slavery and Native-American genocide, but above all a land of hope, a land of the free, and home of the brave.

 

Sources


[*] K. Michael Prince, Rally ‘Round the Flag: South Carolina and the Confederate Flag, (Columbia:University ofSouth Carolina, 2004), 5.

[†] Prince, 80.

[‡] Randy Newman, “Rednecks,” Good Old Boys (1974) CD.

[§] Gail Russell Chaddock, “How the South changed,” The Christian Science Monitor, (01 July 2004) <http://www.csmonitor.com/2004/0701/p01s02-ussc.html> (20 December 2005).

[**] Ibid.

[††] Prince, 103-4.

[‡‡] Ibid, 86.

[§§] Larry Elder, Showdown: Confronting Bias, Lies, and the Special Interests that Divide America, (New York: St. Martin’sGriffin, 2003), 143-4.

[***] Larry Elder, The Ten Things you can’t say in America, (New York: St. Martin’s Press, 2000), 43.

[†††] Prince, 121, 124.

- – -
Dit artikel schreef ik begin januari 2006. Intussen zijn mijn gedachten enigszins gerijpt en ben ik het met verschillende dingen niet meer (helemaal) eens. Aan de andere kant schreef ik dit ook in de poging een originelere, minder uitgekauwde linkse mening te postuleren aan een universiteit waar die mening niet gehoord en zeker niet begrepen werd.

No Comments yet »
Tagged as: Confederate flag, The South

Aurora to Chicago, Fireworks at Lake Michigan

Posted in Abe Lincoln, Land of Lincoln, USA2011 by Herman1850
Jan 25 2012
TrackBack Address.

Aurora Station

“Aurora, founded in 1837,” lees ik, wachtend op de trein. Het is 4 juli 2011 en de lucht kringelt boven de straten van Illinois. Het is 30 graden en zelfs van op een bankje in de schaduw wachten krijg je het warm.

Het tijdschema op internet had aangegeven dat de trein elk uur rond het halve uur zou vertrekken, dus ik was op tijd vertrokken om de trein van half 12 te halen, gewapend met zonnebrand op de huid, een pet op mijn hoofd en een optimisme om op alle fronten met de zon te wedijveren. Op het station bleek de trein echter op zich te laten wachten en de roosters op het stationsgebouwtje verklaarden waarom: op major holidays (en Onafhankelijkheidsdag is vreemd genoeg een grote feestdag) reed de trein nog maar eens in de twee uur. Om 12:28 zou de volgende trein komen.

Vandaar dat ik zit te wachten op het bankje, terwijl er langzaamaan steeds meer mensen binnendruppelen. Ze kijken verbaasd naar het rooster en stellen me vragen. Ik, een buitenlander die voor het eerst op dit station—of om het even welk station—zit te wachten op een commuter train in Aurora, moet deze Amerikanen uitleggen hoe laat de trein komt, welk station dit is en of mensen wel of geen parkeergeld moeten betalen als ze hun auto er vandaag neerzetten. [1] Maar ook hoe ze aan een kaartje kunnen komen, want er is geen automaat en het gebouwtje waar je ze doorgaans koopt is dicht. Je schijnt kaartjes met een kleine toeslag in de trein te kunnen kopen.

Ik lees wat in Sylvia Wittemans Ik verzin dit niet, waarin ze komische observaties over Amerikanen doet en kijk naar de mensen om me heen: een gevarieerde mix met Aziatische, Europese en Afrikaanse voorouders, allemaal in hetzelfde schuitje op het perron, maar weinig grappigs of opvallends. Of het moet zijn dat vrouwen geneigd zijn om strakke, korte broekjes te dragen met slippers en mannen ruime, loshangende jeans met sportschoenen. Het zijn bekende beelden, voor mensen die zo vaak geconfronteerd worden met Amerikaanse (pop)cultuur.

Treinen

Als ik plaatsneem in de trein, kijk ik mijn ogen uit. Het is een dubbeldekker, maar in een compleet andere uitvoering dan bij ons: in het midden heeft de bovenste verdieping namelijk geen vloer, waardoor je eigenlijk aan weerszijden een soort balkon hebt, met enkele stoelen. De benedenverdieping heeft weliswaar bankjes, maar de rugleuning hiervan kan verplaatst worden, zodat je in plaats van achter- ook vooruit kunt rijden.

De conducteur is een dikkige man, vriendelijk met wit haar. Als ik niet beter wist, zou ik vermoeden dat dit het zomerbaantje van de Kerstman is. Hij vraagt waar je opgestapt bent en geeft je je kaartje, niet cadeau maar wel zonder toeslag, want de loketten zijn dicht en dan kun je vantevoren geen kaartje kopen. Wat een verschil met Nederland, waar alles geautomatiseerd is en zelfs kaartjes langzaamaan verdwijnen, zodat je altijd voorbereid geacht wordt te zijn. Ook op feestdagen en als loketten gesloten zijn.

Buitenlanders die het genoegen hebben om de Nederlandse taal op te vangen, schijnen voornamelijk onze g-klanken te horen, als een lange reeks opgehoeste rochels. Het Amerikaans wordt, op eenzelfde manier, aaneengeregen door een constant en schijnbaar willekeurig gebruik van “like.” Als ik cynisch was, zou ik me afvragen welke van de twee charmanter is, maar eerlijk gezegd heeft deze Amerikaanse tic ook wel iets komisch en ben ik als Nederlander gezegend, omdat ik het constante gehoest en geschraap van de keel niet meer hoor.

Grant Park en Millennium Park

Vanaf Chicago Union Station loop ik in een rechte lijn langs Jackson Ave naar Millenium Park, dat tegen Lake Michican aanschurkt. Omdat het treinstation in het centrum ligt, kom je meteen buiten tussen de wolkenkrabbers die de Amerikaanse stadsaanzichten altijd zo tekenen. Nu is Chicago ook nog bekend om de variatie in zijn gebouwen, dus als je de tijd neemt kijk je de helft van de tijd naar boven en naar contrasten in vormen en bouwstijlen (en de andere helft kijk je uit dat je niet van je sokken gelopen of gereden wordt). De straat wordt doorsneden door af en toe een verlaten straat of steeg met kenmerkende, zwarte brandtrappen en de L-track metro die boven je hoofd dendert in de Chicago Loop. De indrukwekkende gebouwen bieden veel fotomomenten, maar gelukkig ook een overvloed aan schaduw.

Eenmaal in Grant Park, aangrenzend aan Millennium, is het groen en prachtig en heet. Het biedt niet alleen een schitterend uitzicht op een oogverblindende skyline, er spuit bovendien een geweldige fontein om het plaatje te vervolmaken. Maar hoe verleidelijk dichtbij ook, een armlastige toerist hoeft van dit water geen verkoeling te verwachten, omdat hij meedogenloos onbereikbaar gemaakt wordt door een hekje. Gelukkig waait er af en toe een koele bries van Lake Michigan, die deze verleiding af en toe doet vergeten.

Temidden van alle superlatieven zit Saint-Gaudens’ Lincoln, alsof hij op me heeft gewacht om een praatje te maken over het leven en wat ons bezig houdt, over de liefde en hoe dat in je hoofd en hart gaan zitten. Lincoln, leven en liefde, hoofd en hart, ze komen perfect samen in deze omgeving en ik geniet van deze indrukken. Hoewel er niemand is om het op dit moment mee te delen, zouden veel gedachten er ook niet zijn zonder de thuisblijvers en zo is het toch een interactief geheel.

Even verderop, bij “the Art institute of Chicago” dansen kleine fonteintjes die wel toegankelijk zijn. Ik zoek ik verkoeling en eet wat bramen en een banaan. “Man, I love this town,” hoor ik The Weakerthans zingen, zonder de “arcing wrecking ball” die het voorgaande nietig verklaart. Te lopen in deze straten, door deze parken, met dit uitzicht, is waarom ik het fijn vind om, zo af en toe, terug te komen naar deze stad. Gisteren vroeg iemand, toen ik met een White Sox-petje op een Chicago Cubs-magneetje kocht, “so, which is it, do you like the Sox or the Cubs?” Ik had toen eigenlijk moeten zeggen: “Ma’am, I simply like Chicago.”

Het Millennium Park is eigenlijk veel bekender dan Grant Park, omdat daar de meeste attracties en beelden staan. Je hebt er de waterspuitende beelden, The Bean en kunstobjecten; kortom, een keur aan fotomomenten voor gretige bezoekers. “Just take the damn picture,” bijt een vrolijke vrouw haar talmende partner toe en ik neem de gelegenheid waar om vooral foto’s te maken van massa’s, mensen en de schitterende gebouwen om het park heen—maar kan een foto van mijzelf in The Bean niet weerstaan.  Tot slot koop ik een flesje Sprite aan een kraam en loop luid boerend weg, op weg naar het volgende park.

Lincoln Park

Onderweg, op Michigan Ave, bedenk ik me dat sommige mensen een bergwandeling maken, op zoek naar natuur. Dat lijkt me heerlijk, toppen bekijken op al dan niet geeffende paden. Nu is mijn wandeling er weliswaar een van toppen, maar dan van een andere orde: cultuur in plaats van natuur—architectuur, om precies te zijn. Ligt Chicago niet, zoals de vorige keer in de John Hancock observatory, aan mijn voeten, dan toch zeker wel onder mijn voeten terwijl ik doorloop.

Ik ben vermoeid en bezweet als ik aankom bij Lincoln Park, maar als ik richting het andere beeld dat Saint Gaudens van Lincoln maakte loop, weet ik dat het de moeite waard is. Het streng op bezoekers neerkijkende beeld blijft indrukwekkend om te zien, plechtige houding die de ernst van de situatie en de druk op zijn schouders destijds goed weergeeft. Het monument wordt afgemaakt door een halfronde muur en een mooie boompartij eromheen.

Terwijl ik naar het beeld sta te kijken, komt er een klein groepje mensen aangereden op Segways, met helmen en een gids. Die houdt een ingestudeerd standaardverhaaltje over Lincoln en vertelt  de toeristen dat dit beeld het best gelijkdende Lincolnbeeld is. Hij last een pauze in en ik maak van de gelegenheid gebruik om hem wat vragen te stellen over het Lincolnbeeld. Van de tweeling in Londen weet hij niks, maar hij weet me wel te vertellen dat het aanvankelijk de bedoeling was dat Grant Park gevuld zou worden met allerlei presidenten. De crisis van de jaren ’30 heeft er uiteindelijk voor gezorgd dat de zittende Lincoln een eenzaam figuur zou blijven in het park.

Deze lincoln staat ook alleen, dus ik hou hem even gezelschap. Ik ga schuin achter hem zitten, in de schaduw en pak mijn boek, hoewel van lezen niet veel terecht komt. Ik kijk vooral om me heen, waar het park een rustige oase is in een drukke stad, een groen bad aan de voeten van de reuzen die gebouwen vormen. Het is een mooie hoek van Chicago, waar je zomaar vaker zou kunnen gaan zitten met een boek, op een mooie, zonnige dag in juli. Verder denk ik wat over Lincoln en geschiedschrijving, vakanties waar men dingen compleet anders ervaart en Amerikaan of toerist zijn.


Fireworks at Lake Michigan

Omdat ik in het centrum heb afgesproken met Megan, loop ik na een poosje weer terug. Dat doe ik niet via het drukke Michigan Ave of het strand, waarlangs ik op de heenweg liep, maar langs Dearborn Street. Dat is een stuk rustiger, er staan veel bomen die voor schaduw zorgen en de straat wordt gekenmerkt door prachtige huizen waar ik steeds weer bij stil sta om in me op te nemen.

Omdat ik me onderweg nog even laat ophouden door een WholeFoods, om fruit te kopen en te kijken of ze bepaalde veganistische koekjes hebben (die hebben ze niet; ze zijn kort daarvoor uit het assortiment gehaald), ben ik iets later dan afgesproken bij de Leeuwen van het Art Institute, maar Megan is al lang blij dat ik heelhuids aangekomen ben.

We lopen samen richting Lake Michigan, over een kunstzinnig kronkelende brug en praten wat over veganisme en respect voor meningen van andersdenkenden. Ze heeft gezegd dat ze zou proberen tijdens mijn verblijf veganistisch mee te eten, maar nu ze een hotdogkraam ziet kan ze zich nauwelijks aan die belofte houden. We zoeken een mooie plek in het gras en langzaamaan wordt het donkerder. Als het donker genoeg is barst het vuurwerk los: “fireworks at lake Michigan,” zoals Kanye West al zong.

Nadien proberen we de auto terug te vinden in de garage onder Millennium Park en rijden we terug naar huis. De snelweg wordt omringd door vuurwerk dat overal nog aan de gang is. Het is 4 juli, Independence Day, waarop Amerikaanse Britten de mensen over de oceaan vertelden dat ze lekker thuis mochten blijven, met het resultaat dat een zelfstandig Amerika gevormd werd. En dat mag best uitbundig gevierd worden.
- – - noten – - -

[1] Het station ligt namelijk op de rand van Naperville, maar is genoemd naar het aangrenzende Aurora. Station Naperville, dat ook op het schema staat, ligt 5 minuten verderop. Op zondagen hoef je geen parkeergeld te betalen, dus volgens mij geldt dat ook voor feestdagen, waarop het parkeerplein bijkans leeg is.

No Comments yet »

Going to Carolina in my mind

Posted in politics, USA by Herman1850
Jan 22 2012
TrackBack Address.

Op twitter heb ik mensen al eerder lastig gevallen met dit liedje, dat maar niet uit mijn hoofd wil verdwijnen, maar hier heb ik het nog niet geplaatst.

South Carolina heeft me eigenlijk al jaren gefascineerd, om de enorme rol die het gespeeld heeft rond de Amerikaanse Burgeroorlog. Met de prominente aandacht die het rond de voorverkiezingen gekregen heeft kan ik er eigenlijk helemaal niet meer omheen: ik wil er naartoe! Ik wil de eigenzinnige staat bezoeken waar ze wars waren (en weer lijken) van federalisme, langs historische plaatsen en gebouwen lopen, waar Fort Sumter beschoten is en waar de Hunley te water is gelaten, om 130 jaar later pas weer te worden opgevist. Dat soort dingen, maar ook gewoon omdat het Amerika is.

Ik moet nog maar zien of ik dat allemaal kan plannen, dus tot die tijd moet ik het doen met tripjes naar Carolina in mijn hoofd. En een daar over zingende Stephen Colbert.

The Colbert Report Mon – Thurs 11:30pm / 10:30c
James Taylor & Stephen Colbert – “Carolina in My Mind”
www.colbertnation.com
Colbert Report Full Episodes Political Humor & Satire Blog Video Archive

 

En toen Stephen Colbert deze week ook nog de befaamde woorden “fiddle-dee-dee” sprak, ging ik spontaan mijn zondagmiddag besteden aan een zoveelste keer naar Gone with the Wind kijken. Dat Georgia weinig met South Carolina te maken heeft mag de pret niet drukken. En al mocht het dat, dan wijs ik met de beschuldigende vinger naar Stephen Colbert. Dankzij hem heb ik Carolina in my mind. De hele dag.

 

P.S. Herman “Stephen Colbert” Cain heeft in de voorverkiezingen nog 6.324 stemmen gekregen. Ben benieuwd of het genoeg is om Colbert alsnog een gooi te laten doen naar het Amerikaanse presidentschap.

No Comments yet »

Dagje slenteren in Naperville, Illinois

Posted in USA2011 by Herman1850
Jul 08 2011
TrackBack Address.

De vorige keer dat ik door Naperville liep, omschreef ik het nog als plastic aandoend, kunstmatig als een soort nepdorp. Vandaag neem ik nieuwgierig de trein vanaf de grens tussen Naperville en Aurora naar downtown Naperville (een ritje van 5 minuten, waavoor ik vreemd genoeg de helft moet betalen van de reis naar Chicago, ruim een uur verderop).

Het centrum wordt gedomineerd door auto’s, die de straten tussen de smalle stoepen aan weerszijden vullen. Als je deze auto’s wegdenkt, zou het zomaar een gezellig stadje kunnen zijn, met winkeltjes, restaurants en vrolijk keuvelende winkelaars. Dat het voornamelijk winkeltjes zijn, komt door het feit dat grote ketens zich voornamelijk vestigen aan de stripmalls, waar je in de auto constant wordt verleid tot het doen van aankopen: kledingwinkels, supermarkten, fastfood-restaurants, winkels met alles wat je maar kunt bedenken in de aanbieding—ze lonken tussen ieder stoplicht aan elke zichzelf respecterende weg. Soms zelfs met de nogal paradoxale boodschap: “Shop! Save!” De beste manier om te besparen is immers toch om niets aan te schaffen.

Bij de lokale boekwinkel “Anderson’s” is een speciale tent opgezet met aanbiedingen, maar ik wijs resoluut alle “misschien wel interessant” opties af. Vanmorgen heb ik bij Borders wel een boek gekocht dat al een poosje op mijn verlanglijstje stond: “Darwin’s Sacred Cause,” in hardcover voor slechts $3,98. Daarvoor koop je het zelfs niet bij De Slegte. Verderop in het stadje vind ik bij Barnes & Noble nog wel Sarah Vowells “Wordy Shipmates,” een populair-historische boek over de Puriteinen, op een tafel vol aanbiedingen. Ze schrijft vaker van dergelijke geschiedenissen en ik ben ook erg benieuwd naar deze.

Ik had nooit gedacht dat ik het zou zeggen, maar ik mis hier de terrasjes—de smalle stoepen laten ze simpelweg niet toe, waardoor het geheel, samen met de steeds langsrijdende pick-up trucks en SUV-uitvoeringen van gezinsauto’s, een gehaaste, drukkende indruk maakt en ik voel eerder de behoefte het centrum te ontvluchten voor de periferie.

Gelukkig bevindt zich aan de rand van het centrum een zogeheten “riverwalk,” een pad langs een watertje dat de naam rivier eigenlijk niet mag dragen. Het biedt echter enkele mooie beelden en deze oase brengt niet alleen mij maar ook een groep eenden tot rust: ze liggen tegen de wal aan op wat stenen in het water te slapen. Een moedereend met twee kleintjes vormt de uitzondering en zwemt rond, naarstig op zoek naar wat te eten voor hun drieën. De vis waar ze overheen zwemmen, mooi zichtbaar in het water, is te groot, al zou het me niet verbazen als ze deze te ruim bedeelde maaltijd, naar goed Amerikaanse gewoonte, alsnog zouden verorberen als ik even niet kijk.

Als Amerikanen het even niet meer weten, zetten ze ergens een fontein neer, met bankjes erbij om moeders met jammerende kinderen of Peters met volgekalkte notitieblocjes en boeken plaats te bieden. Twee mannen met overgewicht zijn ook gaan zitten, aan de kant waar de wind ze druppels in het gezicht waait. Ook ik vang er enkele op, als heerlijke verkoeling van het benauwde weer. Na stralend zonnige dagen en vannacht wat regen, is het vandaag bewolkt en een graad of 87F. Vanaf mijn bankje zie ik een steakhouse en ik heb trek—bewijs dat correlatie niet altijd wijst op causaliteit.

Van de in het centrum aanwezige eetopties, kies ik uiteindelijk voor in pinda-olie gebakken frietjes bij Five Guys en een Strawberry Whirl bij Jamba Juice. Navraag over de respectievelijk aanwezige “veggie sandwich” en gebak leert, dat die opties niet veganistisch zijn. Dat is op zich jammer, maar het is in mijn ogen toch enigszins verrassend dat in beide gevallen het meisje achter de kassa niet vreemd opkijkt van de vraag en geen uitleg nodig heeft over wat ik daar precies mee bedoel. Ze weten ook direct te vertellen waarom iets niet veganistisch is.

Al slurpend en kauwend op smoothie en patat, denk ik na over de indruk die Naperville nou precies op me maakt en hoe ik de vorige keer op de benaming van “plastic” kwam. Hoewel ik nu niet meteen aan een karakterisering als plastic moet denken, snap ik wel nou waarom ik dat eigenlijk zo noemde: de winkels en gebouwen in het centrum lijken op een soort van filmset, alsof elk moment een Western gefilmd zou kunnen worden (waarbij dan alleen nog wel de klapdeuren en voerbak voor paarden ontbreken). Het zijn vaak losse, lage gebouwen met speciaal vormgegeven gevels en een grote tekst er op. Het doet aan als een bordkartonnen facade, bedoeld om de kijker de indruk te geven dat er iets is wat eigenlijk niet bestaat.

Toch bestaat Naperville al sinds 1831, dus toch al een poosje, zeker voor deze regionen. Net buiten het centrum ligt volgens mijn kaart “Naper Settlement.” Ik stel me een uitleg van de stichting en geschiedenis van Naperville voor, dus mijn nieuwsgierigheid is gewekt. Als ik echter op de aangegeven plaats aankom, staat er een bijeenraapsel van wat gebouwtjes, die van allerlei plekken in de omgeving op deze plek zijn gezet, met de bedoeling om, door deze impressie van een 19e-eeuws dorpje, geschiedenis te laten zien aan voornamelijk kinderen, “omdat kennis van geschiedenis zo belangrijk is voor zelfbewustzijn” (aldus een plakkaat). Het is nog maar de vraag of het voorbij uiterlijkheden en oppervlakte zal geraken, want hun huizen en hobbies zeggen net zo veel over de vroegere beleving als onze woning en werk over onze ervaringen en gedachten zeggen. Dat gezegd hebbend, denk ik dat juist deze benadering, meer dan de theoretische, de interesse voor geschiedenis vroeg kan wekken. Voor mij is het jammer genoeg (in dit geval) echter vooral de ideeënkant die me interesseert.

Na deze korte gedachten over geschiedenis loop ik terug naar het station, lurkend aan mijn laatste restjes aardbeiensmoothie en vol van indrukken. De trap van het station oplopend, hoor ik iemand uit een auto “Pedophile!” naar me roepen. Hij kan natuurlijk niet weten dat ik eigenlijk niet zo veel met kinderen heb—net zoals het meisje dat op het perron zit niet kan weten dat ik een oceaan verwijderd ben van mijn huis, als ze me vraagt of ik weet of ergens nog werk beschikbaar is. We hebben het over New York, waar ze vandaan komt, en ze raadt me aan die stad zeker eens te gaan zien. Dat ga ik zeker doen, maar dan gaat er wel iemand met me mee.

1 Comment »

Mary Poppins in het land van Mary Lincoln

Posted in USA2009 by Herman1850
Jul 19 2009
TrackBack Address.

peterpoppinsLangzaam dringt het tot me door: ik ben weer terug van vakantie en heb er alweer een volle week werken opzitten. Nu ben ik een nogal emotioneel snelgeraakte jongen, dus ik loop nog steeds wat stiller rond en zit nog vol met indrukken. Ik lees weinig en zit veel online, zonder dat ik daar bijzonder veel zinnigs te doen heb: ik chat wat met Megan en zoek naar interessante nieuwe mensen (waar ik even mee ga e-mailen en na een paar berichtjes zal dat vast weer doodbloeden, omdat deze emotionaliteit ook weer zal wegebben).

Die emotionaliteit zie je ook bij mijn hechting na seksueel contact en dat leidt in mijn geval tot grote terughoudendheid. Eerlijk gezegd weet ik niet of ik het makkelijker zou willen hebben met die gevoelens. Een voorzichtige houding bevalt me wel. Net zoals het dilemma rijst ten aanzien van drug- en drankgebruik: het kan ontspannend werken en de wereld van een andere kant laten zien. Toch ben ik intussen volwassen genoeg om te kunnen zeggen dat een dergelijke exploratie niet zo nodig op mijn pad hoeft te liggen. Door vakanties en wandelingen door nieuwe (of bekende) steden word ik ook dusdanig diep geraakt, dat ik helemaal geen chemische alteraties (of seksuele escapades) nodig heb om dergelijke resultaten te bewerkstelligen.

Lopen door een stad als Washington, DC, was een verademing voor een Amerikaliefhebber als ik. Hoge temperaturen, wachten voor een stoplicht, massa’s mensen voor een monument, worden allemaal iets bijzonders. Schellen vallen van je ogen, letters stijgen op van papier en worden werkelijkheid: daar loopt de Amerikaan. Foto’s rijzen op Mary Poppins-achtige manier voor je ogen en je springt er volenthousiast in: handen vast en ogen dicht. Je knijpt nog even extra hard en hoort je zusje klagen, omdat het allemaal echt is en geen droom.

Ik werd emotioneel toen ik voor de laatste keer nog snel even langs het Lincoln Memorial wilde. De avond viel, mijn zusje wilde niet mee, dus ik liep in mijn eentje langs de grasvelden van The Mall. Alsof het op het punt stond te verdwijnen in de duisternis, versnelde ik mijn pas. Misschien is het beter te vergelijken met filmische momenten van reunie: mensen die elkaar weerzien op een station of vliegveld, het looptempo op de rand van in elkaars armen rennen. Dit was echter een afscheid, een laatste blik en het voelde ook tamelijk dramatisch. Tranen welden achter mijn ogen en ik liet er een ontsnappen toen ik wegliep bij het monument.

Nu ik thuis ben, wil ik terug. Anders dan mijn collega, die iedere keer weer nieuwe plekken in de VS bezoekt, vind ik het niet erg om weer naar de plekken die ik al eens heb gezien te gaan, als een soort terugkomst–een thuiskomst op plekken waar ik delen van mijn hart achtergelaten heb. Nog geen twee weken na mijn vertrek uit Amerika, zit ik te denken aan mogelijkheden voor dat onvermijdelijke volgende bezoek: weer Washington, DC? De Zephyr van Chicago naar San Francisco? Bij andere vrienden op visite–Mindy’s huwelijk in November 2010 of bij Kathleen in Washington state? Het zal moeten wachten tot mijn financiën weer enigszins ademruimte bieden en voor dat zover is zal het nog wel even duren. Tot die tijd zal ik het met plaatjes moeten doen.

No Comments yet »

Just breathe (2AM)

Posted in daily life, personal, USA2009 by Herman1850
Jul 12 2009
TrackBack Address.

“No one can find the rewind button, boys,
so cradle your head in your hands,
and breathe, just breathe.”
(Anna Nalick – Just breathe (2AM)).

the above lyrics are appropriate in more than one way. First, I seem unable to breathe when I go to bed at night, when a certain fear overwhelms me. Fear of forgetting, of letting go that which I cherished so over the past three weeks. Fear that normality will flood whatever felt special. Which experiences teaches it won’t, but this fear is irrational and uncontrollable. There is no rewind button, nor a way to re-experience it, only the memory of what was. Now, there is just this short rush of panice, until reading a book, talking to a friend or falling asleep pushes it aside.

Sleep, then, last till about 2AM, when I wake, head full of unimportant, wandering thoughts. Songs in my head will repeat the livelong hour, till I give up and open my eyes, get up and try to exhaust myself, so I will fall asleep again and waste the first part of my day: today I got up at 11:40 AM, while it felt more like 8ish. “My body still remembers things I told it to forget,” sings John k. Samson, and I live it. Shortly, though, before everything will turn to daily routines, lovely memories, and beckoning futures.

No Comments yet »

Fotootjes

Posted in USA2009 by Herman1850
Jul 10 2009
TrackBack Address.


Nog meer foto’s zijn te vinden op het volgende webadres:
http://s250.photobucket.com/albums/gg263/sibieskixiii/USA2009/

No Comments yet »

Terug op Nederlanse bodem

Posted in USA2009 by Herman1850
Jul 09 2009
TrackBack Address.

Vakanties komen altijd ten einde, dus ook voor mij kwam dat onvermijdelijke moment. Het was goed, de vakantie was ruimschoots geslaagd (maar daar heb ik al over verhaald).

Op de laatste dag in Amerika zijn Mirjam en ik nog even naar de Walmart gelopen om wat lekkers te kopen voor onze reis. Verder hebben we wat ontspannen met de tv en DS aan, hangend op de bank, tot het tijd was om te vertrekken.

Om een raamstoel te kunnen bemachtigen en het fileverkeer te compenseren, zijn we extra vroeg vertrokken, maar het fileverkeer viel mee en bij het inchecken hoorden we dat het vliegtuig een uur later zou vertrekken. Dat hield in dat we op Londen maar een uurtje overstaptijd overhielden.

In het vliegtuig zat een vervelend, huilend en in de rug schoppend kind achter ons, maar verder verliep de vlucht voorspoedig. We kregen maar weinig slaap, maar dan zouden we ‘s avonds in Nederland vast beter kunnen slapen.

Op Londen misten we inderdaad onze vlucht, maar we konden voorspoedig overboeken naar een vlucht van 3 uur later. De familie die ons zou ophalen moest wel op ons wachten, maar dat deden ze met liefde (toch?).

In de auto was ik stil, reflectief en emotioneel. Dat zal als ik eenmaal thuis ben niet anders zijn. Het zal fijn zijn om weer in mijn eigen huisje te kunnen rommelen en met poes op de bank te zitten.

Nu zit ik nog bij mijn ouders thuis, in een huis vol met kleine koters: neefjes en nichtjes, die in blote buiken en billen het leven verkennen. Zo zit de wereld vol met kleine dingen en grote indrukken.

No Comments yet »

Laag op de ladder

Posted in USA2009 by Herman1850
Jul 07 2009
TrackBack Address.

Laatst ving ik een glimp op van een speech die Mike Huckabee gaf naar aanleiding van de 4th of July. In dat fragment verbond hij het eerste amendement nadrukkelijk met het tweede: zonder de garantie van het recht op wapenbezit, was de vrijheid van meningsuiting leeg en betekenisloos. Immers, de burgers zouden machteloos zijn en zouden hun recht niet uit alle macht kunnen verdedigen. Deze uitspraak illustreert voor mij vooral een wereldvreemde houding. Als referentiepunt neemt Huckabee immers niet de moderne Westerse wereld (waarin Nederlanders en andere Europeanen geen recht op wapenbezit kennen, maar wel een recht op vrijheid van meningsuiting), maar een wereld van 220 jaar geleden, waarin de overheid nog weerstaan kon worden met milities en pistolen. Verder ontspruit hieruit een paradox, namelijk dat een overheid die het eerste amendement schendt zich naar alle waarschijnlijkheid niet veel van een ander amendement zal aantrekken. Met andere woorden, het tweede amendement, waarin men het wapenbezit kan aanwenden om zich te weren tegen een losgeslagen overheid, lijkt nogal betekenisloos.

Toch wil dat niet zeggen dat ik tegen het amendement ben, of het recht op wapenbezit. Zeker, als eventueel verzet tegen een overheid is het nietszeggend, maar de bewoording van het amendement impliceert een “recht op het dragen van wapens,” dat buiten de grondwet ligt: het bestaande recht mag door de overheid niet beperkt of aangetast worden. Uitgaande van dat recht, is het goed dat het beschermd wordt, net zoals andere rechten (“zoals daar zijn vrijheid, gelijkheid, bezit en het nastreven van geluk”) dat zouden moeten worden.

Een andere ideologie in Amerika is–natuurlijk–het zelfverbeteringsideaal: iedereen die het probeert kan zichzelf opwerken en rijk of belangrijk worden. Als je om je heen kijkt in dit land, dan weet je dat dat pertinent onwaar is.

Gisteren zijn we naar plaatsen geweest waar dat extra goed te zien is: kringloopwinkels en de bowlingbaan. ‘s Morgens reden we naar een Goodwill, waar een hoop van je gading kan liggen, of helemaal niks. Ik keek er naar wat cd’s en boeken, om twee van de eerste en één van de laatste mee te nemen. Er waren veel kleren te koop, maar ook computerspelletjes en sieraden en–wat ik in Nederland nog niet gezien heb–bowlingballen. Bij de Goodwill was het niet zo druk, maar bij de Unique Thrift Store kon je nauwelijks door de paden lopen. Dikke, luide mensen waren er vooral op zoek naar goedkope kleren en dikke, luide kinderen liepen verveeld achter de moeders aan. White Trash of Rednecks, zwangere moeders van al te veel kinderen, bolronde Latino’s, het was een waar festijn van sociaal-economische stagnatie. In deze omgeving had ik nog bijna een t-shirt gekocht met de tekst “god is awesome,” maar op de achterkant stond de naam van een soort missievereniging, dus ik heb het toch maar niet gedaan.

Onderweg naar huis gedroegen we ons nog even stereotypisch en bestelden een fast-food lunch bij de Drive Through Taco Bell en Wendy’s.

Een ongepast elitaire intermissie werd verzorgd door Laura, die in Mirjam, Megan en mijzelf een klas had gevonden om kunst aan te onderwijzen: we moesten met stiften wc-papier bestippelen in een patroon, zodat het op een slangenhuid zou lijken als je de vier velletjes uit zou vouwen. Het idee was aardig, maar de uitwerking was minder, door een strenge juf en niet-werkende stiften.

Aan het einde van de middag pasten we ons weer aan en gingen we bowlen. Naast ons zat een moeder met drie bloempotgeschoren kinderen, waarvan een zozeer op een bowlingbal leek (klein en rond), dat ik mijn vingers bijna in zijn mond en neusgaten stak, om hem de baan over te gooien. In plaats daarvan gooide het knulletje een bal zo vroeg en scheef, dat hij bij ons in de goot belandde en Mirjam zo verhinderde om te gooien (omdat het hek sloot). Ongestoord gooide ik vervolgens een persoonlijk record: 167 punten. Het belangrijkste was echter, dat we allemaal een strike gegooid hebben, allemaal een voetfout achter onze naam hadden staan en ons danig vermaakt hebben op de baan.

Het ziet er nu bewolkt uit, dus het zal vast niet weer rond de 30C worden, zoals de afgelopen twee dagen, al weet je het hier nooit: het is warm en benauwd als je buiten bent, maar airconditioning in huis zorgt ervoor dat je daar niet veel van merkt.

Over huis gesproken: nog 24 uur en dan zijn we alweer geland op Schiphol en staan we met beide benen op Nederlandse bodem. Het is een vreemd idee en ik geloof dat het nog niet helemaal tot me doordringt. Het wordt straks tijd om de tassen en koffers te pakken, nog een laatste keer naar de Wal-Mart of Aldi te lopen met Mirjam en na te denken over wat we allemaal gedaan en gezien hebben.

Amerika, land dat altijd lokt. Ik zeg het dus geen vaarwel; ik zeg tot ziens–tot de volgende keer.

No Comments yet »
Next page »

Follow Me!

 Facebook Twitter YouTube StumbleUpon RSS

Secrets Of new payday loan lenders The Best Routes

Categories

Twitter @87books

UTPW Presented by image consultant los angeles

Archives

May 2013
S M T W T F S
« Apr    
 1234
567891011
12131415161718
19202122232425
262728293031  
Powered by WordPress | “Blend” from Spectacu.la WP Themes Club