Aurora Station
“Aurora, founded in 1837,” lees ik, wachtend op de trein. Het is 4 juli 2011 en de lucht kringelt boven de straten van Illinois. Het is 30 graden en zelfs van op een bankje in de schaduw wachten krijg je het warm.
Het tijdschema op internet had aangegeven dat de trein elk uur rond het halve uur zou vertrekken, dus ik was op tijd vertrokken om de trein van half 12 te halen, gewapend met zonnebrand op de huid, een pet op mijn hoofd en een optimisme om op alle fronten met de zon te wedijveren. Op het station bleek de trein echter op zich te laten wachten en de roosters op het stationsgebouwtje verklaarden waarom: op major holidays (en Onafhankelijkheidsdag is vreemd genoeg een grote feestdag) reed de trein nog maar eens in de twee uur. Om 12:28 zou de volgende trein komen.
Vandaar dat ik zit te wachten op het bankje, terwijl er langzaamaan steeds meer mensen binnendruppelen. Ze kijken verbaasd naar het rooster en stellen me vragen. Ik, een buitenlander die voor het eerst op dit station—of om het even welk station—zit te wachten op een commuter train in Aurora, moet deze Amerikanen uitleggen hoe laat de trein komt, welk station dit is en of mensen wel of geen parkeergeld moeten betalen als ze hun auto er vandaag neerzetten. [1] Maar ook hoe ze aan een kaartje kunnen komen, want er is geen automaat en het gebouwtje waar je ze doorgaans koopt is dicht. Je schijnt kaartjes met een kleine toeslag in de trein te kunnen kopen.
Ik lees wat in Sylvia Wittemans Ik verzin dit niet, waarin ze komische observaties over Amerikanen doet en kijk naar de mensen om me heen: een gevarieerde mix met Aziatische, Europese en Afrikaanse voorouders, allemaal in hetzelfde schuitje op het perron, maar weinig grappigs of opvallends. Of het moet zijn dat vrouwen geneigd zijn om strakke, korte broekjes te dragen met slippers en mannen ruime, loshangende jeans met sportschoenen. Het zijn bekende beelden, voor mensen die zo vaak geconfronteerd worden met Amerikaanse (pop)cultuur.
Treinen
Als ik plaatsneem in de trein, kijk ik mijn ogen uit. Het is een dubbeldekker, maar in een compleet andere uitvoering dan bij ons: in het midden heeft de bovenste verdieping namelijk geen vloer, waardoor je eigenlijk aan weerszijden een soort balkon hebt, met enkele stoelen. De benedenverdieping heeft weliswaar bankjes, maar de rugleuning hiervan kan verplaatst worden, zodat je in plaats van achter- ook vooruit kunt rijden.
De conducteur is een dikkige man, vriendelijk met wit haar. Als ik niet beter wist, zou ik vermoeden dat dit het zomerbaantje van de Kerstman is. Hij vraagt waar je opgestapt bent en geeft je je kaartje, niet cadeau maar wel zonder toeslag, want de loketten zijn dicht en dan kun je vantevoren geen kaartje kopen. Wat een verschil met Nederland, waar alles geautomatiseerd is en zelfs kaartjes langzaamaan verdwijnen, zodat je altijd voorbereid geacht wordt te zijn. Ook op feestdagen en als loketten gesloten zijn.
Buitenlanders die het genoegen hebben om de Nederlandse taal op te vangen, schijnen voornamelijk onze g-klanken te horen, als een lange reeks opgehoeste rochels. Het Amerikaans wordt, op eenzelfde manier, aaneengeregen door een constant en schijnbaar willekeurig gebruik van “like.” Als ik cynisch was, zou ik me afvragen welke van de twee charmanter is, maar eerlijk gezegd heeft deze Amerikaanse tic ook wel iets komisch en ben ik als Nederlander gezegend, omdat ik het constante gehoest en geschraap van de keel niet meer hoor.
Grant Park en Millennium Park
Vanaf Chicago Union Station loop ik in een rechte lijn langs Jackson Ave naar Millenium Park, dat tegen Lake Michican aanschurkt. Omdat het treinstation in het centrum ligt, kom je meteen buiten tussen de wolkenkrabbers die de Amerikaanse stadsaanzichten altijd zo tekenen. Nu is Chicago ook nog bekend om de variatie in zijn gebouwen, dus als je de tijd neemt kijk je de helft van de tijd naar boven en naar contrasten in vormen en bouwstijlen (en de andere helft kijk je uit dat je niet van je sokken gelopen of gereden wordt). De straat wordt doorsneden door af en toe een verlaten straat of steeg met kenmerkende, zwarte brandtrappen en de L-track metro die boven je hoofd dendert in de Chicago Loop. De indrukwekkende gebouwen bieden veel fotomomenten, maar gelukkig ook een overvloed aan schaduw.
Eenmaal in Grant Park, aangrenzend aan Millennium, is het groen en prachtig en heet. Het biedt niet alleen een schitterend uitzicht op een oogverblindende skyline, er spuit bovendien een geweldige fontein om het plaatje te vervolmaken. Maar hoe verleidelijk dichtbij ook, een armlastige toerist hoeft van dit water geen verkoeling te verwachten, omdat hij meedogenloos onbereikbaar gemaakt wordt door een hekje. Gelukkig waait er af en toe een koele bries van Lake Michigan, die deze verleiding af en toe doet vergeten.
Temidden van alle superlatieven zit Saint-Gaudens’ Lincoln, alsof hij op me heeft gewacht om een praatje te maken over het leven en wat ons bezig houdt, over de liefde en hoe dat in je hoofd en hart gaan zitten. Lincoln, leven en liefde, hoofd en hart, ze komen perfect samen in deze omgeving en ik geniet van deze indrukken. Hoewel er niemand is om het op dit moment mee te delen, zouden veel gedachten er ook niet zijn zonder de thuisblijvers en zo is het toch een interactief geheel.
Even verderop, bij “the Art institute of Chicago” dansen kleine fonteintjes die wel toegankelijk zijn. Ik zoek ik verkoeling en eet wat bramen en een banaan. “Man, I love this town,” hoor ik The Weakerthans zingen, zonder de “arcing wrecking ball” die het voorgaande nietig verklaart. Te lopen in deze straten, door deze parken, met dit uitzicht, is waarom ik het fijn vind om, zo af en toe, terug te komen naar deze stad. Gisteren vroeg iemand, toen ik met een White Sox-petje op een Chicago Cubs-magneetje kocht, “so, which is it, do you like the Sox or the Cubs?” Ik had toen eigenlijk moeten zeggen: “Ma’am, I simply like Chicago.”
Het Millennium Park is eigenlijk veel bekender dan Grant Park, omdat daar de meeste attracties en beelden staan. Je hebt er de waterspuitende beelden, The Bean en kunstobjecten; kortom, een keur aan fotomomenten voor gretige bezoekers. “Just take the damn picture,” bijt een vrolijke vrouw haar talmende partner toe en ik neem de gelegenheid waar om vooral foto’s te maken van massa’s, mensen en de schitterende gebouwen om het park heen—maar kan een foto van mijzelf in The Bean niet weerstaan. Tot slot koop ik een flesje Sprite aan een kraam en loop luid boerend weg, op weg naar het volgende park.
Lincoln Park
Onderweg, op Michigan Ave, bedenk ik me dat sommige mensen een bergwandeling maken, op zoek naar natuur. Dat lijkt me heerlijk, toppen bekijken op al dan niet geeffende paden. Nu is mijn wandeling er weliswaar een van toppen, maar dan van een andere orde: cultuur in plaats van natuur—architectuur, om precies te zijn. Ligt Chicago niet, zoals de vorige keer in de John Hancock observatory, aan mijn voeten, dan toch zeker wel onder mijn voeten terwijl ik doorloop.
Ik ben vermoeid en bezweet als ik aankom bij Lincoln Park, maar als ik richting het andere beeld dat Saint Gaudens van Lincoln maakte loop, weet ik dat het de moeite waard is. Het streng op bezoekers neerkijkende beeld blijft indrukwekkend om te zien, plechtige houding die de ernst van de situatie en de druk op zijn schouders destijds goed weergeeft. Het monument wordt afgemaakt door een halfronde muur en een mooie boompartij eromheen.
Terwijl ik naar het beeld sta te kijken, komt er een klein groepje mensen aangereden op Segways, met helmen en een gids. Die houdt een ingestudeerd standaardverhaaltje over Lincoln en vertelt de toeristen dat dit beeld het best gelijkdende Lincolnbeeld is. Hij last een pauze in en ik maak van de gelegenheid gebruik om hem wat vragen te stellen over het Lincolnbeeld. Van de tweeling in Londen weet hij niks, maar hij weet me wel te vertellen dat het aanvankelijk de bedoeling was dat Grant Park gevuld zou worden met allerlei presidenten. De crisis van de jaren ’30 heeft er uiteindelijk voor gezorgd dat de zittende Lincoln een eenzaam figuur zou blijven in het park.
Deze lincoln staat ook alleen, dus ik hou hem even gezelschap. Ik ga schuin achter hem zitten, in de schaduw en pak mijn boek, hoewel van lezen niet veel terecht komt. Ik kijk vooral om me heen, waar het park een rustige oase is in een drukke stad, een groen bad aan de voeten van de reuzen die gebouwen vormen. Het is een mooie hoek van Chicago, waar je zomaar vaker zou kunnen gaan zitten met een boek, op een mooie, zonnige dag in juli. Verder denk ik wat over Lincoln en geschiedschrijving, vakanties waar men dingen compleet anders ervaart en Amerikaan of toerist zijn.
Fireworks at Lake Michigan
Omdat ik in het centrum heb afgesproken met Megan, loop ik na een poosje weer terug. Dat doe ik niet via het drukke Michigan Ave of het strand, waarlangs ik op de heenweg liep, maar langs Dearborn Street. Dat is een stuk rustiger, er staan veel bomen die voor schaduw zorgen en de straat wordt gekenmerkt door prachtige huizen waar ik steeds weer bij stil sta om in me op te nemen.
Omdat ik me onderweg nog even laat ophouden door een WholeFoods, om fruit te kopen en te kijken of ze bepaalde veganistische koekjes hebben (die hebben ze niet; ze zijn kort daarvoor uit het assortiment gehaald), ben ik iets later dan afgesproken bij de Leeuwen van het Art Institute, maar Megan is al lang blij dat ik heelhuids aangekomen ben.
We lopen samen richting Lake Michigan, over een kunstzinnig kronkelende brug en praten wat over veganisme en respect voor meningen van andersdenkenden. Ze heeft gezegd dat ze zou proberen tijdens mijn verblijf veganistisch mee te eten, maar nu ze een hotdogkraam ziet kan ze zich nauwelijks aan die belofte houden. We zoeken een mooie plek in het gras en langzaamaan wordt het donkerder. Als het donker genoeg is barst het vuurwerk los: “fireworks at lake Michigan,” zoals Kanye West al zong.
Nadien proberen we de auto terug te vinden in de garage onder Millennium Park en rijden we terug naar huis. De snelweg wordt omringd door vuurwerk dat overal nog aan de gang is. Het is 4 juli, Independence Day, waarop Amerikaanse Britten de mensen over de oceaan vertelden dat ze lekker thuis mochten blijven, met het resultaat dat een zelfstandig Amerika gevormd werd. En dat mag best uitbundig gevierd worden.
- – - noten – - -
[1] Het station ligt namelijk op de rand van Naperville, maar is genoemd naar het aangrenzende Aurora. Station Naperville, dat ook op het schema staat, ligt 5 minuten verderop. Op zondagen hoef je geen parkeergeld te betalen, dus volgens mij geldt dat ook voor feestdagen, waarop het parkeerplein bijkans leeg is.




Dirk Draulans’ Beagle Dagboek. Op reis naar de oorsprong van de evolutie, (Meulenhoff, 2010), 590pp. ISBN 9789085422631. €9,99 bij
Het eerste boek van dit jaar is gelezen: A clash of kings, van George R.R. Martin. Na A game of thrones is dit het tweede deel van “A song of ice and fire,” een serie waarvan het einde 








