Langzaam dringt het tot me door: ik ben weer terug van vakantie en heb er alweer een volle week werken opzitten. Nu ben ik een nogal emotioneel snelgeraakte jongen, dus ik loop nog steeds wat stiller rond en zit nog vol met indrukken. Ik lees weinig en zit veel online, zonder dat ik daar bijzonder veel zinnigs te doen heb: ik chat wat met Megan en zoek naar interessante nieuwe mensen (waar ik even mee ga e-mailen en na een paar berichtjes zal dat vast weer doodbloeden, omdat deze emotionaliteit ook weer zal wegebben).
Die emotionaliteit zie je ook bij mijn hechting na seksueel contact en dat leidt in mijn geval tot grote terughoudendheid. Eerlijk gezegd weet ik niet of ik het makkelijker zou willen hebben met die gevoelens. Een voorzichtige houding bevalt me wel. Net zoals het dilemma rijst ten aanzien van drug- en drankgebruik: het kan ontspannend werken en de wereld van een andere kant laten zien. Toch ben ik intussen volwassen genoeg om te kunnen zeggen dat een dergelijke exploratie niet zo nodig op mijn pad hoeft te liggen. Door vakanties en wandelingen door nieuwe (of bekende) steden word ik ook dusdanig diep geraakt, dat ik helemaal geen chemische alteraties (of seksuele escapades) nodig heb om dergelijke resultaten te bewerkstelligen.
Lopen door een stad als Washington, DC, was een verademing voor een Amerikaliefhebber als ik. Hoge temperaturen, wachten voor een stoplicht, massa’s mensen voor een monument, worden allemaal iets bijzonders. Schellen vallen van je ogen, letters stijgen op van papier en worden werkelijkheid: daar loopt de Amerikaan. Foto’s rijzen op Mary Poppins-achtige manier voor je ogen en je springt er volenthousiast in: handen vast en ogen dicht. Je knijpt nog even extra hard en hoort je zusje klagen, omdat het allemaal echt is en geen droom.
Ik werd emotioneel toen ik voor de laatste keer nog snel even langs het Lincoln Memorial wilde. De avond viel, mijn zusje wilde niet mee, dus ik liep in mijn eentje langs de grasvelden van The Mall. Alsof het op het punt stond te verdwijnen in de duisternis, versnelde ik mijn pas. Misschien is het beter te vergelijken met filmische momenten van reunie: mensen die elkaar weerzien op een station of vliegveld, het looptempo op de rand van in elkaars armen rennen. Dit was echter een afscheid, een laatste blik en het voelde ook tamelijk dramatisch. Tranen welden achter mijn ogen en ik liet er een ontsnappen toen ik wegliep bij het monument.
Nu ik thuis ben, wil ik terug. Anders dan mijn collega, die iedere keer weer nieuwe plekken in de VS bezoekt, vind ik het niet erg om weer naar de plekken die ik al eens heb gezien te gaan, als een soort terugkomst–een thuiskomst op plekken waar ik delen van mijn hart achtergelaten heb. Nog geen twee weken na mijn vertrek uit Amerika, zit ik te denken aan mogelijkheden voor dat onvermijdelijke volgende bezoek: weer Washington, DC? De Zephyr van Chicago naar San Francisco? Bij andere vrienden op visite–Mindy’s huwelijk in November 2010 of bij Kathleen in Washington state? Het zal moeten wachten tot mijn financiën weer enigszins ademruimte bieden en voor dat zover is zal het nog wel even duren. Tot die tijd zal ik het met plaatjes moeten doen.






