Fourscore and Seven Books

Fourscore and Seven Books

van boeken en beesten, god en geschiedenis

  • Better World Books
  • De Slegte
  • Lincoln Book Shop
  • Partij voor de Dieren
  • Twitter
  • Home
  • Civil War
  • Essays
  • Books
  • About me
  • Contact
  • Links

Mary Poppins in het land van Mary Lincoln

Posted in USA2009 by Herman1850
Jul 19 2009
TrackBack Address.

peterpoppinsLangzaam dringt het tot me door: ik ben weer terug van vakantie en heb er alweer een volle week werken opzitten. Nu ben ik een nogal emotioneel snelgeraakte jongen, dus ik loop nog steeds wat stiller rond en zit nog vol met indrukken. Ik lees weinig en zit veel online, zonder dat ik daar bijzonder veel zinnigs te doen heb: ik chat wat met Megan en zoek naar interessante nieuwe mensen (waar ik even mee ga e-mailen en na een paar berichtjes zal dat vast weer doodbloeden, omdat deze emotionaliteit ook weer zal wegebben).

Die emotionaliteit zie je ook bij mijn hechting na seksueel contact en dat leidt in mijn geval tot grote terughoudendheid. Eerlijk gezegd weet ik niet of ik het makkelijker zou willen hebben met die gevoelens. Een voorzichtige houding bevalt me wel. Net zoals het dilemma rijst ten aanzien van drug- en drankgebruik: het kan ontspannend werken en de wereld van een andere kant laten zien. Toch ben ik intussen volwassen genoeg om te kunnen zeggen dat een dergelijke exploratie niet zo nodig op mijn pad hoeft te liggen. Door vakanties en wandelingen door nieuwe (of bekende) steden word ik ook dusdanig diep geraakt, dat ik helemaal geen chemische alteraties (of seksuele escapades) nodig heb om dergelijke resultaten te bewerkstelligen.

Lopen door een stad als Washington, DC, was een verademing voor een Amerikaliefhebber als ik. Hoge temperaturen, wachten voor een stoplicht, massa’s mensen voor een monument, worden allemaal iets bijzonders. Schellen vallen van je ogen, letters stijgen op van papier en worden werkelijkheid: daar loopt de Amerikaan. Foto’s rijzen op Mary Poppins-achtige manier voor je ogen en je springt er volenthousiast in: handen vast en ogen dicht. Je knijpt nog even extra hard en hoort je zusje klagen, omdat het allemaal echt is en geen droom.

Ik werd emotioneel toen ik voor de laatste keer nog snel even langs het Lincoln Memorial wilde. De avond viel, mijn zusje wilde niet mee, dus ik liep in mijn eentje langs de grasvelden van The Mall. Alsof het op het punt stond te verdwijnen in de duisternis, versnelde ik mijn pas. Misschien is het beter te vergelijken met filmische momenten van reunie: mensen die elkaar weerzien op een station of vliegveld, het looptempo op de rand van in elkaars armen rennen. Dit was echter een afscheid, een laatste blik en het voelde ook tamelijk dramatisch. Tranen welden achter mijn ogen en ik liet er een ontsnappen toen ik wegliep bij het monument.

Nu ik thuis ben, wil ik terug. Anders dan mijn collega, die iedere keer weer nieuwe plekken in de VS bezoekt, vind ik het niet erg om weer naar de plekken die ik al eens heb gezien te gaan, als een soort terugkomst–een thuiskomst op plekken waar ik delen van mijn hart achtergelaten heb. Nog geen twee weken na mijn vertrek uit Amerika, zit ik te denken aan mogelijkheden voor dat onvermijdelijke volgende bezoek: weer Washington, DC? De Zephyr van Chicago naar San Francisco? Bij andere vrienden op visite–Mindy’s huwelijk in November 2010 of bij Kathleen in Washington state? Het zal moeten wachten tot mijn financiën weer enigszins ademruimte bieden en voor dat zover is zal het nog wel even duren. Tot die tijd zal ik het met plaatjes moeten doen.

No Comments yet »

Just breathe (2AM)

Posted in daily life, personal, USA2009 by Herman1850
Jul 12 2009
TrackBack Address.

“No one can find the rewind button, boys,
so cradle your head in your hands,
and breathe, just breathe.”
(Anna Nalick – Just breathe (2AM)).

the above lyrics are appropriate in more than one way. First, I seem unable to breathe when I go to bed at night, when a certain fear overwhelms me. Fear of forgetting, of letting go that which I cherished so over the past three weeks. Fear that normality will flood whatever felt special. Which experiences teaches it won’t, but this fear is irrational and uncontrollable. There is no rewind button, nor a way to re-experience it, only the memory of what was. Now, there is just this short rush of panice, until reading a book, talking to a friend or falling asleep pushes it aside.

Sleep, then, last till about 2AM, when I wake, head full of unimportant, wandering thoughts. Songs in my head will repeat the livelong hour, till I give up and open my eyes, get up and try to exhaust myself, so I will fall asleep again and waste the first part of my day: today I got up at 11:40 AM, while it felt more like 8ish. “My body still remembers things I told it to forget,” sings John k. Samson, and I live it. Shortly, though, before everything will turn to daily routines, lovely memories, and beckoning futures.

No Comments yet »

Fotootjes

Posted in USA2009 by Herman1850
Jul 10 2009
TrackBack Address.


Nog meer foto’s zijn te vinden op het volgende webadres:
http://s250.photobucket.com/albums/gg263/sibieskixiii/USA2009/

No Comments yet »

Terug op Nederlanse bodem

Posted in USA2009 by Herman1850
Jul 09 2009
TrackBack Address.

Vakanties komen altijd ten einde, dus ook voor mij kwam dat onvermijdelijke moment. Het was goed, de vakantie was ruimschoots geslaagd (maar daar heb ik al over verhaald).

Op de laatste dag in Amerika zijn Mirjam en ik nog even naar de Walmart gelopen om wat lekkers te kopen voor onze reis. Verder hebben we wat ontspannen met de tv en DS aan, hangend op de bank, tot het tijd was om te vertrekken.

Om een raamstoel te kunnen bemachtigen en het fileverkeer te compenseren, zijn we extra vroeg vertrokken, maar het fileverkeer viel mee en bij het inchecken hoorden we dat het vliegtuig een uur later zou vertrekken. Dat hield in dat we op Londen maar een uurtje overstaptijd overhielden.

In het vliegtuig zat een vervelend, huilend en in de rug schoppend kind achter ons, maar verder verliep de vlucht voorspoedig. We kregen maar weinig slaap, maar dan zouden we ‘s avonds in Nederland vast beter kunnen slapen.

Op Londen misten we inderdaad onze vlucht, maar we konden voorspoedig overboeken naar een vlucht van 3 uur later. De familie die ons zou ophalen moest wel op ons wachten, maar dat deden ze met liefde (toch?).

In de auto was ik stil, reflectief en emotioneel. Dat zal als ik eenmaal thuis ben niet anders zijn. Het zal fijn zijn om weer in mijn eigen huisje te kunnen rommelen en met poes op de bank te zitten.

Nu zit ik nog bij mijn ouders thuis, in een huis vol met kleine koters: neefjes en nichtjes, die in blote buiken en billen het leven verkennen. Zo zit de wereld vol met kleine dingen en grote indrukken.

No Comments yet »

Laag op de ladder

Posted in USA2009 by Herman1850
Jul 07 2009
TrackBack Address.

Laatst ving ik een glimp op van een speech die Mike Huckabee gaf naar aanleiding van de 4th of July. In dat fragment verbond hij het eerste amendement nadrukkelijk met het tweede: zonder de garantie van het recht op wapenbezit, was de vrijheid van meningsuiting leeg en betekenisloos. Immers, de burgers zouden machteloos zijn en zouden hun recht niet uit alle macht kunnen verdedigen. Deze uitspraak illustreert voor mij vooral een wereldvreemde houding. Als referentiepunt neemt Huckabee immers niet de moderne Westerse wereld (waarin Nederlanders en andere Europeanen geen recht op wapenbezit kennen, maar wel een recht op vrijheid van meningsuiting), maar een wereld van 220 jaar geleden, waarin de overheid nog weerstaan kon worden met milities en pistolen. Verder ontspruit hieruit een paradox, namelijk dat een overheid die het eerste amendement schendt zich naar alle waarschijnlijkheid niet veel van een ander amendement zal aantrekken. Met andere woorden, het tweede amendement, waarin men het wapenbezit kan aanwenden om zich te weren tegen een losgeslagen overheid, lijkt nogal betekenisloos.

Toch wil dat niet zeggen dat ik tegen het amendement ben, of het recht op wapenbezit. Zeker, als eventueel verzet tegen een overheid is het nietszeggend, maar de bewoording van het amendement impliceert een “recht op het dragen van wapens,” dat buiten de grondwet ligt: het bestaande recht mag door de overheid niet beperkt of aangetast worden. Uitgaande van dat recht, is het goed dat het beschermd wordt, net zoals andere rechten (“zoals daar zijn vrijheid, gelijkheid, bezit en het nastreven van geluk”) dat zouden moeten worden.

Een andere ideologie in Amerika is–natuurlijk–het zelfverbeteringsideaal: iedereen die het probeert kan zichzelf opwerken en rijk of belangrijk worden. Als je om je heen kijkt in dit land, dan weet je dat dat pertinent onwaar is.

Gisteren zijn we naar plaatsen geweest waar dat extra goed te zien is: kringloopwinkels en de bowlingbaan. ‘s Morgens reden we naar een Goodwill, waar een hoop van je gading kan liggen, of helemaal niks. Ik keek er naar wat cd’s en boeken, om twee van de eerste en één van de laatste mee te nemen. Er waren veel kleren te koop, maar ook computerspelletjes en sieraden en–wat ik in Nederland nog niet gezien heb–bowlingballen. Bij de Goodwill was het niet zo druk, maar bij de Unique Thrift Store kon je nauwelijks door de paden lopen. Dikke, luide mensen waren er vooral op zoek naar goedkope kleren en dikke, luide kinderen liepen verveeld achter de moeders aan. White Trash of Rednecks, zwangere moeders van al te veel kinderen, bolronde Latino’s, het was een waar festijn van sociaal-economische stagnatie. In deze omgeving had ik nog bijna een t-shirt gekocht met de tekst “god is awesome,” maar op de achterkant stond de naam van een soort missievereniging, dus ik heb het toch maar niet gedaan.

Onderweg naar huis gedroegen we ons nog even stereotypisch en bestelden een fast-food lunch bij de Drive Through Taco Bell en Wendy’s.

Een ongepast elitaire intermissie werd verzorgd door Laura, die in Mirjam, Megan en mijzelf een klas had gevonden om kunst aan te onderwijzen: we moesten met stiften wc-papier bestippelen in een patroon, zodat het op een slangenhuid zou lijken als je de vier velletjes uit zou vouwen. Het idee was aardig, maar de uitwerking was minder, door een strenge juf en niet-werkende stiften.

Aan het einde van de middag pasten we ons weer aan en gingen we bowlen. Naast ons zat een moeder met drie bloempotgeschoren kinderen, waarvan een zozeer op een bowlingbal leek (klein en rond), dat ik mijn vingers bijna in zijn mond en neusgaten stak, om hem de baan over te gooien. In plaats daarvan gooide het knulletje een bal zo vroeg en scheef, dat hij bij ons in de goot belandde en Mirjam zo verhinderde om te gooien (omdat het hek sloot). Ongestoord gooide ik vervolgens een persoonlijk record: 167 punten. Het belangrijkste was echter, dat we allemaal een strike gegooid hebben, allemaal een voetfout achter onze naam hadden staan en ons danig vermaakt hebben op de baan.

Het ziet er nu bewolkt uit, dus het zal vast niet weer rond de 30C worden, zoals de afgelopen twee dagen, al weet je het hier nooit: het is warm en benauwd als je buiten bent, maar airconditioning in huis zorgt ervoor dat je daar niet veel van merkt.

Over huis gesproken: nog 24 uur en dan zijn we alweer geland op Schiphol en staan we met beide benen op Nederlandse bodem. Het is een vreemd idee en ik geloof dat het nog niet helemaal tot me doordringt. Het wordt straks tijd om de tassen en koffers te pakken, nog een laatste keer naar de Wal-Mart of Aldi te lopen met Mirjam en na te denken over wat we allemaal gedaan en gezien hebben.

Amerika, land dat altijd lokt. Ik zeg het dus geen vaarwel; ik zeg tot ziens–tot de volgende keer.

No Comments yet »

De wereld aan je voeten

Posted in USA2009 by Herman1850
Jul 06 2009
TrackBack Address.

Aan alle mensen die me in regenachtige tijden op het hart drukten dat het in Nederland wel mooi weer was: na een enkele regendag scheen de zon hier ook weer in volle glorie.

Omdat het weer nogal onvoorspelbaar is, besloot Megan dus gisteren optimaal gebruik te maken van het weer en naar Chicago te gaan.

De vorige keer dat ik hier was, raakten we steeds de weg kwijt als we iets zochten om te bezoeken. Nu kan Megan de stad wel uitstekend vinden, maar natuurlijk konden we de weg naar buiten niet vinden toen we eenmaal geparkeerd waren.

We liepen naar Millennium Park, een bekend punt in het centrum van de stad, waar onder andere The Bean staat, maar ook twee torens met daarop steeds veranderende gezichten: ze glimlachen, kijken neutraal, boos of verdrietig (etc.). Er is ook een gezicht waarbij ineens een stroom water ter hoogte van de mond uit de toren spuit–alsof het gezicht begint te spugen. Zeker met zulk mooi weer als gisteren (het was 85F) is het een verzamelplaats voor mensen om wat verkoeling te zoeken. De kinderen rennen en spelen in het water en soms mengt een ouder zich erin. Het geheel is een vrolijk en ontspannen gezicht, zeker als ineens de torens beginnen te spuwen.

We liepen verder richting de Hancock Center en bezochten daarbij wat souvenir- en sportwinkels, zonder iets te kopen. Onderweg heb ik al zo veel prullaria aangeschaft, dat er eigenlijk niets meer in mijn koffer past–zeker niet zonder ‘m te zwaar voor het vliegtuig te maken.

Het is toch iedere keer iets bijzonders om door een Amerikaanse stad te lopen. Waar we in Rotterdam een enkel hoog gebouw bij het station hebben staan, is het stadscentrum hier ermee bezaaid. Het is de stereotypische Amerikaanse skyline, maar gevuld met allemaal verschillende kleuren, vormen en hoogtes. Het Hancock gebouw is daarin helemaal niet het hoogste gebouw, maar volgens Megan biedt het wel een mooier uitzicht dan bijvoorbeeld de Sears Tower (als ik mij niet vergis, het hoogste gebouw van de VS). Het is bovendien veel minder drukbezocht, dus zonder al te lang te hoeven wachten kun je naar boven om te genieten van het uitzicht.

Ook al zit je op de 94e verdieping (hoewel, de 94th floor vertaalt waarschijnlijk naar de 92e verdieping, omdat ze de begane grond ook meetellen en er nooit een 13e verdieping is), je doet er met de snelste lift van Noord Amerika niet meer dan 40 seconden over om boven te komen. Dat is tenminste wat de met grapjes gespekte opname in de lift je vertelt. Onderweg naar beneden beweerde ze overigens ook dat het Hancock Center ‘s werelds meest herkende gebouw is dus die informatie neem ik allemaal met een korrel zout. (Misschien was het wel 38 seconden!)

Buiten kijf staat, dat het uitzicht vanaf die hoge verdieping imposant is: de wereld ligt er aan je voeten, net als de wereldstad. Ineens kijk je niet meer op naar de enorme gebouwen, maar je kijkt erop neer. Je ziet Lake Michigan, vol met bootjes en het strand vol met zonnende mensjes. Het verkeer op Lake Shore Drive vormt een lange rij van ijverige miertjes en iedere poging om zoiets op de foto te vangen is futiel, omdat je alleen maar gebouwen en vage vlaktes met huizen vangt. Je kunt dus maar het best genieten van het moment, met je hoofd in de wolken.

We zijn ook nog naar de Navy Pier gelopen, maar inmiddels was de temperatuur weer zo opgelopen, dat het eigenlijk nog het prettigst was om gewoon even in de schaduw te zitten en onze ogen de kost te geven. Dit is Amerika; dit zij Amerikanen, die altijd hun leven riskeren–is het niet met het vette voedsel dat ze te alle tijden verorberen, dan toch door met de fietsen die ze huren door het rode licht voor alle enorme auto’s langs te rijden, onderwijl luidruchtig en half in paniek gillend dat ze hun best doen om gang te maken.

Het laatste eindje terug naar de auto namen we een taxi, omdat Megan eigenlijk de verkeerde schoenen aanhad om veel te lopen en we waren al snel weer bij de auto en met de auto zo weer thuis. Daar speelden we weer wat spelletjes met de kinderen en aten we Steaks en left-over pizza en aardappelsalade. (Wat kookgewoontes is Megan geen druppel veranderd.)

Vandaag is het weer zonnig en warm, dus we doen het weer rustig aan. Om 13:00u hebben we hier een “art class,” gegeven door Laura. Wat dat precies gaat inhouden weet ik niet, maar ik ben benieuwd!

Nog maar twee daagjes hier en dan vliegen we weer naar huis–en eigenlijk is het best fijn om weer in mijn eigen, vertrouwde omgeving te kunnen rondlopen, zelfs al brengt dat onontkoombaar een omgekeerde heimwee met zich mee. Dat is het leven, zo is de wereld. Er zijn erger dingen dan zulk bevoorrecht lijden.

No Comments yet »

Niet onafhankelijk van het weer

Posted in USA2009 by Herman1850
Jul 05 2009
TrackBack Address.

Nu we bij Megan zijn, voelt alles anders, vertrouwder. Het is een kleine thuiskomst, waarvan ik niet gedacht had dat het zo zou voelen.

Gisteren was het 4 juli, onafhankelijkheidsdag en de verjaardag van Mirjam. Het eerste viel eigenlijk een beetje in het water. Normaliter is het een dag van barbecues, hotdogs, hamburgers en bier, maar het regende en dan gaat zelfs de Amerikaanse nationalist niet in de tuin zitten. De hele buurt stond vol met barbecues, maar dat was minder in afwachting van het grote gebeuren dan uit gewoonte, omdat men hier de hele zomer door vlees zwart bakt. Wij aten, bij gebrek aan droge buitenlucht, drumsticks en verschillende salades ter vervanging.

Verder zijn we gisteren naar een winkelcentrum geweest, om te kijken of er nog leuke honkbalshirts of hebbedingen te koop waren voor neefjes en ik heb een DS-spelletje gekocht voor Mirjam, omdat ze dat graag wilde hebben (“sims racing”).

We doen hier spelletjes met de kinderen op de nintendo en we kijken tv. Het bevalt me uitstekend en ik kom hier tot rust–zelfs met het constante rondrennen van de kinderen en de dribbelende honden die om aandacht vragen.

Voor de avond hebben we een dvdtje gehuurd (“Nick and Norah’s infinite tracklist”) en natuurlijk was er taart en het zingen van voor Mirjam.

Ondanks dat het de hele dag geregend had, werd het ‘s avonds droger en stuurden velen nog zelfgekocht vuurwerk de lucht in. Dat is eigenlijk verboden voor particulieren, maar gebeurt in grote mate. Als de politie langs rijdt wordt het simpelweg verborgen en zodra ze de hoek om zijn gaat het weer de lucht in.

De overburen staken veel luid vuurwerk af, wat Megan niet zo kon waarderen,omdat de kinderen juist naar bed gestuurd waren, maar het is allemaal met een sisser afgelopen: toen ze naar buiten ging met de agressief ogende hond (die eigenlijk een schijterd is), schrok die zo dat ze meteen naar binnen rende, waardoor het gewicht doorsloeg in het voordeel van de White Trash (Megans woorden); toch was het al kort daarna afgelopen met het lawaai (en de rest van alle siervuurwerk dat boven de huizen uit kwam).

Nu zit iedereen bij me op het bed spelletjes te doen op de DS en de honden komen grommend om aandacht de kamer in. Een drukte en toch voelt het compleet ontspannen.

No Comments yet »

Vaarwel Springfield, hallo voorstad

Posted in USA2009 by Herman1850
Jul 04 2009
TrackBack Address.

Zelfs op mijn luie dag kon ik het niet laten om nog een laatste bezienswaardigheid te bezoeken: toepasselijk genoeg het depot waar Lincoln met de trein vertrok en de afscheidsrede hield waarnaar ik al enkele keren verwees.

Het lag slechts twee stratenblokken verwijderd van het hotel (dat eigenlijk dichtbij alles in het centrum lag), dus ik stelde me voor dat het een korte wandeling zou worden, met als pauzepunt een fotomoment. Aanvankelijk was het dat ook: er stond een gebouwtje, met plakkaat dat dit de plaats was vanwaar Lincoln vertrok naar Washingtoin, DC, etc. Een stel op gepensioneerde leeftijd maakte foto’s van elkaar bij het gebouwtje en liepen toen weg—waarschijnlijk naar andere trekpleisters die Abe ons nagelaten heeft.

Ik liep een beetje onwennig om het depot heen, kijkend naar bijzondere elementen, nadenkend over hoe het geweest zou zijn, toen, met een verzameling van rond de 1.000 mensen die Lincoln uitzwaaiden (later was natuurlijk iedereen erbij), maar ook over hoe dit station wordt neergezet in films: “Lincoln in Illinois” eindigt met een fantastische weergave van Lincolns vaarwel. Fantastisch in beide betekenissen van het woord: het is schitterend om te zien, de presentatie van de acteur (erg bekend, maar ik ben zijn naam even kwijt) is subliem en het is roerend om de woorden zo in een context geplaatst te zien; maar het wordt ook gemythologiseerd, door er een leuke anekdote aan toe te voegen en door de trein te laten wegrijden onder de koorzang van “The battle hymn of the Republic”—Glory Glory Halleluia, His truth is marching on!

Niets van dat alles vulde de lucht toen ik er stond. Het was stil, op enkele passerende auto’s na, en het depot stond er verlaten bij. Eén man liep langs, duwde tegen de voordeur en liep verder na een blik naar binnen geworpen te hebben. “Open from 10AM to 4PM,” verklaarde een bordje voor het raam, dus ik waagde zelf ook een poging: ik liep naar binnen en was geneigd, net als mijn voorganger, weer rechtstreeks naar buiten te lopen, ware het niet, dat ik hartelijk welkom geheten werd door een jonge vrouw in een getraliede kaartjesbalie: “Je bent vrij om rond te kijken, we hebben een trap naar boven een uitstalling van enkele voorwerpen en nog een trap omhoog draait een video. Als je vragen hebt, ben je vrij ze te stellen.”

Het gebouw was niet het origineel maar een reconstructie van het in 1962 afgebrande depot. De Park Ranger (geheel gekleed in standaard uniform dat in de afgelopen 80 jaar niet veranderd is—haar woorden—behalve een aan een haakje gehangen boswachtershoed, die mij deed denken aan de Canadese Mounties) was Harry Potter aan het lezen Ze werkte meestal in het Lincoln huis, waar het veel drukker was, maar hier had ze de mogelijkheid om de tijd door te brengen met een boek. Anders dan ik eerder vermoedde, waren de huizen in Lincolns oude buurt wel degelijk originelen, maar ze gaf toe dat het hele authentieke karakter verloren ging door de smetteloze asfaltstraat die het geheel doorsneed.

De film die op de bovenverdieping draaide was slecht gearticuleerd en saai en werd bovendien begeleid door een zoetsappig pianomuziekje. Beneden zette ik mijn gesprek met Tiffany, de parkwachter voort. We praatten over geschiedenis, waar ze recent haar Master in had gehaald, en over Lincoln, de positieve en negatieve kanten van haar werk (werken in een veld dat haar interesseert, met een onderwerp dat haar bijzonder boeit, maar drukke dagen draaien met veel dezelfde vragen van mensen die het onderwerp niet kennen en het wordt soms monotoon om steeds hetzelfde te vertellen); maar we praatten ook over films, de Europese visie op de politieke gang van zaken in de VS en het feit dat ze Republikein was en waarom.

Uiteindelijk ging ik pas weg toen ze het depot moest sluiten. Het gereconstrueerde depot had me een stuk minder te bieden dan de persoon die er de boel in de gaten hield—wat best eens waar zou kunnen zijn in veel gevallen, als je maar eenmaal in gesprek raakt met de mensen.

Op TV blijft Michael Jackson maar op het nieuws. Het gaat over zijn kinderen, het feit dat hij met zijn zoontje zou zingen in voor volgend jaar geplande concerten, of mogelijke doodsoorzaken, maar ik kijk er niet naar, want het kan me niet zo boeien. Toch weet de koning van de pop nog behoorlijk wat zendtijd te vullen. Zap je voorbij de nieuwszenders waar alles omtrent het onderwerp “breaking news” is, dan kom je oude interviews met hem tegen (waarin hij zegt zo enorm verlegen te zijn en enig chirurgisch ingrijpen ontkent), of muziekclips uit glorietijden. Geheel in stijl lijk je ineens beland in een vreemdsoortig Neverland, waar nieuws over Michael Jackson nooit oud wordt (hetzelfde kan dus, tragisch genoeg, gezegd worden over de popster zelf).

Naast Michael Jackson, is er een enorme preoccupatie met voedsel, op twee manieren: of het gaat over gezond eten, met veel vezels en vitaminen maar weinig calorieën, of je ziet stukken vermomd vlees, druipend van vet of andere glanzende substanties en omringd met yoghurt en saus. Het gezonde zal de ene helft van de bevolking aanspreken en het snelle, vette, fastfood de andere helft. Toch hou ik van beide—al eet ik geen burgers en ander vlees, ik zou toch graag gebruik kunnen maken van het gemak en het goedkope van dat snelle eten. Misschien is dat waarom een keten als Subways zo succesvol geworden is (omdat het snel en schijnbaar gezonder is), maar dat is meteen weer een heel ander soort fastfood dan bij een Burger King, KFC of MacDonald’s.

Overigens schrijft Tromp in zijn boekje over New York ook over een scheiding tussen gezond voedsel en fast food: die loopt meestal netjes langs welvaartslijnen, met een veel groter aantal hamburger-restaurants in arme wijken en organische winkels in de rijke wijken. Het is maar hoeveel geld je over hebt om gezond te kunnen leven.

Verdere reclameruimte wordt gevuld door aanprijzingen voor medicijnen, middels de volgende formule: “As je denkt dat je misschien [ziekte] hebt, vraag dan aan uw dokter naar [aangeprezen medicijn]. Zoiets is in Nederland volgens mij ondenkbaar, niet dat mensen aan zelfdiagnose doen (huisartsen springen al in op die gewoonte en vragen de patiënt wat ze denken dat ze hebben), maar dat patiënten zelf gaan bepalen wat voor medicijnen ze het best kunnen gebruiken, zonder dat ze een goed inzicht hebben in welke middelen er bestaan, met welke werking en bijwerkingen.

De enige remedie tegen het gebrekkige vermaak van een Midwesterse stad als Springfield, is er te vertrekken. We namen de volgende morgen de trein naar de metropool Chicago, waar Brian ons op kwam halen. Er is weinig bijzonders gebeurd op de treinreis, behalve misschien dat, ondanks dat het reistijdenbord vijf minuten voor de geplande vertrektijd uit Springfield aangaf dat de trein op tijd was, hij twintig minuten te laat pas binnen kwam rijden. In de ons toegewezen coupé kwamen we erachter dat er wel degelijk asociale Amerikanen bestaan, toen we een plaatsje zochten en twee mensen weinig subtiel te kennen gaven dat ze liever alleen bleven zitten. Bij het verlaten van de trein bleek dat ze samen reisden en dus best naast elkaar hadden kunnen zitten, zodat Mirjam en ik ook samen konden reizen.

Achteraf was het makkelijker geweest als we niet naar Chicago waren doorgereden, maar in het station ervoor waren uitgestapt. Joliet ligt ongeveer 15 km ten zuiden van Romeoville, terwijl Chicago ongeveer een uur rijden is (een typisch Amerikaanse afstandsaanduiding, maar ik weet niet hoe ver dat precies is).

Eenmaal bij Megan thuis gingen we gezellig met zijn drieën boodschappen doen, met onder andere taart voor Mirjam, want die is vandaag jarig (hoezee!) en daarna was het alweer tijd om te eten. Met de kinderen speelden we wat spelletjes op de DS en we vertrokken al vroeg naar de plek waar—om mij nog onbekende redenen—die avond al vuurwerk zou worden afgestoken.

We kwamen terecht op een veld vol mensen, sommigen daarvan zaten op tuinstoelen, anderen op picknick-kleden, of gewoon op het gras, zoals wij. Er was een worst- en hotdog-kraam, er werd ijs verkocht en er waren springkussens, waar allemaal lange rijen voor stonden (overigens ook voor de dixi-toiletten die er stonden). Onder de mensen was een schrikbarend gehalte dikke mensen en misschien het ergste zijn nog de kinderen die zo jong al zo dik zijn—het doet je vrezen voor hun toekomst. Aan de andere kant van het veld stonden mensen luidruchtig in microfoons te praten of zingen, om een sfeertje te creëren aan de hand van karaoke-liedjes.

Voordat het vuurwerk afgestoken werd, zong men van de organisatie het lied “proud to be an American,” waar ik eigenlijk niet zo goed tegen kan. Dat komt door de tekst en mijn beeld van de mensen die dat zingen: zo klinkt het “where at least I know I’m free” meestal uit kelen die niet beter weten en nooit ergens anders zijn geweest—zoals in Nederland, waar je weer andere vrijheden hebt. Het gebrekkige besef van vrijheid hangt, met andere woorden, niet zozeer af van de situatie in andere landen, als van het gebrekkige inzicht in die situaties. Megan vertelde me, dat het zingen van dat lied een heuse traditie is en dat het iedere keer ten gehore gebracht wordt als er ergens vuurwerk wordt afgestoken.

Ik ben overigens blij dat ik dit mocht meemaken, zo op een gras vol Amerikanen zitten kijken naar het vuurwerk, dat ontstoken werd voor hun onafhankelijkheid (het toeval wilde, dat we naast wat mensen zaten die luidkeels hun goedkeuring lieten horen bij elke nieuwe vuurpijl, wat onze beleving alleen maar versterkte). Dit is een belangrijk onderdeel van deze cultuur en ik krijg zo te zien wat deze mensen bij elkaar brengt.

Het is bovendien fijn om weer thuis bij Megan te zijn, met Brian, de kinderen, de honden en Mittens. De lieve poes vleide zich op de bank al tegen me aan en kwam zowel gisteravond als vanmorgen bij me op bed liggen. Het lijkt zowaar alsof ze me nog herkent.

No Comments yet »

Lopen en luiheid in het geledigde leven van Lincoln

Posted in Abe Lincoln, USA2009 by Herman1850
Jul 02 2009
TrackBack Address.

Tijdens zijn presidentschap is Lincoln door menigeen verguisd, omdat de besluiten die hij moest nemen allemaal politiek gespannen zaken aangingen: hij bewoog te langzaam of te snel, was opportunistisch of te laks. Even leek dat anders te worden: met het winnen van de oorlog verstomde veel kritiek, omdat mensen blij waren dat alle ellende voorbij was en hij daar (deels) verantwoordelijk voor werd gehouden; hij werd Abe, redder van de natie. Dat hij enkele dagen later op Goede Vrijdag geslachtofferd werd, hielp dat imago alleen maar steviger in het zadel. Lincoln: Redder—van de Unie, van de democratie, van de slaven.

Kort na zijn dood was het echter al hommeles. Ten eerste was er de route die de president naar huis zou afleggen: welke staten en steden zouden worden aangedaan door de trein. Daar zouden dan processies gehouden worden, waar mensen langs de kist van hun versgestorven en nieuwgeboren held konden trekken. Uiteindelijk trok de trein in sikkelvorm, via enkele staten van New England, naar Chicago en Springfield. De reis duurde 21 dagen, wat alleen maar mogelijk was door jonge balsemtechnieken.

Een verder twistpunt was waar Lincoln vervolgens begraven zou worden. Echtgenote Mary wilde dat hij een plekje zou krijgen op Oak Ridge Cemetery. Hoge heren uit het stadsbestuur hadden heel andere plannen: zij hadden al een stukje land in de stad gereserveerd, waarop ze een ostentatief grafmonument langs het spoor wilden plaatsen, zodat mensen die normaliter verder zouden rijden met de trein, bij het zien van het monument zouden uitstappen en langer in Springfield zouden blijven (daarmee meer inkomsten voor de stad genererend).

Mirjam en ik bezochten het graf van Lincoln op dinsdag en besloten dat het maar goed was dat Mary, na veel getouwtrek, uiteindelijk aan het langste eind trok. Bij navraag aan de balie van het hotel, zei de medewerker dat lopen naar het graf een hele onderneming zou zijn: zeker een paar kilometer, zo’n 38 minuten lopen (waarom hij niet gewoon 40 minuten zei snap ik ook niet; je kunt zomaar 2 keer een minuut moeten wachten voor een stoplicht of een langsdenderende trein). “It’s all by car,” zei hij, zijn schouders ophalend en daarmee ons vermoeden bevestigend dat het centrum voornamelijk voor dagjestoeristen en staatspolitici ingericht was: winkelcentra, supermarkten en bowlingbanen (om maar wat willekeurige dingen te noemen), lagen allemaal buiten het centrum in de buitenwijken van de stad.

Met al aardig wat kilometers in de benen van onze bezoek in Washington, DC, viel de wandeling naar de Lincoln Tomb reuze mee. Onderweg zagen we alleraardigste houten huisjes, laagbouw met veranda’s en schommelbankjes. Ze waren te koop of te huur, maar door hun staat suggereerden ze meer dat ze te sloop en te duur waren: planken rotten weg, trapjes zakten weg en ramen waren stuk. Toch valt ook op dat er zo veel verschil is tussen de verschillende huizen in een buurt of zelfs straat. Een vervallen huis kan zomaar tegenover een goed verzorgde buur staan.

Of de beste man van het hotel gelijk had, met zijn 38 minuten, weet ik niet. We hebben rustig aan gedaan in het mooie weer en we kwamen snel genoeg op Monument Avenue, waar aan het einde de begraafplaats te vinden is. Een auto reed langs en stopte om een foto te maken en vervolgens zijn weg te vervolgen. Amerikanen hebben de vreemde gewoonte om vooral hun auto niet te verlaten. Even later maakte een andere vrouw een foto van een graf of een bordje vanuit haar luchtgecontroleerde auto, waar een enkele stap buiten in de warme lucht een veel mooier plaatje zou hebben opgeleverd. Dit is het land waar alles uit de auto gebeurt: eten halen, bankzaken, kiekjes maken en anderen neerschieten. Het zijn gekke mensen, die Amerikanen, maar wel consistent.

Bij het monument maakte ik vanzelfsprekend mijn foto’s. Ditmaal werd het niet gerenoveerd, zodat er geen hekken voor stonden, maar losse stenen maakten het nog steeds onmogelijk om op de bovenverdieping rond te lopen. Ik liep naar binnen, zag daar een kleine versie van Daniel Chester French zijn Lincoln Memorial en verlichtte de ruimte met mijn flits. Een medewerkster bij het monument vroeg me om mijn pet af te doen—uit respect voor de dode. Toen besefte ik me, dat ik in mijn Lincolnqueeste altijd balanceer op de scheidslijn tussen pelgrim en toerist, waarbij het moeilijk is om beide goed te combineren: het plezier in het ene, de contemplatie van het andere. Met het maken van de foto’s leg je het moment weliswaar vast voor latere herinnering, maar ervaar je het moment zelf minder. Je bent meer bezig met het vangen dan het beleven. Voor dat laatste heb je rust nodig, stilte, geen afleiding door preoccupaties met kaartjes of fototoestellen. Het ligt besloten in het zitten of staan voor een monument en dan je ogen en oren de kost geven: kijken naar details, luisteren naar mensen.

Een oude man legde buiten wat dingen uit aan een toerist die vragen stelde (of Obama er wel eens geweest was—jazeker, maar voor zijn presidentschap—en of je ook in de pilaar bovenop kon—neen, dat was veel te klein en was bovendien massief) en binnen vroeg een toerist zich af of Robert Todd Lincoln in het leger gediend had, omdat hij begraven is op Arlington (waar wij zijn graf ook gezien hebben). Het antwoord, dat hij Minister van Oorlog was geweest, was incompleet: ondanks de bezwaren van Mary, was Robert wel degelijk een korte tijd soldaat. Lincoln heeft hem, na zijn scholing op Harvard, namelijk een tamelijk veilige positie toebedeeld in de staf van Generaal Grant.

Onderweg naar de War Memorials van Illinois, waren Mirjam en ik het er roerend mee eens dat dit een mooie plaats was om begraven te worden. Het was er rustig en groen, heuvelachtig en met mooie bomen. We konden goed begrijpen waarom Mary Todd haar zinnen gezet had op deze plek en niet in het hart van de stad.

Deed het Vietnam Memorial van Illinois nog aan als een gejat idee—een zwarte, reflecterende muur, met daarin de namen van de gevallen soldaten—ik was meer onder de indruk van de WWII en Koreamonumenten. Op het Koreamonument stond een slag genoemd waarbij 12.000 van de 15.000 deelnemende soldaten slachtoffer werden, de bloederigste slag in de moderne oorlogvoering. Toen ik bij het WWII memorial het “the Netherlands” zag, besefte ik me, dat deze mensen mede gezorgd hebben voor de vrijheid van ons land; zij gaven hun leven voor onze bevrijding. Dat zijn normaliter weinig opzienbarende inzichten, maar ze typeren de eerder genoemde omslag naar het beleven.

Natuurlijk is zo’n gemoed niet blijvend, want bij het verlaten van de begraafplaats kom je al snel langs een souvenirshop. Er stond een enorm Lincolnhoofd te koop: 4.000 dollar, zei de verkoopster. Het was van aluminium gemaakt en dus best uitzonderlijk. Ze gokte dat we uit Duitsland kwamen, omdat ze hoorde dat we een “accent” hadden, “maar,” lachte ze, “voor jullie heb ik natuurlijk een accent.” We lieten haar maar in de waan, want uitleggen dat een taal iets heel anders is dan een dialect of accent was aan haar waarschijnlijk niet besteed, en ik kocht wat grappige prullaria. Het grote hoofd liet ik maar staan, want het paste toch niet in mijn koffer.

De rest van de dag hebben we doorgebracht in winkeltjes—souvenirs, tweedehands boeken en dvd’s—een broodjeszaak en de hotelkamer. ‘s Avonds belde Megan nog: ze wilde mij toch een keer kunnen bellen zonder een enorme rekening gepresenteerd te krijgen. Nog een dag en dan vertrekken we richting Romeoville, zodat we even helemaal niet hoeven te bellen.

Gisteren hebben we het Lincoln Museum bezocht. Het is een museum van indrukken: overal komt het je tegemoet, van alle kanten word je omringd door geluid en beeld. Een videopresentatie is niet genoeg, het gaat vergezeld door schuddende stoelen; een nagebouwde hut van boomstammen moet omringd worden door zingende krekels en de ruimte zelf moet gevuld worden door luidruchtig gesnurk. De bedoeling van het museum is duidelijk: probeer door vermaak de stof interessant te houden, ook al wordt het daarmee oppervlakkig. Zelfs de mechanismen waarmee ze kennis proberen over te brengen (allerlei verschillende meningen over Lincoln presenteren zonder ze af te branden) werken volgens mij niet, omdat het allemaal niets zegt over wie Lincoln feitelijk was. “We hebben hem nooit helder gezien,” zegt een beeldpresentatie, maar al die wapperende informatie pro en contra zorgt niet voor een helder beeld; het is verwarrend, zeker als je niet thuis bent in het onderwerp. Toch is iedereen er erg enthousiast, dus het dient zijn doel, het beter bekend maken van mensen met het leven van Lincoln—en hem positioneren in een traditie die niet louter positief was, ook al gebeurt dat zo ongestructureerd.

In de stad waar Lincoln woonde, staan nog meer bezienswaardigheden: zo is er het huis waar hij gewoond heeft (het enige huis dat hij zelf bezat) en de buurt die eromheen stond is nagebouwd; ze hebben zelfs scheefliggende houten stoepen, om een authentiek gevoel mee te geven. Dat beoogde effect wordt echter nooit bereikt, omdat het geheel in piekfijne, brandschone conditie is en doorsneden wordt door geasfalteerde straten. Ook al is het huis van Lincoln hetzelfde huis, uiteindelijk lijkt het meer op de plastic bouwpakketten uit het Lincoln museum; het enige wat ontbreekt is een rubberen replica van Lincoln, die zijn hoed aantikt als je langs loopt.

Die Lincolns, hoewel niet van rubber maar metaal, staan doorheen de stad, dus ik heb me verschillende keren laten fotograferen met Abes in verschillende poses: zittend, staand en zelfs een wiens strikje wordt rechtgetrokken voor mijn foto. Ook het advocatenkantoor dat Lincoln deelde met William Herndon wordt nog goedverzorgd gepresenteerd aan het publiek. Ik heb het niet bezocht, omdat het blootlegt waar Springfields gebrek ligt: hier was Lincolns bruisende leven; hier woonden zijn vrienden, tot wie hij zijn liefhebbende afscheid sprak; hier werkte hij als advocaat en politicus; “hier werden [z]ijn kinderen geboren en een van hen begraven.”

Mirjam en ik hebben hier geen vrienden, geen leven en geen werk. Lincoln is hier de attractie, maar verder is hier niets voor ons (behalve misschien Jimmie John’s, waar ze heerlijke, vegetarische broodjes maken). Mirjam boeit de stad niet zo; voor mij maakt de Lincolnfactor het voor mij nog de moeite waard, maar de diepe beleving ontbreekt, omdat het element ontbreekt dat het zo bijzonder maakte voor Lincoln zelf—het is het verschil tussen het Lincolnhuis of het Lincolnthuis. De objecten staan er, maar (anders dan bij de Lincolnbiografie die ik eens een tijdmachine noemde) de desinfectie verwijdert direct alle connectie die met het verleden bestaat.

Achteraf heb ik een dag te veel gepland voor ons verblijf in Springfield, maar een lekker luie nietsdoendag is ook fijn op vakantie. Morgen kunnen we ons weer drukmaken over een treinreis naar Chicago.

No Comments yet »

Als de trein rijdt naar het Westen

Posted in USA2009 by Herman1850
Jun 30 2009
TrackBack Address.

Springfield, IL – Van uw verslaggever

Wanneer en hoe ik precies verzonnen heb om een deel van mijn vakantietraject met de trein af te leggen weet ik niet meer. Misschien had het iets te maken met een thema in de film “Lincoln” uit de jaren tachtig: het beginshot is van een stoomtrein die over de rails jaagt en eronder klinkt muziek: “this train is bound for glory.”

Lincoln vertrok destijds met de trein vanuit Springfield richting de hoofdstad, om aan te treden als president. Roerende woorden sprak hij, in wat een van zijn bekendste korte speeches is geworden: zijn Farewell Address. Hij zei dat de taak die voor hem lag misschien wel groter was dan die van George Washington—generaal van het Revolutionaire leger en eerste president van Amerika—en dat “niemand, niet in [z]ijn situatie,” zou kunnen begrijpen hoe hij zich voelde. Ook sprak hij wat later semi-profetische woorden zouden zijn (al lijkt het meer op een horoscoop): “Ik vertrek, niet wetende wanneer, en of, ik ooit terug zal komen.” De trein vertrok (anders dan films doen vermoeden, niet onder een engelenkoor dat de Battle “Hymn of the Republic” zong) en toog in de richting van de glorie.

Mijn vorige verblijf, afgelopen november, behoefde geen lange afscheidsrede. Anders dan Lincoln, heb ik hier geen 24 jaar gewoond en heb ik hier geen kind verloren. Anders dan Lincoln, ook, ben ik nu wel levend teruggekomen. Dat heeft natuurlijk alles te maken met zijn dood: hij ligt hier begraven en deze plaats heeft zijn best gedaan om allerlei aspecten uit zijn leven als trekpleister dienst te laten doen. Ik verblijf, nota bene, in het President Abraham Lincoln Hotel! Bovendien was de treinreis hier naartoe deels bedoeld als een soort bedevaartservaring: net als Lincoln met de trein van Washington, DC, naar Springfield, Illinois trekken—weliswaar niet langs dezelfde route, maar met beperkte middelen komt het al genoeg in de buurt.

Deels was de treinreis ook iets om op zichzelf te ervaren: door de Verenigde Staten razen en het land aan je oog voorbij zien trekken op een manier die relatief weinig Europeanen (en Amerikanen) zich laten welgevallen, omdat ze liever de auto of het vliegtuig nemen.

Schrijfster Jenny Disky deed het enkele jaren geleden en schreef er een boek over: “Stranger on a train.” Ze reisde per trein heel Amerika rond (ik geloof dat dat letterlijk te nemen is, ze reed als ik mij niet vergis langs de randen van de VS) en deed verslag van haar ervaringen. Nu rookte zij nogal, dus haar boek kenmerkt zich door haar verblijven met de moderne paria’s van Amerika: de aan sigaretten leurenden—of dat in het speciaal toegewezen rookhokje was (vergelijkbaar met een inverse stoomsauna) of op de beperkte rookstations—en was daarom slechts beperkt van toepassing op mijn treinreis. Wel was een zeker onderdeel van haar reis me in het bijzonder bijgebleven: toen ze met de trein Chicago naderde, heeft ze, met de skyline van de stad in zicht, nog enkele uren(!) moeten wachten voor ze eindelijk het station binnenreden. De reden: vrachtverkeer gaat in treinend Amerika voor personenvervoer.

Met dit doemscenario in het achterhoofd was ik blij dat we bij het overstappen in Chicago op de trein naar Springfield vijf uur speling hadden.

Na het uitchecken in het hotel namen we de metro naar het station en checkten onze bagage meteen in. De beperkte speelruimte die mijn volle, van huis meegenomen koffer me bood, bleek te weinig: ik moest binnen vijf minuten twee kilo kwijt zien te raken. Na wat boeken overgeheveld te hebben in andere tassen, was het akkoord en namen we afscheid van onze bagage voor de komende 24 uur: net als bij het vliegtuig kun je je bagage gewoon naar je eindbestemming laten doorsturen.

Het wachten op Union Station in Washington was niet onoverkomelijk en al snel wisten we bij welke gate we terecht konden. Daar bleek het betreden van de trein nog een heel gebeuren: eerst werden de bejaarden, mindervaliden en families met kinderen onder de 10 opgeroepen om naar voren te komen. Nu is dat een aanzienlijk segment van wat met de trein rijdt, dus half het wachtgedeelte was al leeggestroomd voor wij aan de beurt kwamen.

We zaten in een coupé met allemaal reizigers richting Chicago (handig voor het afladen van bagage en voor het in- en uitstappen van reizigers). We zaten in een dubbeldekker en onze stoelen hadden een zee aan beenruimte, konden ver naar achter en hadden (maar daar kwamen we te laat achter) uitklapbare voetsteunen voor als je onderuit wilde liggen om te slapen. Er waren drie of vier wc’s per coupé, dus het was allemaal goed uit te houden.

De trein vertrok met een slakkengang uit het station, maar de conducteur vertelde opgewekt dat ze de laatste tijd steeds op tijd waren aangekomen. Er zaten stopcontacten naast de stoelen, maar zowel mijn mp3-speler als koptelefoon had ik in mijn koffer laten zitten, dus naar muziek kon ik niet luisteren op mijn laptop; dus ik pakte een boek en ging lezen. Anders dan wat ik gehoopt had, was er buiten namelijk niet zo veel te zien, aan het begin van de reis: het spoor werd grotendeels omgeven door bos of andersoortige boompartijen.

Toen een van de conducteurs langs kwam om reserveringen op te nemen voor de dinerwagon, resteerde ons alleen een reservering om 20:30 die we, ondanks ons verlangen om vroeg te eten, maar aanvroegen. Met het vorderen van de avond hadden alle reserveringen vertraging (om kwart over zes mochten de mensen van zes uur eten) en we wachten lange tijd vergeefs tot ze opriepen dat wij mochten gaan eten. Rond kwart over negen hebben we de door onszelf meegenomen broodjes maar opgegeten en we negeerden de mededeling om half tien dat we mochten gaan eten. Het moet gezegd worden dat vlak voor dat bericht een vrouw voor ons luidruchtig begon te klagen over de geringe hoeveelheden magnetronvoedsel die ze kreeg en dat ze daarvoor toch $18,- moest beuren.

Langzaam maar zeker trokken we (al toeterend) door de Verenigde Staten. Zo passeerden we Harpers Ferry, Virginia, significant in verband met de Burgeroorlog, omdat John Brown er werd gearresteerd door Robert E. Lee. De eerste probeerde een brede opstand te ontketenen onder slaven; de laatste werd de vermaarde generaal van het Zuiden. Het was een treindepot, omgeven door heuvels en gelegen aan een rivier, gekenmerkt door houten huisjes. Ook Cumberland, Maryland, gaf een mooie aanblik (die later typisch bleek): mooi om te zien, met gevarieerde huizen, afwisselend in goede en vervallen staat. Er waaien overal vlaggen in de wind en het maakt een conservatieve indruk (“these are countryfolk,” zei een man achter ons, toen we door oost-Pennsylvania reden).

De Alleghenies (?) waar we ons doorheen kronkelden gaven een prachtig beeld, van heuvels (bergen?), met verspreide woningen en gebouwtjes, stroompjes, rotsen en bos. Dat daarboven de zon langzaam terrein toegaf, maakte het geheel af.

Het werd daarmee wel tijd om proberen wat slaap te vatten: in allerlei houdingen pakten we minuut voor minuut, zonder echt goed uit te rusten. Zoals gezegd wisten we niet dat er een voetsteun onder de stoel zat, wat ons vast comfortabeler had laten liggen. Nu deed ik vroeg genoeg mijn oogmasker af, om de zonsopkomst boven de velden te kunnen aanschouwen: goedemorgen.

Met de skyline van Chicago in zicht, stopte de trein ineens, maar mijn vrees werd niet bewaarheid. Het was slechts een voorbode van wat ons later op de dag zou bevallen. In Chicago was het warm en met vijf uur te doden wilden we even bij Lake Michigan gaan zitten. De directe toegang was echter afgesloten door een naderend evenement: de Chicago Picnic, dus we liepen weer naar het station om te zorgen dat we niet zouden verdwalen en zo te laat zouden komen voor de aansluitende trein (wat allemaal meeviel; we hadden nu nog uren te doden).

Ondanks maatregelen bij het boarden (bejaarden en koters werden eerder geboard, om het vlotter te laten verlopen), vertrokken we een half uur te laat vanaf het station. Nog maar kort onderweg, moesten we een half uur wachten op vrachtverkeer en na een paar uur weer voor een tegemoetkomende trein. Anderhalf uur te laat kwamen we in Springfield aan, waar we gelukkig makkelijk naar het station konden lopen.

Dat dit een minder bruisend stadscentrum is, blijkt uit het feit dat er behalve cafés bijna niets meer open is na 19:00—precies toen wij op zoek gingen naar wat om te eten. Gelukkig hebben we nog wel kunnen genieten van heerlijke, gezonde brood(je)s. Verder lijkt dit een aardig stadje, met leuke winkeltjes en restaurantjes en natuurlijk andere bezienswaardigheden. Niet voor niets is dit de woonplaats van Lincoln, waar hij met moeite afscheid nam. Dat gaan we de komende drie dagen bekijken. Het graf van Lincoln wacht ons—en nog genoeg andere dingen.

No Comments yet »
Next page »

Follow Me!

 Facebook Twitter YouTube StumbleUpon RSS

Categories

Abe Lincoln animal rights animals Art books Books read in the year Civil War daily life Film films, books, music food General History Land of Lincoln Life love My life News Nijntje personal Philosophy politics religion twitter Uncategorized USA USA2009 USA2011 veganism Wishlist work Zonder Rubriek

Categories

Archives

 

May 2012
S M T W T F S
« Apr    
 12345
6789101112
13141516171819
20212223242526
2728293031  
Powered by WordPress | “Blend” from Spectacu.la WP Themes Club