Fourscore and Seven Books

Fourscore and Seven Books

van boeken en beesten, god en geschiedenis

  • Better World Books
  • De Slegte
  • Lincoln Book Shop
  • Partij voor de Dieren
  • Twitter
  • Home
  • Civil War
  • Essays
  • Books
  • About me
  • Contact
  • Links

Aurora to Chicago, Fireworks at Lake Michigan

Posted in Abe Lincoln, Land of Lincoln, USA2011 by Herman1850
Jan 25 2012
TrackBack Address.

Aurora Station

“Aurora, founded in 1837,” lees ik, wachtend op de trein. Het is 4 juli 2011 en de lucht kringelt boven de straten van Illinois. Het is 30 graden en zelfs van op een bankje in de schaduw wachten krijg je het warm.

Het tijdschema op internet had aangegeven dat de trein elk uur rond het halve uur zou vertrekken, dus ik was op tijd vertrokken om de trein van half 12 te halen, gewapend met zonnebrand op de huid, een pet op mijn hoofd en een optimisme om op alle fronten met de zon te wedijveren. Op het station bleek de trein echter op zich te laten wachten en de roosters op het stationsgebouwtje verklaarden waarom: op major holidays (en Onafhankelijkheidsdag is vreemd genoeg een grote feestdag) reed de trein nog maar eens in de twee uur. Om 12:28 zou de volgende trein komen.

Vandaar dat ik zit te wachten op het bankje, terwijl er langzaamaan steeds meer mensen binnendruppelen. Ze kijken verbaasd naar het rooster en stellen me vragen. Ik, een buitenlander die voor het eerst op dit station—of om het even welk station—zit te wachten op een commuter train in Aurora, moet deze Amerikanen uitleggen hoe laat de trein komt, welk station dit is en of mensen wel of geen parkeergeld moeten betalen als ze hun auto er vandaag neerzetten. [1] Maar ook hoe ze aan een kaartje kunnen komen, want er is geen automaat en het gebouwtje waar je ze doorgaans koopt is dicht. Je schijnt kaartjes met een kleine toeslag in de trein te kunnen kopen.

Ik lees wat in Sylvia Wittemans Ik verzin dit niet, waarin ze komische observaties over Amerikanen doet en kijk naar de mensen om me heen: een gevarieerde mix met Aziatische, Europese en Afrikaanse voorouders, allemaal in hetzelfde schuitje op het perron, maar weinig grappigs of opvallends. Of het moet zijn dat vrouwen geneigd zijn om strakke, korte broekjes te dragen met slippers en mannen ruime, loshangende jeans met sportschoenen. Het zijn bekende beelden, voor mensen die zo vaak geconfronteerd worden met Amerikaanse (pop)cultuur.

Treinen

Als ik plaatsneem in de trein, kijk ik mijn ogen uit. Het is een dubbeldekker, maar in een compleet andere uitvoering dan bij ons: in het midden heeft de bovenste verdieping namelijk geen vloer, waardoor je eigenlijk aan weerszijden een soort balkon hebt, met enkele stoelen. De benedenverdieping heeft weliswaar bankjes, maar de rugleuning hiervan kan verplaatst worden, zodat je in plaats van achter- ook vooruit kunt rijden.

De conducteur is een dikkige man, vriendelijk met wit haar. Als ik niet beter wist, zou ik vermoeden dat dit het zomerbaantje van de Kerstman is. Hij vraagt waar je opgestapt bent en geeft je je kaartje, niet cadeau maar wel zonder toeslag, want de loketten zijn dicht en dan kun je vantevoren geen kaartje kopen. Wat een verschil met Nederland, waar alles geautomatiseerd is en zelfs kaartjes langzaamaan verdwijnen, zodat je altijd voorbereid geacht wordt te zijn. Ook op feestdagen en als loketten gesloten zijn.

Buitenlanders die het genoegen hebben om de Nederlandse taal op te vangen, schijnen voornamelijk onze g-klanken te horen, als een lange reeks opgehoeste rochels. Het Amerikaans wordt, op eenzelfde manier, aaneengeregen door een constant en schijnbaar willekeurig gebruik van “like.” Als ik cynisch was, zou ik me afvragen welke van de twee charmanter is, maar eerlijk gezegd heeft deze Amerikaanse tic ook wel iets komisch en ben ik als Nederlander gezegend, omdat ik het constante gehoest en geschraap van de keel niet meer hoor.

Grant Park en Millennium Park

Vanaf Chicago Union Station loop ik in een rechte lijn langs Jackson Ave naar Millenium Park, dat tegen Lake Michican aanschurkt. Omdat het treinstation in het centrum ligt, kom je meteen buiten tussen de wolkenkrabbers die de Amerikaanse stadsaanzichten altijd zo tekenen. Nu is Chicago ook nog bekend om de variatie in zijn gebouwen, dus als je de tijd neemt kijk je de helft van de tijd naar boven en naar contrasten in vormen en bouwstijlen (en de andere helft kijk je uit dat je niet van je sokken gelopen of gereden wordt). De straat wordt doorsneden door af en toe een verlaten straat of steeg met kenmerkende, zwarte brandtrappen en de L-track metro die boven je hoofd dendert in de Chicago Loop. De indrukwekkende gebouwen bieden veel fotomomenten, maar gelukkig ook een overvloed aan schaduw.

Eenmaal in Grant Park, aangrenzend aan Millennium, is het groen en prachtig en heet. Het biedt niet alleen een schitterend uitzicht op een oogverblindende skyline, er spuit bovendien een geweldige fontein om het plaatje te vervolmaken. Maar hoe verleidelijk dichtbij ook, een armlastige toerist hoeft van dit water geen verkoeling te verwachten, omdat hij meedogenloos onbereikbaar gemaakt wordt door een hekje. Gelukkig waait er af en toe een koele bries van Lake Michigan, die deze verleiding af en toe doet vergeten.

Temidden van alle superlatieven zit Saint-Gaudens’ Lincoln, alsof hij op me heeft gewacht om een praatje te maken over het leven en wat ons bezig houdt, over de liefde en hoe dat in je hoofd en hart gaan zitten. Lincoln, leven en liefde, hoofd en hart, ze komen perfect samen in deze omgeving en ik geniet van deze indrukken. Hoewel er niemand is om het op dit moment mee te delen, zouden veel gedachten er ook niet zijn zonder de thuisblijvers en zo is het toch een interactief geheel.

Even verderop, bij “the Art institute of Chicago” dansen kleine fonteintjes die wel toegankelijk zijn. Ik zoek ik verkoeling en eet wat bramen en een banaan. “Man, I love this town,” hoor ik The Weakerthans zingen, zonder de “arcing wrecking ball” die het voorgaande nietig verklaart. Te lopen in deze straten, door deze parken, met dit uitzicht, is waarom ik het fijn vind om, zo af en toe, terug te komen naar deze stad. Gisteren vroeg iemand, toen ik met een White Sox-petje op een Chicago Cubs-magneetje kocht, “so, which is it, do you like the Sox or the Cubs?” Ik had toen eigenlijk moeten zeggen: “Ma’am, I simply like Chicago.”

Het Millennium Park is eigenlijk veel bekender dan Grant Park, omdat daar de meeste attracties en beelden staan. Je hebt er de waterspuitende beelden, The Bean en kunstobjecten; kortom, een keur aan fotomomenten voor gretige bezoekers. “Just take the damn picture,” bijt een vrolijke vrouw haar talmende partner toe en ik neem de gelegenheid waar om vooral foto’s te maken van massa’s, mensen en de schitterende gebouwen om het park heen—maar kan een foto van mijzelf in The Bean niet weerstaan.  Tot slot koop ik een flesje Sprite aan een kraam en loop luid boerend weg, op weg naar het volgende park.

Lincoln Park

Onderweg, op Michigan Ave, bedenk ik me dat sommige mensen een bergwandeling maken, op zoek naar natuur. Dat lijkt me heerlijk, toppen bekijken op al dan niet geeffende paden. Nu is mijn wandeling er weliswaar een van toppen, maar dan van een andere orde: cultuur in plaats van natuur—architectuur, om precies te zijn. Ligt Chicago niet, zoals de vorige keer in de John Hancock observatory, aan mijn voeten, dan toch zeker wel onder mijn voeten terwijl ik doorloop.

Ik ben vermoeid en bezweet als ik aankom bij Lincoln Park, maar als ik richting het andere beeld dat Saint Gaudens van Lincoln maakte loop, weet ik dat het de moeite waard is. Het streng op bezoekers neerkijkende beeld blijft indrukwekkend om te zien, plechtige houding die de ernst van de situatie en de druk op zijn schouders destijds goed weergeeft. Het monument wordt afgemaakt door een halfronde muur en een mooie boompartij eromheen.

Terwijl ik naar het beeld sta te kijken, komt er een klein groepje mensen aangereden op Segways, met helmen en een gids. Die houdt een ingestudeerd standaardverhaaltje over Lincoln en vertelt  de toeristen dat dit beeld het best gelijkdende Lincolnbeeld is. Hij last een pauze in en ik maak van de gelegenheid gebruik om hem wat vragen te stellen over het Lincolnbeeld. Van de tweeling in Londen weet hij niks, maar hij weet me wel te vertellen dat het aanvankelijk de bedoeling was dat Grant Park gevuld zou worden met allerlei presidenten. De crisis van de jaren ’30 heeft er uiteindelijk voor gezorgd dat de zittende Lincoln een eenzaam figuur zou blijven in het park.

Deze lincoln staat ook alleen, dus ik hou hem even gezelschap. Ik ga schuin achter hem zitten, in de schaduw en pak mijn boek, hoewel van lezen niet veel terecht komt. Ik kijk vooral om me heen, waar het park een rustige oase is in een drukke stad, een groen bad aan de voeten van de reuzen die gebouwen vormen. Het is een mooie hoek van Chicago, waar je zomaar vaker zou kunnen gaan zitten met een boek, op een mooie, zonnige dag in juli. Verder denk ik wat over Lincoln en geschiedschrijving, vakanties waar men dingen compleet anders ervaart en Amerikaan of toerist zijn.


Fireworks at Lake Michigan

Omdat ik in het centrum heb afgesproken met Megan, loop ik na een poosje weer terug. Dat doe ik niet via het drukke Michigan Ave of het strand, waarlangs ik op de heenweg liep, maar langs Dearborn Street. Dat is een stuk rustiger, er staan veel bomen die voor schaduw zorgen en de straat wordt gekenmerkt door prachtige huizen waar ik steeds weer bij stil sta om in me op te nemen.

Omdat ik me onderweg nog even laat ophouden door een WholeFoods, om fruit te kopen en te kijken of ze bepaalde veganistische koekjes hebben (die hebben ze niet; ze zijn kort daarvoor uit het assortiment gehaald), ben ik iets later dan afgesproken bij de Leeuwen van het Art Institute, maar Megan is al lang blij dat ik heelhuids aangekomen ben.

We lopen samen richting Lake Michigan, over een kunstzinnig kronkelende brug en praten wat over veganisme en respect voor meningen van andersdenkenden. Ze heeft gezegd dat ze zou proberen tijdens mijn verblijf veganistisch mee te eten, maar nu ze een hotdogkraam ziet kan ze zich nauwelijks aan die belofte houden. We zoeken een mooie plek in het gras en langzaamaan wordt het donkerder. Als het donker genoeg is barst het vuurwerk los: “fireworks at lake Michigan,” zoals Kanye West al zong.

Nadien proberen we de auto terug te vinden in de garage onder Millennium Park en rijden we terug naar huis. De snelweg wordt omringd door vuurwerk dat overal nog aan de gang is. Het is 4 juli, Independence Day, waarop Amerikaanse Britten de mensen over de oceaan vertelden dat ze lekker thuis mochten blijven, met het resultaat dat een zelfstandig Amerika gevormd werd. En dat mag best uitbundig gevierd worden.
- – - noten – - -

[1] Het station ligt namelijk op de rand van Naperville, maar is genoemd naar het aangrenzende Aurora. Station Naperville, dat ook op het schema staat, ligt 5 minuten verderop. Op zondagen hoef je geen parkeergeld te betalen, dus volgens mij geldt dat ook voor feestdagen, waarop het parkeerplein bijkans leeg is.

Share and Enjoy:
  • Facebook
  • Twitter
  • Hyves
  • RSS
No Comments yet »

Going to Carolina in my mind

Posted in politics, USA by Herman1850
Jan 22 2012
TrackBack Address.

Op twitter heb ik mensen al eerder lastig gevallen met dit liedje, dat maar niet uit mijn hoofd wil verdwijnen, maar hier heb ik het nog niet geplaatst.

South Carolina heeft me eigenlijk al jaren gefascineerd, om de enorme rol die het gespeeld heeft rond de Amerikaanse Burgeroorlog. Met de prominente aandacht die het rond de voorverkiezingen gekregen heeft kan ik er eigenlijk helemaal niet meer omheen: ik wil er naartoe! Ik wil de eigenzinnige staat bezoeken waar ze wars waren (en weer lijken) van federalisme, langs historische plaatsen en gebouwen lopen, waar Fort Sumter beschoten is en waar de Hunley te water is gelaten, om 130 jaar later pas weer te worden opgevist. Dat soort dingen, maar ook gewoon omdat het Amerika is.

Ik moet nog maar zien of ik dat allemaal kan plannen, dus tot die tijd moet ik het doen met tripjes naar Carolina in mijn hoofd. En een daar over zingende Stephen Colbert.

The Colbert Report Mon – Thurs 11:30pm / 10:30c
James Taylor & Stephen Colbert – “Carolina in My Mind”
www.colbertnation.com
Colbert Report Full Episodes Political Humor & Satire Blog Video Archive

 

En toen Stephen Colbert deze week ook nog de befaamde woorden “fiddle-dee-dee” sprak, ging ik spontaan mijn zondagmiddag besteden aan een zoveelste keer naar Gone with the Wind kijken. Dat Georgia weinig met South Carolina te maken heeft mag de pret niet drukken. En al mocht het dat, dan wijs ik met de beschuldigende vinger naar Stephen Colbert. Dankzij hem heb ik Carolina in my mind. De hele dag.

 

P.S. Herman “Stephen Colbert” Cain heeft in de voorverkiezingen nog 6.324 stemmen gekregen. Ben benieuwd of het genoeg is om Colbert alsnog een gooi te laten doen naar het Amerikaanse presidentschap.

Share and Enjoy:
  • Facebook
  • Twitter
  • Hyves
  • RSS
No Comments yet »

Het boek dat ik zou willen schrijven: Dirk Draulans’ Beagle Dagboek

Posted in animals, books by Herman1850
Jan 22 2012
TrackBack Address.

Dirk Draulans’ Beagle Dagboek. Op reis naar de oorsprong van de evolutie, (Meulenhoff, 2010), 590pp. ISBN 9789085422631. €9,99 bij De Slegte.

“Niet iedereen heeft het talent om een goed boek te schrijven,” schrijft Dirk Draulans in zijn Beagle Dagboek (p177). Na 574 pagina’s gelezen te hebben, hoeft hij wat mij betreft niet te vrezen: dit is het boek dat ik geschreven wilde hebben. Het is een reisbeschrijving, geïnspireerd door de geschiedenis van een 19e-eeuwse figuur, met komische en ernstige observaties  in een luchtig maar leerzaam geheel.

“Het is om te wenen hoe weinig mensen soms zien van de omgeving waarin ze vertoeven,” observeert Draulans (p130), maar daar heeft hij zelf geen last van. Draulans kijkt goed om zich heen, doet verslag van zijn indrukken en verweeft ze met een historische, biologische of geologische context, veelal gerelateerd aan de blijvende relevantie van Darwin. Op ieder stadium van de reis beschrijft hij op een boeiende en indringende manier dieren en natuur en zijn contact met mensen; en steeds weer komt naar boven, dat de invloed van mensen met (nieuwe) gebieden desastreus is geweest voor plaatselijke dieren- en plantenpopulaties. Of de (vele) wetenschappers en vrijwilligers die daarin verandering willen brengen daar nog toe in staat zullen zijn, betwijfelt de schrijver.

Het boek nodigt degenen die de serie nog niet gezien hebben om het wel te gaan bekijken en, ik vermoed, degenen die de serie wel al gezien hebben op tv om de dvd-box (of zelfs de luxe editie met boek, extra’s en poster voor boven je bed) te gaan bestellen op de vpro-site (€29,95).

Een kleine aantekening moet wel worden gemaakt, met betrekking tot de wens dat ik degene was die dit boek geschreven had: het boek ligt wel al, een jaar na verschijnen, in de ramsj bij De Slegte. Wat dat betreft hoop ik dat een boek van mijn hand toch beter gelezen wordt. Dan had Martin Bril het toch een stuk beter voor elkaar.

Share and Enjoy:
  • Facebook
  • Twitter
  • Hyves
  • RSS
No Comments yet »

Why I’m a vegan

Posted in animal rights, veganism by Herman1850
Jan 21 2012
TrackBack Address.

Oh yeah, I am a vegan and it’s because I think animals, as sentient beings, should be taken into consideration. They have needs and desires, and we are in a position to take those needs seriously. Therefore I think we should.

It’s not simply that we should treat them well, but I also think there is a combined instrumental and intrinsic value to life. This means that life is most valuable if it can be lived happily (instrumental value), but also that it cannot simply be used in calculations of adding or subtracting general happiness (intrinsic value).

Therefore I abstain as much as possible from animal products, so they won’t have to be kept or slaughtered for me. Slaughter, even if done kindly, remains involuntary (from the animals’ perspective), instrumental, and therefore a violation of an animal’s integrity.

Share and Enjoy:
  • Facebook
  • Twitter
  • Hyves
  • RSS
No Comments yet »

Vlees natuurlijk? Natuurlijk niet!

Posted in veganism by Herman1850
Jan 08 2012
TrackBack Address.

Discussie

Laatst volgde ik op facebook een kleine discussie over vlees eten. Daarin kwam een jongen—laat ik hem Jan Petman noemen—met een argument op de proppen, dat toch best regelmatig naar voren komt als het gaat om het eten van vlees: dat het instinct, gewoonte, of natuurlijk is om te doen.

Hij deed dat weliswaar op een iets andere manier dan gewoon is, want hij wierp eerst een overeenkomst met vegetariërs op, om vervolgens van leer te trekken. Op die manier hoopte zich hij waarschijnlijk tussen de vegetariërs en de kiloknallende vleeseter in te manouvreren, om in beide gevallen buiten schot te blijven. Of hij wilde iedereen uitdagen, dat kan natuurlijk ook.

Idyllische pijl en boog

“I love meat, I hate the bio-industrie,” begon hij. “Het liefst zou ik elke dag lekker met m’n pijl en boog en speer een vers everzwijntje of hertje boven m’n aangezwengeld kampvuurtje hangen en m’n tjik wat noten en groenten laten zoeken.” Hij gaat door: “Moet ik nou, als van origine alleseter, me gaan omscholen naar vegetariër? De wereld staat op z’n kop. [...] vlees smaakt me veel te goed, en het is in m’n natuur om vlees te eten.”

In alles wat hij zegt, begroept deze Jan Petman zich op de natuur, alsof het daarmee het gewicht van vanzelfsprekendheid krijgt en geen nadere toelichting behoeft. Als iets natuurlijk is, luidt zijn verzwegen premisse, dan is het goed. Dat is vaak overtuigend, want we stellen ons bij natuur een idyllisch geheel voor, van kabbelende beekjes, dartelende hertjes en prachtig uitwaaierende loofbomen. Kijk maar naar de oersituatie die Jan schetst: hertje, speertje, vuurtje en smullen maar. “Vroeger in de oertijd was [vlees] een van de belangrijste voedingbronnen voor de mens,” vandaar dat hij het liefst met zijn gewillige en goed luisterend vrouwtje om een knapperend kampvuur zou zitten kauwen op een everzwijn.

Zelfs als we voor het gemak even negeren dat vlees in deze ongedefinieerde, geromantiseerde oertijden slechts af en toe werd gegeten, als de mannen weer een keertje gejaagd hadden, en dat mensen leefden van wat het land te bieden had aan vruchten, fruiten en noten, slaat dit oerargument nergens op.

Dijkdoorbraak

Ik hoef maar drie dingen met de letter T te noemen om te illustreren dat die geromantiseerde natuur helemaal niet vanzelfsprekend goed is: tandrot, tuberculose en tsunami’s. Over wateroverlast gesproken: de afgelopen dagen waren Tolbert en Woltersum in het nieuws, vanwege hoge waterstanden in de regio. Dijken stonden op overstromen of doorbreken. Dijken, onnatuurlijke hulpmiddelen van de mens om te voorkomen dat een kanaal, dat ook al aangelegd is omdat we de natuur niet goed vonden, zou overstromen.

Dat laatste laat zien dat veel van wat wij doen en zien al helemaal niet meer natuurlijk is, maar ook dat wij niet natuurlijk willen zijn en dat we de natuur op allerlei manieren aan onze eisen, verwachtingen, noodzaken hebben aangepast. Daarnaast was alles wat we deden in de oertoestand geheel anders dan nu: we hadden geen werk, geen geld, geen schrift, geen wiel, geen medicijnen, geen hygiëne, geen ananas, aardappel, rijst of graan, bananen waren nog groene, halfronde vruchten die niet waren doorgeteeld tot de gele fallussen die we nu kennen.

Constructies

Zelfs op het sociale vlak is er van alles aangepast aan het natuurlijke, omdat de oertoestand ons niet beviel. Zonder organisatie en afspraken zou je de “oorlogstoestand” hebben waarnaar John Locke verwees: een eeuwige strijd van mens tegen mens, zonder overkoepelend organisatieprincipe. Hoewel de situatie waarin autonome mensen op een moment hun soevereiniteit hebben afgelegd een theoretische constructie is, wijst het wel op de niet-natuurlijke functie van onze (georganiseerde) samenleving.

Dus als mijn oerdrift zegt dat ik een knuppel moet pakken om mensen, heel oerverantwoord, neer te meppen, mag dat niet, omdat de natuurtoestand aan alle kanten is ingebonden. We hebben ethische en praktische normen opgesteld die onze natuurlijke driften kanaliseren in een samenleving die min of meer functioneert. We stoppen verplicht voor een rood licht; we gaan verplicht naar school; we zijn niet geoorloofd te werken voor een bepaalde leeftijd (en mogen geen jongere mensen laten werken); we mogen bezit en levens van andere mensen niet afnemen. We hebben een bureaucratisch web verzonnen van rechten en plichten waar we ons allemaal aan dienen te houden.

Moeilijk doen

Met andere woorden, we vinden inmenging in onze oerdriften en de natuurlijke beginsituatie doorgaans geen enkel probleem. Immers, in de discussie die Jan Petman met enkele anderen voerde, maakte hij gebruik van internet, lezen en schrijven en zat waarschijnlijk in synthetische kleding in een bakstenen huis met centrale verwarming, allemaal betaald met geld waar hij voor gewerkt had. Waarom doen we dan zo moeilijk als het gaat om vlees eten en beroepen we ons plotseling op een soort instinct, een natuur? Deels, denk ik, omdat we altijd moeilijk doen over (nieuwe) grensgebieden van het recht. Rechten voor zwarten waren belachelijk; rechten voor kinderen slecht voor de economie; rechten voor vrouwen voortgekomen uit hysterie en oestrogeenhormonen.

Nu deze voorbeelden breed geaccepteerd zijn en we aankomen bij rechten voor dieren, wordt dat confronterend en lastig, want dan moeten we weer kijken waarop we onze toekenning van rechten baseren. Mensen voelen zich aangevallen in hun vrijheden, of vinden het moeilijk om gewoontes los te laten, en gaan hun lusten rationaliseren met bijvoorbeeld het eeuwenoude argument dat iets natuurlijk zou zijn. Een argument dat bij geen van de andere grensgebieden (nog) valide gevonden wordt.

Gekke filosoof

Op een gekke, filosofische manier zou je kunnen zeggen dat onze voortdurende strijd met wat natuurlijk is, ook voortkomt uit onze natuur. Op die manier komt het natuurlijke helemaal niet overeen met hoe de mens vroeger leefde, maar is het aanpassen van ons gedrag aan de omstandigheden bij uitstek natuurlijk! En als het gaat om de aanpassing van de mens om vegetariër te worden is de voortschrijding aan te raden, niet om de reden dat het natuurlijk is, maar omdat er een gedegen (ethische) argumentatie aan ten grondslag ligt.

We hoeven geen wezens te doden of te laten lijden. Welk argument kan daar nou tegen op?

P.S. Denk ik op deze manier discussies te winnen of mensen te overtuigen? Natuurlijk niet, maar soms is het genoeg om mensen te laten nadenken. Zou dat gelukt zijn, of zouden de oerdriften toch de overhand houden? Ik weet het niet, maar ik moet denken aan een citaat van Arnon Grunberg: “het laatste wat sterft is hoop.”

Share and Enjoy:
  • Facebook
  • Twitter
  • Hyves
  • RSS
No Comments yet »

Het epos ontvouwt zich: “A clash of kings”

Posted in books by Herman1850
Jan 05 2012
TrackBack Address.

Het eerste boek van dit jaar is gelezen: A clash of kings, van George R.R. Martin. Na A game of thrones is dit het tweede deel van  “A song of ice and fire,” een serie waarvan het einde nog niet in zicht is. In het eerste deel wordt een spanning tussen families uitgewerkt, die elkaar de heerschappij over “de zeven koninkrijken” van het continent Westeros niet gunnen; in dit tweede deel komt die spanning tot uiting en raken de families slaags. Martin laat de lezer bovendien kennis maken met nieuwe families, die in het verleden overwonnen zijn of trouw hebben gezworen aan de voornaamste mededingers naar de troon. De loyaliteit binnen deze bondgenootschappen blijkt nogal breekbaar, zodat geen enkele ontwikkeling voorspelbaar is en de uitkomst van veldslagen nooit van tevoren vast staat.

De ene hoofdpersoon is interessanter dan de ander, maar hun aanwezigheid op verschillende plaatsen binnen het geheel is zo essentieel, dat de verhaallijnen allemaal blijven boeien. Bovendien veranderen de omstandigheden soms zodanig, dat je sympathie voor verschillende personen nogal eens kan schommelen. Martin beschrijft de beraadslagingen en overwegingen van beide kampen, zodat ik me menigmaal heb afgevraagd welke beslissing ik genomen zou hebben, als ik in zo’n situatie terecht zou komen. Met andere woorden: als lezer word je in het verhaal betrokken en kun je nauwelijks loslaten.

A game of thrones en A clash of kings zijn nogal forse boeken (807 en 969 pagina’s), maar ze vervelen geen moment. Nu het boek uit is en ik  deel drie van de serie, A storm of swords, uit de kast heb gepakt om te lezen, blijkt dat nog dikker te zijn. Ik zet het terug. Dat heeft niets met de inhoud of omvang te maken, maar alles met andere boeken die ik nu ga lezen. Bovendien heeft het geen haast: de serie voorlopig toch nog niet afgerond.

Share and Enjoy:
  • Facebook
  • Twitter
  • Hyves
  • RSS
No Comments yet »

Gelezen in 2011

Posted in books, Books read in the year by Herman1850
Jan 03 2012
TrackBack Address.

Ieder jaar houd ik bij welke boeken ik gelezen heb en vervolgens post ik ze hier, met soms een enkele opmerking over hoe veel boeken per week of bladzijden per dag dat zijn geweest. Nu las ik deze week een weblog van Alicia, waarin ze per boek ook bespreekt wat ze ervan vond of wat voor indruk het op haar gemaakt had, en dat leek me een leuk idee.

Hoewel het dit jaar niet zo veel boeken zijn als voorheen, is het een beetje te veel van het goede als ik elk boek dat ik gelezen heb ga bespreken.

1) Richard N. Current, The Lincoln nobody knows.

Weliswaar geschreven in 1958, maar voor mij nog altijd van belang in de Lincolnliteratuur. Het is een verzameling essays over allerlei onderdelen in het leven van Lincoln, op een serieuze, maar luchtige manier geschreven. Mensen zijn niet snel geneigd boeken over oude presidenten van Amerika te lezen, maar als ze er dan toch een zouden gaan lezen, dan raad ik dit boek aan. Erg fijn!

2) Rory Freedman & Kim Barnouin, Skinny Bastard: a kick-in-the-ass for real men who want to stop being fat and start getting buff .

Er zijn mensen die zeggen dat ze veganist zijn geworden na het lezen van “Skinny Bitch.” Dit is de op mannen gerichte versie van dat boek en ik ga er vanuit dat in beide boeken ongeveer hetzelfde staat. De vrouwen hanteren een betweterige toon, als een soort drilsergeant die in je oor schreeuwt hoe het moet, wat een slappeling je bent als je dat niet doet en dat je vooral niet moet zeuren. Geen gezeik, gewoon veranderen dat patroon. Het zal een manier zijn die werkt voor bepaalde mensen, voor andere mensen zal het een afknapper zijn, waardoor de boodschap geheel verloren gaat. Wat dat betreft komt nummer 23) toch een stuk beter uit de verf.

3) Catherine Clinton, Mrs. Lincoln: A life.

Mijn hemel, wat heb ik genoten van dit boek. Ik hou van vriendelijke uitweidingen over personen, waardoor je beter snapt hoe die (historische) persoon in elkaar steekt (of stak). Mary Lincoln wordt in een context geplaatst, waar ze nooit goed uit de verf is gekomen: ze was intelligent, ambitieus, hoog opgeleid en probeerde op haar eigen wijze te voldoen aan alle eisen die de wereld aan haar stelde. Ze ontvluchtte het Zuiden, omdat ze in die regio eigenlijk al getrouwd had moeten zijn. Toen ze in de steden in het Oosten aankwam, werd ze versleten voor een onbeschaafde plattelandsvrouw uit het Westen, ondanks verwoede pogingen om alles toch goed te organiseren. Er groeit een bewondering, maar ook een medelijden met de vrouw van Lincoln.

Daarbij moet wel worden aangetekend, dat de historiografie van mevrouw Lincoln ongeveer verdeeld kan worden in twee kampen: zij die haar bewonderen en zij die haar verguizen. Een middenweg lijkt nauwelijks te bestaan. De auteur van dit boek, Catherine Clinton, valt binnen het eerste kamp en doet haar uiterste best—”she’s bending over backwards,” in goed Nederlands—om de dingen die wel degelijk aangeven dat Mary gek werd, te ontkennen, negeren of verbloemen. Als ze halsoverkop de trein moet pakken omdat ze denkt dat haar zoon dood is, terwijl haar verzekerd wordt dat er niks aan de hand is, dan is dat gek. En dat is maar één voorbeeld. Desondanks heb ik deze biografie, zoals gezegd, met zeer veel plezier gelezen en blijft dit een fijn boek om te lezen—vooral in de heerlijke paperbackversie.

4) Dennis W. Brandt, Shattering the truth: The slandering of Abraham Lincoln.

Dit boek is voornamelijk geschreven als reactie en rectificatie van de boeken van Thomas DiLorenzo, The Real Lincoln en Lincoln Unmasked. Hoewel het geschiedkundig nauwkeurig in elkaar zit en niets heel laat van de gebakken lucht van de Neo-confederates, vrees ik dat het een futiele poging is. Een reactief boek komt al snel zeurderig over, zeker als het vol verve de status quo verdedigt die de lezers van DiLorenzo niet vertrouwen. Voor mij was het echter een verademing en een welkome aanvulling op de discussie.

5) Peter Lanser, Portretten van veganisten.
6) Rob Wijnberg, Boeiuh! Het stille protest van de jeugd.

7) Harriet Beecher Stowe, Uncle Tom’s Cabin; or, life among the lowly.

Als geïnteresseerde in slavernij, de Burgeroorlog en de ideeëngeschiedenis van 19e-eeuws Amerika, zou ik dit boek eigenlijk al vaker gelezen moeten hebben. Gelukkig kan ik nu zeggen dat ik het gelezen heb (nog vóórdat ik de verfilmingen bekeek!) en ik ga het graag herlezen. Het taalgebruik en ideeën hebben me geraakt, zelfs al ben ik het helemaal niet eens met de (christelijke) sentimenten in het boek. Er staan niet mis te verstane aanklachten tegen de slavernij in, naast promoties van een diep religieus leven. Het is niet verwonderlijk dat dit boek zo’n belangrijke rol gespeeld heeft in de houding van Noord tegenover Zuid en de emotionele connectie die mensen kregen met slavernij—iets dat voorheen toch vooral afstandelijk en theoretisch was.

Ik vraag me af of zo’n pamflet ook dieren geschreven zou kunnen worden, of wellicht al is geschreven. Animal Liberation en Dieren eten zijn aardige voorbeelden van teksten, waardoor mensen geraakt zijn en verandering willen brengen in de handel in dieren. Ik ben benieuwd of die ook naast elkaar gelegd (zullen) worden in beschouwingen.

8 ) Sheridan Hay, The secret of lost things.
9) D.H. Lawrence, Studies in classic American literature.
10) Roy Morris Jr, The Better Angel. Walt Whitman in the Civil War.

Ik schreef al eens een column over dit boekje, waarin ik het de hemel in prees, zowel de inhoud als de vorm. Het gaat over Walt Whitman, de druk die zijn aanvankelijke schrijverssucces en daarop volgende falen met zich mee bracht, maar met name over hoe hij zieken bezocht tijdens de oorlog en hoe hij jongens troostte die eigenlijk lagen weg te kwijnen, brieven schreef aan ouders of geliefden aan het thuisfront. Dat alles wordt met zo veel genegenheid geschreven, dat je bijna niet anders kunt dan van de man gaan houden. Zelfs al kun je verder niks met zijn destijds vernieuwende schrijfstijl (behalve zijn “O captain, my captain”).

Als ik dit boek in mijn handen heb, speel ik met de bladzijden, laat ze ritselen door mijn vingers en laat mijn handen glijden over de kaft. Het is zacht, de afmetingen en het gewicht zijn precies goed. Klink ik nu als een vies, oud mannetje? Het zij zo.

11) A. Lammers, De jachtvelden van geluk. Reizen door historisch Amerika.
12) Charles Groenhuijsen, Amerikanen zijn niet gek. Over Bush en baseball, misdaad en miljonairs, kerken en casino’s, porno en politiek.
13) Maarten ‘t Hart, De vrouw bestaat niet.
14) Connie Palmen, Het weerzingwekkende lot van de oude filosoof Socrates.
15) R.C. Sproul, Je geloof verdedigen.

Steeds weer pak ik dit soort werken op, op zoek naar de vraag welke argumenten overtuigend zijn om in god te gaan geloven. Des te meer ik lees over evolutie en astronomie, klinken met name natuurwetenschappelijke argumenten me steeds onzinniger in de oren. Alsof apologeten (mensen die doen aan geloofsverdediging) genoeg hebben aan een theologische onderbouwing en de lekenobservatie dat de wereld om ons heen een bepaald ontwerp in zich lijkt te hebben. Voeg daar een snufje “we weten of snappen niet hoe en waarom iets het geval is” aan toe en je hebt het recept om een vooraf bepaald geloof bevestigd te zien. Sproul vindt namelijk ook nog, dat niet zomaar een godsgeloof verdedigd moet worden, het moet ook nog specifiek het geloof in de christelijke god zijn, want dat is het enige zinnige geloof. Natuurlijk is dat weer het gevolg van zijn beginsituatie, waarin hij al gelooft in zonde en de noodzaak van jezus’ genade. Geloof je niet in “zonde,” dan kom je tot heel andere conclusies.

16) Evert de Bruin, Marx in 90 minuten.
17) Jake Halpern, Was ik hier maar nooit gaan wonen.
18) Carl Sagan, The varieties of scientific experience. A personal view of the search for god.
19) Christie Hofmeester, Meestal vergaat de wereld om 9:00uur.
20) Jerry A. Coyne, Why evolution is true.

Net als Richard Dawkins’ The Greatest Show on Earth, legt dit boek punt voor punt de bewijzen voor evolutie uit. Niet de fossielenvoorraad is het voornaamste bewijs, maar het feit dat levensbomen (dus de vertakking van soorten vanaf het ontstaan tot nu) van fossielen, microbiologie, en andere gebieden allemaal naadloos over elkaar heen vallen. Dit boek zou iedereen moeten lezen, voordat er gepraat gaat worden over evolutie en “intelligent design” (oftewel een schijn van ontwerp in de wereld).

21) Sylvia Witteman, Ik verzin dit niet. Avonturen in een Amerikaanse buitenwijk.
22) Edward Steers, jr., Lincoln Legends. Myths, hoaxes and confabulations abssociated with our greatest president.
23) Bob & Jenna Torres, Vegan Freak. Being vegan in a non-vegan world.

Dit boek is een uitleg over de betekenis, invulling en noodzaak van een veganistische levenswijze. De auteurs stellen dat veganisme niet zomaar een dieet is, maar een ethische filosofie, een houding, die logische gevolgen heeft voor de invulling van je leven. Anders dan Skinny Bitch is dit geen betweterig boek, hoewel het misschien wel zo kan overkomen op mensen die zich met hun eigen inconsistente voedingspatroon geconfronteerd voelen of die zich niet kunnen vinden in de logica achter het veganisme. Misschien ben ik al te ver heen in de filosofie om me nog goed te kunnen inleven in mensen die heel anders denken, maar ik vind dat het veganisme toch betere basisargumenten heeft dan bijvoorbeeld het theïsme.

Voor iedereen die geïnteresseerd is in het begrijpen van veganisme, hetzij actief of passief, is dit echt een aanrader.

24) Lierre Keith, The Vegetarian Myth. Food, justice and sustainability.

Om toch te voorkomen dat ik mijzelf verlies in mijn eigen filosofie, heb ik dit boek gelezen, waarin verschillende veganistische aannames worden bekritiseerd. Consequent respect voor leven is onmogelijk, beweert Keith, want voedsel en leven hebben altijd te maken met dood: als je oogst dood je dieren; als je mest gebruikt zit daar bloed van dieren in, om maar te zwijgen van de aanwezigheid van dieren om die mest te produceren. Ook de oplossing van het wereldvoedsel(verdelings)probleem wordt de grond in geboord, omdat de wereld uitdroogt en de grond uitgeput raakt van zo’n eenzijdig gebruik door landbouw. Niet vlees eten is het probleem, stelt de auteur, maar dat we ooit überhaupt landbouw zijn gaan gebruiken, dáármee is alle ellende begonnen. Verder wordt het gezondheidsargument helemaal afgeknald: veganisme is slecht voor je, sojabonen zijn eerder giftig dan gezond en vlees bevat veel betere voedingsstoffen en belangrijke vetten.

Er zijn nogal wat kanttekeningen te plaatsen bij het verhaal van de gefrustreerde mevrouw Keith—zo is haar bronnengebruik nogal beperkt en eenzijdig, worden alternatieve manieren van duurzame landbouw genegeerd en rammelt het filosofisch aan alle kanten—maar als hersengymnastiek, om te voorkomen dat je gaat navelstaren, is het boek uiterst bruikbaar.

25) Sofja Tolstaja, Een zuivere liefde
26) L.N. Tolstoj, De kreutzersonate

Tolstoj is een meesterschrijver. Toen ik hoorde dat zijn vrouw Sofja nogal boos was geworden over De Kreuzersonate en daar een reactie-roman op geschreven had, namelijk Een zuivere liefde, wilde ik beide boeken lezen en kijken hoe ze zich met elkaar vergeleken. Ook al beweert de vertaalster anders, Sofja verdient wat mij betreft geen plaats in de Russische canon; ze is bij lange na niet de grote schrijver die Lev was, maar toch is haar novelle leuk om in combinatie te lezen met de roman van haar man. Wel raad ik geïnteresseerden aan om eerst haar werk te lezen en dan het zijne, omdat Een zuivere liefde in de omgekeerde volgorde nogal tegen kan vallen en zelfs een soort zeurderig vrouwenromannetje kan worden.

27) Marlen Haushofer, De wand
28) H.M. van den Brink, De dertig dagen van Sint Isidor (over stiervechten)
29) Rob Wijnberg, En mijn tafelheer is Plato. Een filosofische kijk op de actualiteit
30) Brad Herzog , Turn left at the Trojan horse. A would-be hero’s American Odyssey
31) Jac. Swart (red.), DEC’s in discussie. De beoordeling van dierproeven in Nederland
32) Christian Parmentier,  Het dier en zijn mensenrechten.
36) Christian Parmentier, De luis in de pels. De dubieuze moraal van de dierenrechtenorganisaties.

Wat Lierre Keith gedaan heeft met veganisme, dat heeft Parmentier geprobeerd te doen met dierenrechtenorganisaties, met name in België. Zijn twee boekjes zijn interessant om dezelfde reden, maar lijden aan een gebrek aan fundamentele argumentatie. De schrijver beroept zich voornamelijk op de huidige toestand en een onderbuikgevoel dat zich van nature afzet tegen andere ideeën. Hij zegt het niet letterlijk, maar zijn feitelijke argumentatie komt neer op: “wat zijn het toch rare mensen, ze vinden onze gewoontes raar.” Zelfs als filosofen als Singer en Regan boeken vol geschreven hebben over de argumenten voor vegetarisme, doet hij ze nog steeds zonder onderbouwing af als onzin, gewoon omdat we dat nu eenmaal vinden.

Waarom lees ik zulke boeken dan? Omdat ik niet wil dat mijn filosofie ook zo gewoon wordt, dat ik andermans argumenten afdoe als onzin, gewoon omdat ik dat nu eenmaal vind.
33) John Allen Paulos, Irreligion. A mathematician explains why the arguments for god just don’t add up.
34) Anje Hermans, Kleine vonk, groot vuur. Van idealiste tot terroriste en terug.
35) David Robertson, The Dawkins Letters. Challenging atheist myths.
37) Victoria Braithwaite, Do fish feel pain?.

Dit is een boek over onderzoek dat gedaan is naar pijnervaring bij vissen. Dat hebben ze nauwkeurig geprobeerd te doen, door uit te sluiten dat handelingen van vissen louter reflexen zijn. Het blijkt dat vissen inderdaad pijn ervaren. Sommige soorten hebben zelfs deductieve vermogens die driejarige kinderen nog niet hebben. Persoonlijk hou ik van een dergelijke, nauwkeurige onderbouwing, al kan ik me voorstellen dat veel mensen het droge kost zullen vinden. Dat de auteur vervolgens heel voorzichtig is over “samenwerking” met vissers, omdat die zich intensief zouden bezig houden met water- en natuurbeheer (omdat dat beter is voor vissen en dus voor vissers), valt me overigens wel weer flink tegen. Het klinkt naïef, want mensen houden zich op die manier alleen maar minimaal met welzijn bezig (streven naar een soort “optimaal” welzijn van dieren, niet naar een “maximaal” welzijn van dieren); het klinkt bovendien als goedkeuring van het idee dat dieren alsnog door ons gebruikt mogen worden, als daar maar wel iets tegenover staat. (Ach, wat is een haak door je bek, als je wel een populatie vissen hebt?) Voor dierenwelzijnsliefhebbers is het toch een belangrijk boek, denk ik, omdat je veel leert over de fysiologie en pijnervaring van vissen, maar ook over hoe tegenargumenten te pareren.
38) Paulo Coelho, Veronica besluit te sterven.
39) Jan de Koning, Bestaat God? Een filosofische beschouwing.
40) Klaas Hendrikse, God bestaat niet en Jezus is zijn zoon.
41) George R. R. Martin, A game of thrones.

Peter aan de fantasy? Jazeker! Ik heb al eens de Mistborn-trilogie van Sanderson gelezen en dat vond ik mooi geschreven, ook al hield ik niet zo van het laatste deel waarin alle puzzels wel heel vlot op hun plaats vielen (net als de laatste 100 pagina’s van De ontdekking van de hemel, als ik mij niet vergis. Daar lijk ik bij Martins “Song of fire and ice” serie niet bang voor te hoeven zijn. Hij heeft inmiddels 5 delen geschreven en een veel gehoorde kritiek is dat hij de plots maar niet naar elkaar schrijft. Het is een oeverloze uitwerking van een fantasiewereld met steeds maar meer karakters in steeds meer families. Eerlijk gezegd vind ik het prachtig.

Het boek (net als de tv-serie) zit vol intrige, menselijk vernuft en bedrog. Niets is wat het lijkt en niets ontwikkelt zich zoals je verwacht. Elke familie heeft zo zijn sterke en zwakke punten, zijn sympathieke of minder vriendelijke personen, maar het verhaalt blijft boeien. Zelf ben ik inmiddels  bijna door boek 2 heen en kan ze moeilijk neerleggen. Ik ben dan ook zeer benieuwd naar de rest van de boeken. En naar de nieuwe tv-serie.

Dat komt allemaal nog wel in 2012. Kijken hoe veel ik dit jaar lees.

Share and Enjoy:
  • Facebook
  • Twitter
  • Hyves
  • RSS
1 Comment »

Dropsnoep voor de veganist

Posted in veganism by Herman1850
Sep 18 2011
TrackBack Address.

Met de hoest-, kuchel- en griepgolf die recent over Nederland rolde, leerde ik ineens een lekker dropje kennen. Het is veganistisch en in de (grotere) supermarkten te koop. Dat goede nieuws moet natuurlijk gedeeld worden met de wereld!

Het gaat om de Katja Sallos Salmiakdrop, in twee varianten: gewoon (“fris en krachtig”) en extreme (“gevuld en sterk”).

Op zoek naar een zakje in mijn eigen supermarkt, kwam ik bovendien Rob’s tegen: ook gevulde salmiakdrop, maar zonder zakjes om de dropjes heen. Dat is misschien beter tegen grote afvalbergen, maar ze gaan wel aan elkaar plakken als je ze niet meteen opeet (maar je kunt het zakje natuurlijk ook goed dichtdoen).


Bij de Kruidvat kwam ik deze week bovendien de Italiano tegen in de aanbieding, maar die zullen elders vast ook wel makkelijk verkrijgbaar zijn.

Enkele heerlijke dropvarianten voor de veganistische snoeper, dus. Eet smakelijk!

Share and Enjoy:
  • Facebook
  • Twitter
  • Hyves
  • RSS
No Comments yet »

Rothko in de rotsen

Posted in Art by Herman1850
Sep 07 2011
TrackBack Address.

White and Greens in Blue

Boven mijn eettafel hangt een Mark Rothko. Natuurlijk geen echte, maar een posterversie van “No14. White and Greens in Blue.” Die heb ik eens als kado voor mijn verjaardag gekozen, omdat ik er een prachtig liedje van Dar Williams in herkende, waar ik destijds veel naar luisterde. Dat kwam allereerst door de titel van dat nummer, “Mark Rothko song,” maar veel meer nog door de eerste zinnen:

“The blue it speaks so full.
It’s like a beauty one can barely stand.
Or too much things dropped in your hand.
And there’s a green like the peace in your heart, sometimes.
Painted underneath the sheets of ashy snow.”

Dezelfde kleuren komen er in terug, zodat het lijkt alsof de tekst over dit specifieke schilderij gaat; maar ik weet niet of dat ook zo is.


Dit werk sprak me bovendien meer aan dan Rothko’s bekendere werken, die meestal kaften of kalenders over de schilder sieren, waarin hij vooral gebruik maakte van combinaties met oranje en geel. Ondanks deze associatie en positieve indruk, heb ik Rothko’s werk nooit zo goed gesnapt. Ik ben geen kunstkenner en de abstracte vormen van “No14″ deden mij nog het meest denken aan een bed met omgeslagen laken en een kussen, van bovenaf bekeken.

De grote bocht

Dat veranderde grotendeels toen ik een hoofdstuk las in het (verder overigens tegenvallende) werkje “De grote bocht,” van Peter Delpeut. In het boek beschrijft Delpeut zijn fietstocht door de VS van Oost naar West. Hij komt op een gegeven moment bij Monument Valley, “een buitenissige verzameling plastieken van rood steen en de onwaarschijnlijke ruimte daartussen.”

Tegen het vallen van de avond raakt Delpeut bevangen door het lichtspel van de laaghangende zon: “dieprode tinten gloeien langzaam op, een gelig rood neemt bezit van de mesas en buttes. Daar waar de zon niet komt, in de lange schaduwen van de schemering, wordt het rood juist donkerder, van een voornaam karmijn, tegen donkerbruin of zelfs zwart aan. [...] Het land verliest langzaam zijn concreetheid. Wat rest zijn grote, rafelige vlakken rood en donkerbruin en zwart. Een Rothko in steen.”

Het sublieme

Natuur en kunst versmelten en zetten in mijn gedachten een draaikolk in werking, waarbij cultuur in natuur herkend wordt, natuur in kunst wordt weerspiegeld, die natuur weer doet denken aan kunst die geïnspireerd is door indrukken van de wereld. Delpeut herinnert een bezoek in de jaren zeventig, aan een galerij met werken van Rothko, en hoe hij er bevangen werd door de indrukken: “Mark Rothko [...] zou tevreden hebben vastgesteld dat ik was bevangen door het sublieme.”

Delpeut legt uit dat Rothko in het verlengde gezien kan worden van 19e-eeuwse kunstenaars als Thomas Cole en Frederick E. Church, schilders die geprobeerd hadden de imposante grootsheid van de Amerikaanse natuur te vangen en los te laten, “schilders van wat the sublime werd genoemd.”[1]

Toen Delpeut in de zaal met rode schilderijen van Rothko kwam, wist hij niets van Rothko en diens ambities om het sublieme op mensen over te brengen in zijn werk, maar hij werd er niettemin door overweldigd en overtuigd: “wat mij betreft mag Rothko aanspraak maken op het sublieme, ik heb het ervaren toen ik voor het eerst voor zijn schilderijen stond.”

Monument Valley

In Monument Valley ziet Delpeut dus Mark Rothko terug, de donkere kleurcombinaties en schitterende effecten in de indrukwekkende natuur. Het roept de herinnering aan zijn ervaring met het sublieme op en stelt dat, “als er één landschap aanspraak zou mogen maken op het sublieme, dan is het Monument Valley.” Toch ervaart Delpeut voornamelijk rust en meditatie en niet de huivering, de complete overweldiging die hij associeert met het sublieme. Monument Valley en de gedachten zijn geworden tot, wat hij noemt, “een culturele referentie, een idee,” dat veel te bekend is geworden om nog te verrassen: “Alle eerdere beelden van Monument Valley hebben me de kans op het sublieme ontnomen.”

Het verwarrende en fascinerende spel van natuur en cultuur gaat zo door, waarin het sublieme van de natuur zo bekend is geworden in schilderijen en foto’s die het overbrengen van het sublieme nastreefden, dat dat sublieme karakter langzaam verloren gegaan lijkt te zijn.

Indrukken

Samen met Dar Williams, die een vredig en rustgevend effect bezingt in haar “Mark Rothko Song,” heeft Delpeut met zijn overdenkingen over Mark Rothko mijn ogen geopend over wat er achter schijnbaar nietszeggende schilderijen kan zitten. Die hoef je dan helemaal niet te snappen of begrijpen, je hoeft er niets in te zien; je hebt je eigen associaties bij de werken en kunt ze ondergaan en er gewoon van onder de indruk raken.

Soms, als ik naar mijn Rothko kijk en alleen nog maar een deken met lakenrand en kussen zie, merk ik dat ik ineens het liedje van Dar Williams begin te neurieën. Dan pak ik even Delpeuts boekje erbij, om weer te lezen over Rothko in de rotsen en in vervoering te raken. Op andere momenten zijn mijn gedachten ergens anders en hangt de poster simpelweg mooi te wezen, daar boven mijn eettafel.

- – -
[1] Het toeval wil dat, toen ik koos voor de Rothko-poster, ik op zoek was naar een poster van Frederick Church, een schilder wiens werken van de (Amerikaanse) natuur ik indrukwekkend vind. Dat ik vervolgens een poster heb gekozen van iemand die, op een heel andere wijze, eenzelfde ervaring nastreefde, kon ik op dat moment niet vermoeden.

Alle citaten van Delpeut komen uit “De grote bocht: kleine filosofie van het fietsen,” (Rainbow Pocket 2003), pp. 134-142.

Share and Enjoy:
  • Facebook
  • Twitter
  • Hyves
  • RSS
No Comments yet »

Dagje slenteren in Naperville, Illinois

Posted in USA2011 by Herman1850
Jul 08 2011
TrackBack Address.

De vorige keer dat ik door Naperville liep, omschreef ik het nog als plastic aandoend, kunstmatig als een soort nepdorp. Vandaag neem ik nieuwgierig de trein vanaf de grens tussen Naperville en Aurora naar downtown Naperville (een ritje van 5 minuten, waavoor ik vreemd genoeg de helft moet betalen van de reis naar Chicago, ruim een uur verderop).

Het centrum wordt gedomineerd door auto’s, die de straten tussen de smalle stoepen aan weerszijden vullen. Als je deze auto’s wegdenkt, zou het zomaar een gezellig stadje kunnen zijn, met winkeltjes, restaurants en vrolijk keuvelende winkelaars. Dat het voornamelijk winkeltjes zijn, komt door het feit dat grote ketens zich voornamelijk vestigen aan de stripmalls, waar je in de auto constant wordt verleid tot het doen van aankopen: kledingwinkels, supermarkten, fastfood-restaurants, winkels met alles wat je maar kunt bedenken in de aanbieding—ze lonken tussen ieder stoplicht aan elke zichzelf respecterende weg. Soms zelfs met de nogal paradoxale boodschap: “Shop! Save!” De beste manier om te besparen is immers toch om niets aan te schaffen.

Bij de lokale boekwinkel “Anderson’s” is een speciale tent opgezet met aanbiedingen, maar ik wijs resoluut alle “misschien wel interessant” opties af. Vanmorgen heb ik bij Borders wel een boek gekocht dat al een poosje op mijn verlanglijstje stond: “Darwin’s Sacred Cause,” in hardcover voor slechts $3,98. Daarvoor koop je het zelfs niet bij De Slegte. Verderop in het stadje vind ik bij Barnes & Noble nog wel Sarah Vowells “Wordy Shipmates,” een populair-historische boek over de Puriteinen, op een tafel vol aanbiedingen. Ze schrijft vaker van dergelijke geschiedenissen en ik ben ook erg benieuwd naar deze.

Ik had nooit gedacht dat ik het zou zeggen, maar ik mis hier de terrasjes—de smalle stoepen laten ze simpelweg niet toe, waardoor het geheel, samen met de steeds langsrijdende pick-up trucks en SUV-uitvoeringen van gezinsauto’s, een gehaaste, drukkende indruk maakt en ik voel eerder de behoefte het centrum te ontvluchten voor de periferie.

Gelukkig bevindt zich aan de rand van het centrum een zogeheten “riverwalk,” een pad langs een watertje dat de naam rivier eigenlijk niet mag dragen. Het biedt echter enkele mooie beelden en deze oase brengt niet alleen mij maar ook een groep eenden tot rust: ze liggen tegen de wal aan op wat stenen in het water te slapen. Een moedereend met twee kleintjes vormt de uitzondering en zwemt rond, naarstig op zoek naar wat te eten voor hun drieën. De vis waar ze overheen zwemmen, mooi zichtbaar in het water, is te groot, al zou het me niet verbazen als ze deze te ruim bedeelde maaltijd, naar goed Amerikaanse gewoonte, alsnog zouden verorberen als ik even niet kijk.

Als Amerikanen het even niet meer weten, zetten ze ergens een fontein neer, met bankjes erbij om moeders met jammerende kinderen of Peters met volgekalkte notitieblocjes en boeken plaats te bieden. Twee mannen met overgewicht zijn ook gaan zitten, aan de kant waar de wind ze druppels in het gezicht waait. Ook ik vang er enkele op, als heerlijke verkoeling van het benauwde weer. Na stralend zonnige dagen en vannacht wat regen, is het vandaag bewolkt en een graad of 87F. Vanaf mijn bankje zie ik een steakhouse en ik heb trek—bewijs dat correlatie niet altijd wijst op causaliteit.

Van de in het centrum aanwezige eetopties, kies ik uiteindelijk voor in pinda-olie gebakken frietjes bij Five Guys en een Strawberry Whirl bij Jamba Juice. Navraag over de respectievelijk aanwezige “veggie sandwich” en gebak leert, dat die opties niet veganistisch zijn. Dat is op zich jammer, maar het is in mijn ogen toch enigszins verrassend dat in beide gevallen het meisje achter de kassa niet vreemd opkijkt van de vraag en geen uitleg nodig heeft over wat ik daar precies mee bedoel. Ze weten ook direct te vertellen waarom iets niet veganistisch is.

Al slurpend en kauwend op smoothie en patat, denk ik na over de indruk die Naperville nou precies op me maakt en hoe ik de vorige keer op de benaming van “plastic” kwam. Hoewel ik nu niet meteen aan een karakterisering als plastic moet denken, snap ik wel nou waarom ik dat eigenlijk zo noemde: de winkels en gebouwen in het centrum lijken op een soort van filmset, alsof elk moment een Western gefilmd zou kunnen worden (waarbij dan alleen nog wel de klapdeuren en voerbak voor paarden ontbreken). Het zijn vaak losse, lage gebouwen met speciaal vormgegeven gevels en een grote tekst er op. Het doet aan als een bordkartonnen facade, bedoeld om de kijker de indruk te geven dat er iets is wat eigenlijk niet bestaat.

Toch bestaat Naperville al sinds 1831, dus toch al een poosje, zeker voor deze regionen. Net buiten het centrum ligt volgens mijn kaart “Naper Settlement.” Ik stel me een uitleg van de stichting en geschiedenis van Naperville voor, dus mijn nieuwsgierigheid is gewekt. Als ik echter op de aangegeven plaats aankom, staat er een bijeenraapsel van wat gebouwtjes, die van allerlei plekken in de omgeving op deze plek zijn gezet, met de bedoeling om, door deze impressie van een 19e-eeuws dorpje, geschiedenis te laten zien aan voornamelijk kinderen, “omdat kennis van geschiedenis zo belangrijk is voor zelfbewustzijn” (aldus een plakkaat). Het is nog maar de vraag of het voorbij uiterlijkheden en oppervlakte zal geraken, want hun huizen en hobbies zeggen net zo veel over de vroegere beleving als onze woning en werk over onze ervaringen en gedachten zeggen. Dat gezegd hebbend, denk ik dat juist deze benadering, meer dan de theoretische, de interesse voor geschiedenis vroeg kan wekken. Voor mij is het jammer genoeg (in dit geval) echter vooral de ideeënkant die me interesseert.

Na deze korte gedachten over geschiedenis loop ik terug naar het station, lurkend aan mijn laatste restjes aardbeiensmoothie en vol van indrukken. De trap van het station oplopend, hoor ik iemand uit een auto “Pedophile!” naar me roepen. Hij kan natuurlijk niet weten dat ik eigenlijk niet zo veel met kinderen heb—net zoals het meisje dat op het perron zit niet kan weten dat ik een oceaan verwijderd ben van mijn huis, als ze me vraagt of ik weet of ergens nog werk beschikbaar is. We hebben het over New York, waar ze vandaan komt, en ze raadt me aan die stad zeker eens te gaan zien. Dat ga ik zeker doen, maar dan gaat er wel iemand met me mee.

Share and Enjoy:
  • Facebook
  • Twitter
  • Hyves
  • RSS
1 Comment »
Next page »

Follow Me!

 Facebook Twitter YouTube StumbleUpon RSS

Categories

Abe Lincoln animal rights animals Art books Books read in the year Civil War daily life Film films, books, music food General Land of Lincoln Life love My life News Nijntje personal politics religion twitter Uncategorized USA USA2009 USA2011 veganism Wishlist work Zonder Rubriek

Categories

Archives

 

January 2012
S M T W T F S
« Sep    
1234567
891011121314
15161718192021
22232425262728
293031  
Powered by WordPress | “Blend” from Spectacu.la WP Themes Club