Fourscore and Seven Books

Fourscore and Seven Books

van boeken en beesten, god en geschiedenis

  • Better World Books
  • De Slegte
  • Lincoln Book Shop
  • Partij voor de Dieren
  • Twitter
  • Home
  • Civil War
  • Essays
  • Books
  • About me
  • Contact
  • Links

Why I’m a vegan

Posted in animal rights, veganism by Herman1850
Jan 21 2012
TrackBack Address.

Oh yeah, I am a vegan and it’s because I think animals, as sentient beings, should be taken into consideration. They have needs and desires, and we are in a position to take those needs seriously. Therefore I think we should.

It’s not simply that we should treat them well, but I also think there is a combined instrumental and intrinsic value to life. This means that life is most valuable if it can be lived happily (instrumental value), but also that it cannot simply be used in calculations of adding or subtracting general happiness (intrinsic value).

Therefore I abstain as much as possible from animal products, so they won’t have to be kept or slaughtered for me. Slaughter, even if done kindly, remains involuntary (from the animals’ perspective), instrumental, and therefore a violation of an animal’s integrity.

No Comments yet »

Gelijkschakeling van Emancipatiebewegingen

Posted in animal rights by Herman1850
Mar 08 2011
TrackBack Address.

Ik ben altijd enigszins huiverig om de (eventuele) emancipatie van dieren met de eerdere emancipatie van zwarten/slaven en vrouwen te vergelijken. Hoewel er een grote overeenkomst ligt in het feit dat er een perspectiefverandering moet plaatsvinden voor emancipatie, denk ik dat de inhoud van die verandering wel degelijk verschilt.

Bij vrouwen en zwarten ging het namelijk om mensen die in capaciteit als minder gezien werden maar wel degelijk gelijkwaardig waren—en dus gelijkberechtiging verdienden; bij dieren, echter, gaat het niet om wezens die gelijk zijn en dus ook gelijkberechtiging verdienen onder het al bestaande rechtsdenken, maar om wezens die wezenlijk van ons verschillen op bepaalde punten. Om ook niet-menselijke dieren in het recht te omvatten, zal het fundament van het rechtsdenken veranderd moeten worden: dat recht niet gaat om door een Schepper aan de mens toegewezen grondrechten (“zoals daar zijn leven, vrijheid en het nastreven van geluk”), maar om de erkenning en bescherming van belangen die wezens hebben (zoals Erno Eskens in zijn Democratie voor Dieren betoogt).

Toch wordt deze emancipatiestrijd niet voor niets met de eerdere vergeleken, want er zijn wel degelijk parallellen te ontwaren. Met name in de woord- en beeldenstrijd kunnen teksten nogal eens geleend worden van eloquente voorgangers, zoals bijvoorbeeld het volgende citaat uit Uncle Tom’s Cabin, een voornaam werk in de antislavernijbeweging:

“There is, actually, nothing to protect the slave’s life, but the character of the master. Facts too shocking to be contemplated occasionally force their way to the public ear, and the comment that one often hears made on them is more shocking than the thing itself. It is said, ‘Very likely such cases may now and then occur, but they are no sample of general practice.’ If the laws of New England were so arranged that a master could now and then torture an apprentice to death, would it be received with equal composure? Would it be said, ‘these cases are rare, and no samples of general practice’? This injustice is an inherent one in the slave system,—it cannot exist without it.” (619)

Dit inherente onrecht blijkt ook aanwezig in het huidige systeem van intensieve veehouderij. Ook hier is het karakter van veehouders de belangrijke factor in het welzijn van de dieren, die als bezit niets of weinig hebben in te brengen in het gerecht. Ook nu wordt, zelfs met beeldmateriaal in de hand, ieder voorbeeld van agressie en misbruik achteloos terzijde geschoven als een aberratie in een systeem dat verder goed zorgt voor de dieren (immers, de boer, als de slavenhouder, heeft geen baat bij ongezonde, verzwakte dieren). Dan toch is het belangrijk om de vraag te stellen die Harriet Beecher Stowe 159 jaar geleden al stelde:

Zou een dergelijk argument geaccepteerd worden, als het niet om dieren maar om mensen ging?

No Comments yet »

Actieposters Partij voor de Dieren

Posted in animal rights, politics by Herman1850
Feb 09 2011
TrackBack Address.

 

Image Thumbnail Image Thumbnail

Twee van de prachtige posters voor de Provinciale Statenverkiezingen, komende maand. Aan de muur gehangen (uil) en voor het raam gezet (koe).

No Comments yet »

Megastallen Poll

Posted in animal rights, politics by Herman1850
Feb 09 2011
TrackBack Address.

Op De site van het Noordhollands Dagblad staat vandaag een stelling waarop je kunt reageren:
Megastallen horen bij een agrarisch Noord-Holland

Eerst kun je aanvinken of je het daar wel of niet mee eens bent. Vervolgens wordt er gelegenheid geboden om je antwoord toe te lichten. Hier is mijn toelichting:

“Megastallen horen NIET bij een agrarisch Noord-Holland, omdat de intensivering van de veehouderij ten eerste al ver genoeg gegaan is en ten tweede louter negatieve gevolgen heeft. De dieren worden steeds meer verontachtzaamd (op hun individuele gezondheid en persoonlijke behoeftes kan steeds minder nauwkeurig worden ge(re)ageerd); intensivering leidt tot vernauwing van het boerenbestaan (minder boeren houden steeds meer dieren en concurreren door een groter aanbod de prijs alleen maar naar beneden); veehouderij is slecht voor het milieu (de vervuiling is procentueel en absoluut enorm, door uitstoot en door mest); door grote groepen dieren bij elkaar te houden is de kans op ontwikkeling van ziektes—ook zoönotische ziektes, dus die op mensen overgebracht kunnen worden—steeds groter; meer dieren voeren betekent, in de huidige stand van zaken, nog meer granen als veevoer opofferen, terwijl elders mensen omkomen van de honger en bossen geslachtofferd worden om dat graan of die maïs te kunnen planten.

Met andere woorden: niet alleen zijn megastallen geen goed idee; intensieve veehouderij überhaupt is slecht voor boeren, milieu en niet in de laatste plaats de dieren.”

De tussenstand was, op het moment van schrijven (na 348 stemmen):
Eens: 49%
Oneens 51%

Er zijn dus nog zo’n 170 mensen die de moeite genomen hebben, die serieus opteren voor steeds grotere stallen. Met alle nadelen in het achterhoofd, begrijp ik dat niet.

Als de documentaire en documentatie van Meat the Truth ons iets geleerd heeft, dan is het wel dat (intensieve) vleesveehouderij verantwoordelijk is voor een enorm aandeel van de vervuiling. Die vervuiling brengt behalve onze directe gezondheid, ook de omgeving van de boerenbedrijven en het milieu in het algemeen in gevaar. In die omgeving wordt ons voedsel verbouwd, of moeten mensen leven; met het milieu zijn de levens van mensen, dieren en planten gemoeid—nu en in de toekomst.

Een andere documentaire, King Corn, leert ons dat schaalvergroting heus niet beter hoeft te zijn. Het is een andere agrarische tak, maar onder andere de intensivering van de maïsverbouwing heeft er in de Verenigde Staten voor gezorgd, dat de prijs dusdanig gedaald is, dat landbouwers niets meer verdienen, anders dan de subsidie die ze krijgen van de overheid. Bovendien worden de aantallen boeren gedecimeerd: steeds minder boeren houden het hoofd boven water; steeds minder boeren hebben een steeds groter deel van het agrarische wezen in handen.

Als anderen er geheel andere opvattingen op nahouden dan jij, kun je twee dingen doen: of je twijfelt en denkt dat jouw standpunt misschien een beetje gek is (en vervolgens pas je dat aan), of je balt je vuist en volhardt in je idee, dat de ander misschien beter of anders geïnformeerd moet worden. In dezen geloof ik, dat er genoeg redenen zijn om te denken, dat mijn opvattingen zo gek nog niet zijn. Dus laten we onze mond maar open trekken. Of laten we, als ons de mogelijkheid geboden wordt, maar een uitleg geven bij ons antwoord op de bovenstaande poll.

No Comments yet »

Sint Hannibal in de Herestraat

Posted in animal rights, politics by Herman1850
Nov 18 2010
TrackBack Address.

Motie

In de gemeenteraad van Groningen is gisteravond—of eigenlijk vannacht—gestemd over een motie vreemd aan de orde van de dag. De precieze luiding van deze motie ken ik niet, maar hij bracht te berde de discussie of er tijdens de Sinterklaasintocht van dit jaar (op 20 november) weer olifanten aanwezig zouden mogen zijn. De fractie van de Partij voor de Dieren vond van niet, vandaar dat zij deze motie had ingediend.

Ongeveeer een week geleden werd mijn aandacht hiervoor gevraagd op twitter, specifiek om via dat medium wethouder Karin Dekker (Groenlinks) aan te schrijven vooral niet mee te werken aan het gebruik van olifanten bij de intocht.

Eerste reacties

Mijn eerste reactie op het eventuele meelopen van een olifant bij de intocht van de goedheiligman, die van verbazing, zal weinigen vreemd voorkomen. Roept een bereden olifant hier historische associaties op van Hannibal, die over de Alpen trok met een archaïsche pantserdivisie, de connectie tussen olifanten en de Sint wordt niet zo eenvoudig gelegd. Het is een introductie van een arbitrair element in een verder breed bekende traditie.

Nu zijn paarden, pieten en (stoom)schepen wellicht in de loop der jaren ook vanuit implementatie gegroeid (dat wil zeggen, ze waren misschien aanvankelijk ook geen traditioneel onderdeel), maar deze elementen van de intocht dienen nog een narratieve functie en ze passen goed in het verhaal van een Bisschop die aankomt uit Spanje en met behulp van ondergeschikten en een vervoermiddel mensen van vreugde voorziet. De olifant valt in het geheel uit de toon en maakt van de intocht meer een optocht. Juist bij de intocht is dat niet nodig, omdat het van zichzelf al een energiek feest; het werkt eerder bevreemdend (zonder dat het die functie nastreeft) en leidt af van het eigenlijke feest.

Een andere, emotionele reactie, niet zozeer bij mij maar wel bij verschillende anderen, liet zich veelal uiten als angst—angst voor mogelijk in een mensenmassa losbrekende, niet tegen te houden mastodonten. Verder werden er ook veel links gestuurd naar filmpjes waarin jonge olifanten mishandeld worden in hun training, met de duidelijke boodschap dat circusdieren mishandeld worden, uit de klauwen van hun houders bevrijd moeten worden en logischerwijs ook geen plaats hebben in de optocht.

Aan de andere kant was daar de reactie van het college en in het bijzonder wethouder Jannie Visscher van de SP, aangehaald door rtvnoord: “volgens het college lopen er al jaren olifanten mee en is er geen aanwijzing dat de dieren het niet prettig vinden om mee te lopen. Misschien vinden ze het wel leuk, aldus wethouder Jannie Visscher.”

Het welzijn van de olifant

Dat is namelijk ook een relevant criterium bij het betrekken van dieren in een activiteit: het welzijn van die dieren in die situatie. Als blijkt dat olifanten niet uit een wreed trainend circus komen en ze, gewend aan massa’s mensen en lawaai, niet plotseling in een dolle draf al dan niet aanwezige dranghekken zullen platlopen, lijkt er bij het aandragen van de bovenstaande, voornamelijk emotionele redenen niet zo veel aan de hand.

In dit licht hadden het college—en met haar wethouder Visscher—er goed aan gedaan het onderzoek over Welzijn van dieren in reizende circussen in Nederland (2008) te lezen, dat gedaan werd op verzoek van voormalig minister van Landbouw, Natuur en Voedselvoorziening, Gerda Verburg. In dit onderzoek, uitgevoerd door de Wageningen Universiteit, werd namelijk geconcludeerd, dat “het met het welzijn van de dieren vaak slecht is gesteld en dat met name olifanten er in gevangenschap psychisch en fysiek slecht aan toe zijn.” (Citaat in de Groninger gezinsbode.)

Met deze informatie op zak, luidde mijn bericht op twitter uiteindelijk als volgt:
@Karin_dekker “olifanten zijn er in gevangenschap psychisch en fysiek slecht aan toe” (WU). Maar geen olifanten bij de intocht v Sint, toch?

Morele plicht

Fractievoorzitter van Groenlinks, Mattias Gijsbertsen, zei op twitter (@MattiasGL) “Van GL hoeft die olifant niet.” Dat is—wellicht debet aan de noodzakelijke breviteit op twitter—in mijn optiek nogal zwak uitgedrukt. Als we, misschien niet zozeer met door euforie verblinde lekenogen maar wel in wetenschappelijke objectiviteit, kunnen aanschouwen dat het welzijn van dieren wordt aangetast, moeten we daar iets aan doen.

In mijn ogen hebben we een morele plicht om dergelijk lijden af te keuren en te voorkomen, zeker—maar niet louter—in het licht van de irrelevante en dus onnodige plaats van een olifant bij intocht. Los van mishandeling bij het leren van kunstjes of bij het drijven van de olifanten en los, ook, van de mogelijkheid dat olifanten moeilijk tegen te houden zijn als ze losbreken, zijn olifanten in gevangenschap er slecht vanaf. Olifanten horen in de eerste plaats niet gevangen te zitten en vervolgens niet in Sinterklaasintochten mee te lopen.

Een dusdanig uitsluiten van de olifant zou het lijden niet beëindigen, want het leeft nog steeds in gevangenschap; maar het zou wel een duidelijk signaal zenden—namelijk, dat de gemeente Groningen dergelijk lijden niet wil faciliteren.

Uitslag

Rond 1 uur ’s nachts, op 18 november 2010, werd de motie verworpen door verdeelde fracties: 18 stemmen voor; 20 tegen. Misschien wordt het tijd te verhuizen. Of tijd voor meer actie.

No Comments yet »

Tweets uitgelicht en uitgelegd

Posted in animal rights, twitter by Herman1850
Nov 10 2010
TrackBack Address.

Twitter+
Ondanks mijn aanvankelijke reserveringen, ben ik helemaal om: Twitter (mijn accountnaam: @87books) is een geweldige manier om te communiceren, om onderwerpen die je met de wereld (of je volgelingen) wilt delen, snel naar buiten te brengen in enkele korte zinnen. Je hoeft er geen uitgebreide verhalen van te maken; je kunt de liefde of frustratie van het moment kwijt in korte berichtjes.

Soms zit er echter meer achter zo’n kort berichtje, waarvoor een link in het berichtje ook geen soelaas biedt. Vandaar dat ik het idee heb opgevat, om op mijn blog af en toe enkele van mijn tweets nader toe te lichten, om wat duidelijkheid te verschaffen. Het is een probeersel, maar wie weet wordt het een terugkerende categorie.

DEC’s en de WOD

Ik schreef op 7 november het volgende:
Lees op p28 ‘t voorstel dat onderzoeker weer zelf ethisch verantwoordelijk moet worden in dierproeven. De #WOD en #DECs zijn er niet zomaar!

Sinds de lezing van Esther Ouwehand op 8 oktober over dierproeven en de discussie die ik de dag erna met een collega had, ben ik me meer voor dat onderwerp gaan interesseren. Dat betekent in mijn geval meestal, dat ik er boeken over aanschaf en meer over wil lezen. Bovenstaande tweet verwijst dan ook naar een boek waarin ik begonnen ben, te weten DEC’s in Discussie: De beoordeling van dierproeven in Nederland. Het is het eerste boek in een serie over dierproeven, onder redactie van Jac. Swart.

De afkorting WOD staat voor de Wet Op Dierproeven (1977) en DEC staat voor Dierexperimentencommissie, een commissie van ten minste 7 mensen die vooraf moet toetsen of een bepaalde dierproef ethisch verantwoord is. Dat gebeurt (vrijwel) altijd aan de hand van het criterium of het aan het dier toegebrachte ongerief opweegt tegen de baten van het experiment.

Onderzoekers aan het woord

Het artikel waar ik naar verwijs, dat onder andere de pagina 28 omvat, is geschreven door twee onderzoekers, Sietse de Boer en Jaap Koolhaas, die betogen dat een DEC nooit (volledig) gekwalificeerd kan zijn om een dierproef te beoordelen, omdat alleen de onderzoekers zelf dusdanig gespecialiseerd zijn en de precieze implicaties van het onderzoek kunnen kennen.

Deze onderzoekers schrijven, dat “met enige regelmaat de DEC om nadere info vraagt alvorens tot een definitief besluit te komen. Dit … heeft tot gevolg dat het zorgvuldig geplande experiment moet worden uitgesteld.” Dat is vervolgens “niet bevorderlijk voor het welzijn van de onderzoeker” (p25). Daarom, is de opvatting van beide heren, “moet de onderzoeker weer meer eigen verantwoordelijkheid krijgen bij het bepalen van nut en noodzaak van eigen onderzoek” (p28).

Uit mijn tweet wordt wel duidelijk, dat ik het daar pertinent mee oneens ben. Wil ethische toetsing onafhankelijk en onbevooroordeeld zijn, dan moet het geschieden door een andere partij dan degene die de handeling uitvoert. Onderzoekers zullen hun eigen onderzoek altijd als nuttig bestempelen en dat nut altijd zwaarder laten wegen dan het leed dat ze dieren toebrengen in die proeven (anders zouden ze de proef niet aldus ontworpen hebben). Een DEC is juist in het leven geroepen om andere belangen—de ethische van het dier—mee te laten wegen, omdat die anders vergeten zouden worden.

Indicatief voor de veronachtzaming in de koers van de onderzoekers, vind ik de manier waarop ze schrijven over “het welzijn van de onderzoeker,” die moet lijden onder een vertraagd onderzoek, maar vooral hoe ze intussen zwijgen over het ongerief—het leed!—dat dieren wordt aangedaan in zulk onderzoek. Het gaat louter om de belangen van de onderzoekers waar rekening mee gehouden moet worden.

Conclusie in een Tweet

De DEC en WOD zijn in het leven geroepen, juist omdat de zelfregulering in de voorafgaande periode niet gewerkt heeft en hebben, blijkens deze bijdrage van De Boer en Koolhaas, hun functie nog niet verloren. We hebben deze wet nodig, waarin voorgeschreven wat wel en niet mag, alsmede het daarbij horende orgaan dat onafhankelijke toetsing verricht.

Een evenwichtige of gewichtige verhandeling over wat er allemaal mis is met de WOD en DECs gaat me op dit moment nog te ver (lees daarvoor bijvoorbeeld deze evaluatie van de Wet op Dierproeven uit 2005), vandaar dat mijn gecondenseerde conclusie op twitter voorlopig slechts luidde: De WOD en DECs zijn er niet zomaar!

No Comments yet »

Rede van de dierenrechten

Posted in animal rights by Herman1850
Nov 22 2006
TrackBack Address.

Er is me, naar aanleiding van mijn stukje over Cliteur, gevraagd wat dan precies de redelijke onderbouwing van dierenrechten was. Ik noemde wel het nadeel van emotionele argumenten, maar legde daarbij niet uit wat de rationele argumenten in het debat zouden zijn. In wat volgt probeer ik daar antwoord op te geven, maar met de kanttekening dat dit niet (perse) het standpunt van Paul Cliteur is. mijn mening is gevormd door geschriften van verschillende filosofen; daaronder valt Cliteur, maar ook Peter Singer en, in mindere  mate, Tom Regan zijn vormend geweest.

In Darwin, Dier en Recht legt Cliteur uit, dat met de invloed van verlichting en darwinisme de goddelijke aanwijzing van de speciale positie van de mens verdwenen is; de mens is een dier onder de dieren geworden. Als het menselijke dier een intrinsieke waarde heeft, en die aanname is vastgelegd—en universeel verklaard—middels de verklaring van rechten van de mens in 1948, dan is het inconsistent om het niet-menselijke dier geen intrinsieke waarde toe te kennen.

Argumenten voor menselijke exclusiviteit—e.g. rede, spraak, zelfbewustzijn—worden veelal inconsistent gehouden: vergeleken met een baby zijn dieren namelijk socialer, bewuster, communicatiever en kennen een groter cognitief vermogen. Neem echter de afgezwakte versie van dierengebruik in de maatschappij: dieren mogen best geslacht worden, als ze een goed leven hebben en als het pijnloos gebeurt. Zou nu geopperd worden dat het doden van een baby op een vergelijkbare wijze plaats vindt, dan wordt dat nochtans immoreel  bevonden. Ook kan ik niet zeggen dat ik een lekker babylapje of peuterpootje op mijn bord wil: noch redelijk, noch spraakzaam, hebben baby’s meer rechten dan dieren. De  argumentatie is derhalve inconsistent (en dus gevoed door emotie of culturele dogmatiek).

Een eventuele alternatieve invalshoek, dat het doden van een baby lijden berokkent aan de familie, wordt eveneens problematisch. Los van de vraag waarom een dierenfamilie niet zou lijden onder een verlies, verandert de intrinsieke waarde (de waarde van de baby in zichzelf), in een instrumentele waarde, dus wat het rechtsobject voor waarde heeft voor iemand anders. Daar kan wederom tegenin gebracht worden, naast het feit dat op die grond dieren nog steeds dezelfde rechten zouden kunnen (of moeten) krijgen, maar veeleer nog, dat het lijden van de ander juist de weinig solide emotionele grond is waar ik eerder juist bezwaar tegen maakte (vergelijk de zwager die recht op een Testarossa wilde claimen).

Cliteurs ondervanging van de onredelijkheid, door concentratie op kernrechten, waar ik eerder naar verwees, houdt in dat er geen overbodige of ontoepasbare rechten worden verleend. Een mensenrecht op werk of het hebben van een tv, bijvoorbeeld, is niet universeel en bovendien schier ontoepasbaar. De beoogde kernrechten (kunnen) zijn: recht op
leven, zelfbeschikking, of het door Cliteur genoemde recht op lichamelijke integriteit. Ik moet bovendien opmerken, dat niet iedereen met een gelijke rechtspositie ook gelijke  rechten (nodig) heeft—wat heeft een man aan het recht op abortus, bijvoorbeeld?

Al met al moet ik zeggen dat niet alles gezegd is en dat niet alle vragen de wereld uit zijn. Hoe zit het met toepasbaarheid van dierenrechten ten opzichte van andere dieren? Het doden van een vogel door een kat, om iets concreets te noemen, zou een inbreuk zijn op het recht op leven van de vogel. Is er dan een criminele handeling begaan, of treft de kat
net zoveel blaam als een lawine waarbij drie doden vallen?

No Comments yet »

Dierenrechten enzo …

Posted in animal rights by Herman1850
Sep 15 2005
TrackBack Address.

Ik heb “de eeuw van het dier” gelezen, van de hand van Marianne Thieme, de lijsttrekker van de Partij Voor De Dieren. Daarin schrijft ze persoonlijke ervaringen (hoe ze vegetariër werd en waarom, maar ook hoe ze politiek actief werd), opinies met betrekking tot het dierenleed in Nederland, en betoogt ze dat de huidige “diervriendelijke” partijen niet voldoen aan de noodzaak voor meer “consideratie” voor dieren, zoals ze dat noemt (persoonlijk zou ik gekozen worden voor een woord als “inachtneming”).

Tot dusver kan ik erin meegaan. Ook ik ben vegetariër en vind mensen vaak onnodig wreed tegenover dieren; daarin is vooral het contrast tussen hoe mensen hun huisdieren beknuffelen en voedseldieren laten behandelen opmerkelijk. Dat partijen als Groenlinks en SP, de “diervriendelijke” partijen, met lede ogen hebben toegekeken bij wat eufemistisch “ruimingen” van dieren genoemd werden indiceert een noodzaak voor een partij die het welzijn van dieren hoger op de agenda heeft staan.

Vooral de laatste tijd houd ik me bezig met de mogelijkheid van dierenrechten en inachtneming van hun wensen en belangen. Het is opvallend hoe makkelijk mensen een dergelijk onderwerp afdoen als weinig belangrijk of onzinnig. Er woont minstens een tienvoud van het aantal mensen aan dieren in Nederland (al zijn de cijfers me niet helemaal duidelijk), maar het enige dat belangrijk lijkt te zijn is ons eigen leven en welzijn. Hoe zit het met het gevoel van dieren, hun behoeften, hun leven? Is het zo moeilijk daar rekening mee te houden?

Veel mensen zien dieren simpelweg als gebruiksobjecten die hun gemak dienen. Honden en katten zijn weliswaar onze lieve huisdieren, maar ze moeten wel doen wat wij willen; als een hond niet goed en snel genoeg luistert is het maar lastig. Maar ik vraag me dan af: hoe zou een dier leven – en willen leven? Wat voor behoeftes hebben dieren? Op wat voor niveau en manier is communicatie met dieren mogelijk – is het noodzakelijk dat de mens de dominante, bepalende positie vervult? (Barbara Smuts verhaalt in haar essay als reactie op Coetzee’s “The Lives of Animals” over haar relatie met haar hond, waarin ze een grote mate van gelijkheid bereikt hebben.)

Het blijft de vraag in hoeverre dieren bewust zijn van hoe ze leven – en of dat anders kan. Daaruit volgt in hoeverre ze veranderingen meemaken, en of ze de nieuwe situatie beter aangepast vinden aan hun behoeftes. Is het zo complex? Voelt een situatie voor een dier niet gewoon goed of verkeerd – fijn of onaangenaam? Wanneer is het projecteren van mensengevoelens en -ideeën op dieren geschikt, en wanneer niet? Het zijn allemaal vragen waarmee ik me bezig houd, op een deels filosofisch, moreel, cultureel, en biologisch platform.

Maar stel, we zouden besluiten tot een grotere inachtneming van dieren. Dan zouden we ze niet meer zomaar gebruiken voor voedsel. Wat gebeurt er dan met de dieren? Het overschot aan dieren verdwijnt niet ineens – en die dieren zouden ineens wel langer en in grotere ruimtes moeten leven. Dan krijg je vast de LPF weer op je dak (of is dat onder de gordel?).

Een andere grote vraag die mij rest is: waarom zou ik stemmen op een one issue partij? Het getuigt niet van prioriteiten op menselijk gebied die je wilt kunnen sturen. Behalve uit de, mijns inziens nogal zwakke Kantiaanse redenatie dat gedrag ten aanzien van dieren wordt gespiegeld in het gedrag naar mensen toe.

Nou ja, ik ga maar door met het aftasten van de grenzen omtrent gevoelens, bewustheid, en behoeftes van dieren, en van de haalbaarheid van een diervriendelijker wereld.

No Comments yet »

Follow Me!

 Facebook Twitter YouTube StumbleUpon RSS

Categories

Abe Lincoln animal rights animals Art books Books read in the year Civil War daily life Film films, books, music food General History Land of Lincoln Life love My life News Nijntje personal Philosophy politics religion twitter Uncategorized USA USA2009 USA2011 veganism Wishlist work Zonder Rubriek

Categories

Archives

 

May 2012
S M T W T F S
« Apr    
 12345
6789101112
13141516171819
20212223242526
2728293031  
Powered by WordPress | “Blend” from Spectacu.la WP Themes Club